Douchen

De terugkeer van Erben Wennemars tijdens de IJssel Cup kon je onmogelijk een comeback noemen. Het is zeer de vraag of hij ooit is weggeweest uit de wereld van sport.

Wie zijn levenswandel volgt, ziet dat de vechtjas in hem het iedere dag wint van de luiaard. Hij moet bewegen.

Op Twitter houdt de schaatser – oud-schaatser durf ik niet te schrijven – zijn imago op peil. In de ochtend krijgen Wennemars’ volgers door hoe zijn lichaam ervoor staat: lengte 183 cm, gewicht 76,3 kg. Een paar dagen later: lengte 183 cm, 76,9 kg. Weer later: lengte 183 cm, 77,3 kg.

Het nieuws is: Wennemars krimpt nog niet en de weegschaal jaagt hem geen schrik aan.

In april volgde ik Wennemars tijdens de marathon van Rotterdam. Nadat de lichtgewichten uit Kenia en Ethiopië gepasseerd waren, kwam Wennemars even later langs met zijn kenmerkende schaatsdijen die anderhalf keer zo fors waren als die van andere lopers.

Hij had het zwaar. Wennemars finishte op de Coolsingel in 2.54,04. Na afloop van de marathon kreeg ik een sms. Erben maakte graag gebruik van het aanbod bij mij thuis te douchen.

Met stramme benen stapte hij moeizaam over de drempel. Na wat fruit kroop hij de trap op naar de badkamer. Na een tijdje ging ik luisteren. Op gepaste afstand hoorde ik douchestralen kletteren. Verder niets. Geen gefloten deuntje, geen gesmak van een zeepblok onder een oksel.

Wennemars kon niets meer.

Na een half uur strompelde een oud mannetje de woonkamer in. Holle ogen, wit gezicht. Hij was in de douche op de grond gaan zitten, vertelde hij. Het lichaam was leeg.

De volgende dag schreef hij na een hopeloze nacht: „Opgekruld, warmte- en koudeaanvallen, koorts, diarree, overgeven, extreme kramp.”

Mijn douche kreeg een extra schoonmaakbeurt.

Dit weekend kwam Wennemars met een paar schaatsen aangelopen tijdens de IJssel Cup. Zijn collega Mark Tuitert schudde zijn hoofd: „Erben is knettergek. De 1.500 meter rijden, dat is 99 procent haat en 1 procent liefde.”

Hij werd vrolijk vierde en mag als 37-jarige meedoen aan de Nederlandse kampioenschappen.

Dit gedrag heeft met een comeback niets van doen. Wennemars is verslaafd. Hij lijdt aan een ongevaarlijke afwijking: extreme zelfkastijding. De aangemaakte endorfine is van levensbelang.

Het is een eindje autorijden van Heerenveen naar Rotterdam. En toch bied ik Wennemars – al is het maar symbolisch – mijn douche aan na de komende NK in Thialf. Ik doe een moord voor het zien van die stijve tred en het horen van waterstralen op dat kapotte lijf. Er is niets mooiers dan een lege Wennemars.

De schoonmaakkosten voor de douche zijn uiteraard voor mijn rekening.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.