Afrikaanse Unie eist immuniteit voor zittende leiders bij Strafhof

Kenia wilde landen overhalen alle banden met het Strafhof te verbreken, maar dit mislukte.

Afrikaanse landen stappen niet en masse uit het Internationale Strafhof in Den Haag. Wel eist de Afrikaanse Unie (AU) dat zittende staatshoofden niet mogen worden vervolgd. En de AU wil dat de zaak tegen de Keniaanse president Uhuru Kenyatta, die op 12 november begint, door de VN-Veiligheidsraad wordt uitgesteld.

Dit was de uitkomst van een speciale zitting die de AU dit weekend op verzoek van Kenia had belegd, met als inzet het besluit om uit het Strafhof te stappen. Soedan, dat ook een president heeft die is aangeklaagd door het Strafhof, was de andere grote voorstander. Afrika’s meest invloedrijke landen Nigeria en Zuid-Afrika waren echter tegen. Maar met de eis voor immuniteit voor zittende staatshoofden kwamen ze Kenia wel tegemoet en zegden ze het Strafhof de wacht aan.

Kenia speelde met haar poging om het Strafhof te saboteren in op een breed gevoeld sentiment op het continent. Want waarom heeft het Strafhof in de elf jaar van zijn bestaan uitsluitend zaken in Afrika behandeld? Ken-yatta noemde het Strafhof „een speelbal van imperialistische machten in verval”. Volgens de Keniaanse president schendt het Strafhof Afrika’s soevereiniteit en is het bezig met een raciale heksenjacht op het continent.

Een Afrikaanse coalitie van mensenrechtengroepen en activisten, onder wie de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu, waarschuwden dat de Afrikaanse leiders niet „de ras- en koloniale kaart” moesten spelen. „De leiders die nu het Strafhof proberen te vermijden, zijn in wezen op zoek naar een excuus om hun volk te doden, te verminken en te onderdrukken zonder gevolgen. Ze belasteren het Hof als racistisch en onrechtvaardig, net als Herman Göring en de nazi’s deden met de tribunalen van Neurenberg.”

De Rwandese minister van Buitenlandse Zaken, Louise Mushikiwabo, reageerde op die kritiek. „Het minste waar we om kunnen vragen is respect, we vragen niet om immuniteit.” De Ethiopische premier Haile Mariam Desalegn zei dat Afrika geen kruistocht voert tegen het Strafhof, maar tegen onrechtvaardige behandeling. Volgens hem vormen de zaken tegen Kenyatta en de Soedanese president Omar al-Bashir, tegen wie sinds 2009 een arrestatiebevel loopt, een belemmering voor vrede en verzoening.

Inderdaad betreffen alle acht zaken die het Strafhof in behandeling heeft, vermeende misdaden in Afrika. Maar wat Afrikaanse landen gemakshalve vergeten, is dat de meeste zaken door de landen zelf zijn doorverwezen naar het Strafhof. De zaken tegen de Keniaanse president Kenyatta en vice-president Ruto, die het verkiezingsgeweld in 2007-2008 betreffen, werden wel door het Strafhof zelf geïnitieerd. Kenyatta en Ruto waren toen echter nog geen leiders van hun land. Na hun verkiezing eerder dit jaar begonnen zij onmiddellijk een campagne tegen het Hof, die cumuleerde in de zitting van de Afrikaanse Unie dit weekeinde.

Richt het Strafhof inderdaad ten onrechte al zijn pijlen op Afrika? Dat is te makkelijk. Dat de meeste zaken in Afrika spelen, komt doordat de overheden daar geen processen kunnen of willen voeren. Alleen dan mag en kan het Strafhof interveniëren. Bovendien komt niet elke misdaad in aanmerking. De aanklager gaat pas over tot vervolging als een zaak voldoet aan een lange lijst met criteria. Soms is er geen rechtsmacht omdat een land niet is aangesloten bij het Strafhof, of omdat een onderzoek wordt geblokkeerd in de Veiligheidsraad. Slechts acht van de achttien vooronderzoeken (onder meer in Irak, Venezuela en Afghanistan) leidden tot zaken.

Dat het Strafhof de vervolging van zittende staatshoofden staakt, is onwaarschijnlijk. Het zou leiders met een duister verleden aansporen om eindeloos te blijven zitten. Of – zoals Kenyatta met succes deed – te proberen president te worden. Of de zaken van Kenyatta en Ruto worden uitgesteld hangt af van de Veiligheidsraad. Die kan zaken met een jaar uitstellen, en dat ieder jaar weer.

    • Koert Lindijer