‘Wij hebben geen idee van wie we geld lenen’

Niek Nahuis leidt sinds twee weken het Agentschap van de Generale Thesaurie, de bankier van de staat. „We gaan uit van een lager tekort en een schuld die zich stabiliseert.”

Econoom Niek Nahuis: „We hebben wel wat informatie over wie onze schuld in handen heeft, maar dat is eigenlijk te fragmentarisch.”

Boven zijn bureau hangt de oprichtingsakte van 21 maart 1841. De start van het Agentschap waaraan Niek Nahuis nu leiding geeft was geen gemakkelijke. Het moest namens de minister van Financiën de schulden beheren die koning Willem I met zijn ondernemende beleid had achtergelaten. Die schulden waren hoog, bijna driemaal zo veel als de omvang van de toenmalige Nederlandse economie. „Dat is dus tweemaal zo hoog als in Griekenland nu”, zegt Nahuis.

De ambtenaar van het ministerie van Financiën is sinds twee weken de hoogste man van het Agentschap van de Generale Thesaurie. Vanaf 2009 was hij al de plaatsvervanger van de onlangs vertrokken Erik Wilders.

Twee verdiepingen onder Nahuis vergadert het kabinet al dagen met enkele oppositiepartijen over de begroting van komend jaar. Uiteindelijk komt het tekort van die begroting net als alle andere jaren in de staatsschuld terecht die de agent moet zien te ‘verkopen’. Relatief ligt die schuld – nu 75 procent van het bruto binnenlands product – flink lager dan halverwege de negentiende eeuw. Voor het begrotingstekort en voor aflossing van de staatsschuld moet dit jaar 98 miljard euro geleend worden. Voor een groot deel het gevolg van de financiële crisis. „In vergelijking met vijf jaar geleden verrichten we tweemaal zoveel transacties en organiseren we het dubbele aantal veilingen”, zegt Nahuis.

Met de huidige rente moet het hier een feest zijn om te werken. De rente op Nederlands schuldpapier was kort geleden zelfs even negatief. U kreeg geld toe.

„De rente was op zijn laagst inderdaad 0,07 procent negatief. Dan gaat het natuurlijk om korte leningen die drie of zes maanden lopen. Beleggers waren vanaf de zomer vorig jaar bereid om bewaarloon te betalen. Het is voor ons goedkoop lenen, maar het duidt wel op stress in de markt. En dat is de mindere kant. En speculeren, bijvoorbeeld naar aanleiding van die negatieve rente, is niet onze taak. Dat gebeurt niet.

We proberen juist transparant en voorspelbaar voor de belegger te blijven. Daarom maken we voor een heel jaar een financieringsplan. In dat plan wordt aangegeven hoeveel we ongeveer op welke manier gaan lenen. We halen bijvoorbeeld jaarlijks zo’n 50 miljard uit de kapitaalmarkt. Daarbij gaat het vooral om leningen met een looptijd van 3, 5 en 10 jaar. Het restant financieren we op de geldmarkt, waarbij de looptijd maximaal een jaar is.”

Stel: U krijgt een telefoontje van minister Dijsselbloem. Hij heeft een dag later 1 miljard euro nodig om het bijna failliete SNS over te nemen. Wat gebeurt er dan?

„Dit soort bedragen lenen we allereerst op de geldmarkt. Dan moet je aan een termijn van een dag denken. De volgende stap is dat je die termijn verlengt naar bijvoorbeeld zeven dagen, vervolgens worden dat maanden en uiteindelijk gaat het deel uitmaken van de 50 miljard die we jaarlijks uit de kapitaalmarkt halen.”

Dit jaar moet u 98 miljard lenen, komend jaar 94 miljard. Zet die daling door?

„Dat is wel mijn verwachting. Dit jaar heeft Nederland een kastekort van 21 miljard en komend jaar zal dat volgens de Miljoenennota op 16 miljard uitkomen. Het kastekort geeft echt het bedrag aan dat je tekort komt, en hoeft niet helemaal gelijk te zijn aan het begrotingstekort, het zogeheten EMU-saldo. De rest van die 98 miljard gaat op aan aflossingen. Zeker als bijvoorbeeld ABN Amro en verzekeraar ASR naar de beurs gaan, ligt het voor de hand dat de financieringsbehoefte lager wordt.

„Het IMF kwam deze week met cijfers die juist op een hogere staatsschuld wijzen, maar die prognose is gebaseerd op verouderde gegevens. Daarin zit bijvoorbeeld het extra pakket van 6 miljard bezuinigingen niet. Het CPB gaat net als wij uit van een lager tekort en een schuld die zich stabiliseert.”

Als de rente zo laag is, kan het aantrekkelijk zijn om je hypotheek over te sluiten. Kunnen duurdere staatsleningen vervroegd worden afgelost?

„Op het moment dat ik staatsschuld wil inkopen, moet ik daarvoor de marktwaarde betalen. Dus wanneer de originele lening 4 procent rente gaf, moet ik bijvoorbeeld 120 euro betalen voor 100 euro schuld. Dan maakt het dus niets uit, ook al kan ik daarna goedkoper lenen.”

Maar door die lage rente is het wel aantrekkelijk om de looptijd te verlengen.

„Als Agentschap hebben we geen rentevisie. Dat betekent dat we met onze beslissingen normaal gesproken geen rekening houden met het verloop van de rente in de toekomst. Maar met die lage rente kan je wel constateren dat de kans dat de rente met 4 procent stijgt, groter is dan dat die met 4 procent daalt. Op grond daarvan hebben we sommige langere leningen niet omgezet naar onze vaste looptijd van zeven jaar. Wij gingen er altijd vanuit dat we de juiste balans tussen rentekosten en renterisico vinden op het moment dat al onze leningen bij de uitgifte een gemiddelde looptijd hebben van zeven jaar. De rente is nu zo laag dat het risico niet hoger wordt op het moment dat we ook langere leningen aanhouden. Dat gebeurt nu vaker. Dat is een politiek besluit geweest, dat de minister aan de Tweede Kamer heeft voorgelegd.”

Bestaat er voor u een ideale staatsschuld?

„Bij meer dan 90 procent van het bruto binnenlands product gaan economen ervan uit dat de schuld ten koste gaat van de economische groei. Die veronderstelling zorgt er ook voor dat het lenen duurder wordt. De hoogte bepaalt natuurlijk ook je kredietwaardigheid.

„Aan de schuld zit ook een minimumkant. Bij een schuld van slechts 10 of 20 procent van het bbp kan je als land een probleem hebben als er plotseling geld nodig is. Bijvoorbeeld omdat er een grote bank omvalt. Je hebt dan het beleggerspubliek niet meer, je zal heel veel moeite moeten doen om het geld op te halen. Ierland zat voor de bankencrisis bijvoorbeeld onder de 30 procent. Toen ze bij het uitbreken van de bankencrisis plotseling veel geld nodig hadden, kwamen ze bij ons langs om advies te vragen. Je hebt gewoon een bepaalde omvang nodig om de markt van grote banken, pensioenfondsen en investeringsmaatschappijen te bedienen.”

Wie heeft onze schuld van 359 miljard euro in handen?

„Dat weten we niet. Vroeger had je fysieke stukken met coupons eraan en moesten mensen bij wijze van spreken langskomen voor hun rente. Maar dat is echt meer dan 25 jaar geleden. Nu betalen we aan zogeheten clearing-instituten die het geld vervolgens naar klanten doorsluizen. Er is wel wat informatie, maar dat is eigenlijk te fragmentarisch. We kunnen bijvoorbeeld niet zeggen: 15 procent van onze schuld zit in Duitsland. Je kan er een slag naar slaan, maar dat doe ik niet. En een enquête houden heeft weinig zin: volgende week kan de situatie weer anders zijn.”

Is dat geen strategisch belangrijke informatie. Van de Amerikaanse schuld is bijvoorbeeld bekend dat die voor een groot deel in China zit. Dat is toch waardevol om te weten?

„Elke belegger is ons even lief. We gaan naar Azië om roadshows te houden, om de grote instituten te vertellen over onze veilingen, over onze economie. Dat gebeurt ook in het Midden-Oosten. Hoe meer mensen Nederlands papier willen hebben, des te lager is de rente.”

Hoe belangrijk is de triple A-status? Frankrijk liet na een downgrade zien dat een lagere status niet automatisch tot een hogere rente leidt.

„Voor ons is het belangrijk om in een kopgroep te zitten. Dat levert een lagere rente op. Maar handelaren nemen dagelijks alle beschikbare informatie mee. Op economisch vlak, op politiek vlak. En ratings spelen daarin een rol: hoe kleiner de belegger, des te meer zal hij naar zo’n oordeel kijken, Hoe groter de belegger, hoe meer informatie hij zelf in staat is om te verwerken en zo tot een beslissing te komen.”

In 2011 werden door het Agentschap te veel rentederivaten afgesloten. Dat leidde vorig jaar tot een strop van maar liefst 57 miljoen euro. Hoe kon dat gebeuren?

„Dat was het gevolg van een operationele fout, dat moeten we gewoon erkennen. Aan zoiets kan je wel zien dat de crisis zijn effecten heeft gehad op het Agentschap. Je bent met heel veel dingen tegelijk bezig. Daardoor worden sommige zaken, zoals nieuwe automatisering, vooruitgeschoven en dan sluipt zo’n fout erin. Dat hoort niet, mag niet en wij zijn hard bezig om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt. Het Agentschap staat stevig, maar heeft inmiddels wel een lik verf nodig.

„Het is een groot bedrag, die 57 miljoen euro, maar moet wel worden gerelateerd aan de jaarlijkse rentekosten van 9 miljard. Het doet gewoon zeer. We moeten ook aan onze reputatie denken.”