Vanuit Syrië, via Egypte

De Syriër Taleb Hammed (24) uit Homs vluchtte met zijn broer naar Sicilië. Ze zijn verontwaardigd over de behandeling die ze kregen.

Zelf had Taleb Hammed wel willen vechten in de Syrische burgeroorlog. „Ik kan nog geen mier doden, maar als ik Assad zie... Hij heeft ons hele land kapot gemaakt”, zegt de 24-jarige chemisch ingenieur uit Homs. Een verlegen jongen met een uiterst vriendelijke en tegelijk dodelijk vermoeide oogopslag.

Met twee dozijn andere Syriërs zit hij op het Piazza Cutelli in het centrum van Catania, de tweede stad van het Zuid-Italiaanse eiland Sicilië. Tussen de palmbomen en betonnen bankjes spelen kinderen met een plastic voetbal.

Taleb zegt dat hij wilde vechten. Maar hij is student, geen soldaat. Zijn moeder zag dit ook. Ga jij maar, zei ze. Hij moest naar Europa, samen met zijn twee jaar oudere broer Anas. Hun ouders, een zus, broer en Anas’ vrouw zijn achtergebleven in Homs. Voorlopig.

De twee broers vliegen half september vanuit havenstad Latakia naar Kairo, Egypte. Om uit Syrië weg te komen moeten ze al op het vliegveld een flinke som smeergeld betalen. „Ik kneep hem enorm. In mijn schoen had ik nog veel meer geld verstopt.” Aangekomen in de Egyptische hoofdstad, pakken ze meteen de bus naar Alexandrië. Daar bellen ze de man die hen op een boot naar Italië kan krijgen. Elke broer betaalt 3.500 dollars, omgerekend ongeveer 2.600 euro.

Na een week in Alexandrië worden ze op een avond rond acht uur in een busje geladen. Met ongeveer twintig mensen worden ze in een klein bootje van vijf meter geladen. Ze verstoppen zich onder een zeil. Na een half uur komen ze bij twee grotere boten. Een van 18 meter en een ander van 30 meter, schat Hammed. Op de twee boten tezamen zitten 200 mensen. Meer dan de helft zijn volwassen mannen, maar ook tientallen vrouwen en kinderen. Zeven dagen lang varen de twee broers mee op de kleinere boot.

Op zondag 6 oktober komen ze in beeld bij de Italiaanse autoriteiten. In Pozzallo, een kleine haven aan de zuidoostkust van Sicilië, worden ze opgevangen in een geïmproviseerd kamp. Ze zijn verontwaardigd over de behandeling die ze krijgen. „We moesten eerst onze vingerafdrukken geven. Daarna pas mochten we ons gaan wassen, nieuwe kleren aantrekken en kregen we onze mobieltjes terug.”

Zoals nagenoeg alle Syriërs die aankomen in Italië weigeren de broers hun vingerafdruk te geven. Volgens Europese regels moet asiel worden aangevraagd in land van aankomst. Maar de meeste Syriërs willen geen asiel in Italië, ze willen naar Noord-Europa. Daar willen ze dan ook pas opduiken in de Europese databanken.

Taleb wordt net als anderen zo sterk onder druk gezet dat hij zijn afdrukken laat afnemen. Zijn broer weet in de commotie weg te komen zonder zijn afdrukken te geven.

Het oorspronkelijke plan om samen naar Zweden te reizen, vervalt hierdoor. Taleb kiest nu voor Duitsland. Want alleen in Duitsland en Denemarken, zo heeft hij gehoord, maak je kans op asiel als je al elders je vingerafdrukken hebt afgegeven. Anas kan nog steeds naar Zweden. Hij heeft gehoord dat dit een ruimhartig gezinsherenigingbeleid heeft, waardoor hij hoopt zijn vrouw te kunnen laten overkomen.

Taleb vertrekt als eerste uit Catania. Hij reist samen met Mohsen, een studievriend, en een ouder stel met twee dochters van 5 en 7, dat ook uit Homs is gevlucht. Drie kwartier voordat de nachtbus naar Rome vertrekt, staan de Syriërs klaar op het busstation. Ze zullen doorreizen tot Milaan, waar een kennis uit Duitsland hen op zal pikken.