Tonen, ritmes, timbres reizen door het brein, op zoek naar verleden

Wat horen we als we naar muziek luisteren? Vooral emotie. En dáárom is ritme zo belangrijk, legt muzikant en hersenwetenschapper Daniel Levitin ons uit. Want „wil muziek de dynamiek van ons emotionele leven en onze onderlinge interacties weerspiegelen, dan moet zij zwellen en krimpen, versnellen en vertragen, pauzeren en reflecteren”. Daarom moeten mensenhersenen een constante puls kunnen voelen, „zodat wij weten wanneer musici daarvan afwijken”. In de afwijking van het ritme klinkt de emotie.

De breinverhalen zelf zijn in Ons muzikale brein niet erg boeiend, want zoals Levitin zelf ook zegt: muziek speelt zich óveral in het brein af. Maar dit soort praktische inzichten maken het boek de moeite waard.

Ook scherp is Levitins aandacht voor timbre. Toon, melodie en ritme kennen we wel, allemaal belangrijk in de muziek. Maar timbre? Dat is allesbepalend voor onze ervaring van muziek, meldt Levitin. Het is de samenvatting, de Gestalt van wat we horen. Weinig mensen beschikken over absoluut gehoor, maar vrijwel iedereen herkent feilloos in een halve seconde welk bekend popliedje uit de radio komt. Vrijwel altijd aan de sound: het timbre.

Technisch gezien is timbre het complex aan boventonen: de reeks trillingen die naast de grondtoon meeklinken als je op een stuk hout slaat, op een saxofoon blaast of lucht langs je stembanden laat stromen. Dat aspect van muziek leerde Levitin goed kennen als geluidstechnicus en producer in de jaren zeventig en tachtig van onder meer Santana, Chris Isaak en Joe Satriani. Als lid van een popbandje was hij ooit geïnteresseerd geraakt in die technische kant. Na aanvankelijk succes viel het bandje snel uit elkaar, schrijft Levitin, door de veelvuldige zelfmoordpogingen van de gitarist en de onaangename gewoonte van de zanger om lachgas te snuiven. Later ging hij psychologie studeren en uiteindelijk werd hij hoogleraar in Montreal.

In de opnamestudio draaide alles om sound: „Ik leerde het verschil horen tussen de ene microfoon en de andere, zelfs tussen het ene merk tape en het andere.” Aan de hand van het luisteren naar een pianoconcert vertelt Levitin hoe het brein al die timbres opzoekt in het ‘geestelijk woordenboek’ en verbindt met eerdere ervaringen. Zonder geheugen geen muziek – weer een van die fijne catch phrases van Levitin.

Natuurlijk zijn ook andere aspecten van muziek belangrijk, en Levitin behandelt die eveneens vrij uitvoerig: toonhoogte, ritme, tempo, melodische curve, luidheid en – heel typerend voor de praktisch ingestelde Levitin – galm. Al die elementen leiden weer tot belangrijke muziekcategorieën als maat, tonaliteit, melodie en harmonie. Ook die gaat Levitin allemaal uitleggen. Gemakkelijk bladzijdes lang gaat hij door over het wezen van patroonherkenning.

Al met al is dit boek een onevenwichtig mengsel van enthousiaste verhalen en wijdlopige musicologiecolleges. Er is geen strakke rode lijn, er zijn geen duidelijke conclusies. Levitin is typisch een man om op een feestje mee aan de praat raken. „Paul Simon zei me dat het ook hem altijd ging om de sound.” En zo moet je dit boek ook lezen, gewoon tussendoor een drankje halen, en hier en daar snel wat bladzijdes overslaan.

Maar de verhalen zijn leuk. Zoals over het onderzoek naar de Vijfde Stem, de Quintina, die in Sardijnse koorzang kan klinken. Als de harmonieën en timbres daarin precies goed zijn, klinkt als een auditieve illusie ineens boven de vier mannenstemmen een vrouwenstem. De Sardijnen zelf geloven dat dit de maagd Maria is.

Hendrik Spiering

    • Hendrik Spiering