schulden- plafond Huishoudboekje Amerika moet wel lenen om alles te kunnen betalen Het Amerikaanse

De Amerikanen geven meer geld uit dan er binnenkomt en moeten daarvoor geld bijlenen. Maar de staatsschuld loopt tegen een plafond aan – de debt ceiling. Om dat te mogen verhogen, is toestemming van het Congres nodig. En de Republikeinen liggen – ook nu weer – dwars.

Door Maarten Schinkel en Guus Valk

Neem een willekeurige maand in het Amerikaanse huishoudboekje, zeg: juli van dit jaar. Het ministerie van Financiën documenteert in een verslag van die maand precies wat er binnenkomt en wat er uitgegeven wordt. Burgers betalen belasting (98 miljard dollar), er worden sociale premies geïnd (70 miljard), goederen aan de grens worden aangegeven (waarde: 2,8 miljard), enzovoort. In totaal int de Amerikaanse federale overheid iets meer dan 200 miljard dollar.

Maar er zijn ook uitgaven. Sterker nog: er zijn veel meer uitgaven dan inkomsten. Er gaat die maand 11 miljard dollar naar programma’s voor veteranen, het ministerie van Defensie krijgt bijna 49 miljard, Volksgezondheid bijna 79 miljard.

De Amerikaanse federale overheid geeft in juli 297,6 miljard dollar uit, en komt die maand dus bijna 97,6 miljard dollar tekort.

Zo gaat het maand in, maand uit. Amerika moet geld bijlenen om de dagelijkse uitgaven te kunnen betalen. In het jaar 1835 was de overheid voor het laatst schuldenvrij, daarna liep de staatsschuld langzaam op tot het huidige bedrag van 16.699 miljard dollar.

Al bijna een eeuw begrijpt Washington dat leven op schulden uiteindelijk geen goed idee zijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917, bracht de Amerikaanse regering voor het eerst een plafond aan, waarboven niet meer geleend mocht worden. Verhoging van dit plafond mocht sinds de jaren dertig alleen met toestemming van het Congres. Dat zou het Congres enige controle geven als de rijksfinanciën uit de hand liepen.

Zeker 90 keer werd het plafond sindsdien verhoogd, meestal zonder discussie.

De laatste keer dat het schuldenplafond werd verhoogd, was in 2011. Op 17 oktober zal het opnieuw moeten gebeuren.

    • Guus Valk
    • Maarten Schinkel