Rommelige politiek is here to stay. Maar hé, dan krijg je wel een akkoord

Gisteravond werd er een akkoord bereikt over de begroting voor 2014 Dat zou je niet zeggen als je afging op het moddergooien van de laatste tijd Politiek is nu eenmaal een modderig beroep

PvdA-Kamerlid Van Dam (links) en fractievoorzitter Samsom voor de fractievergadering gisteravond. Foto David van Dam

politiek redacteur

Het is chaos aan het Binnenhof, zonder regisseur. De incompetente coalitie legt het af tegen onredelijke oppositiepartijen. Resultaat: een onbestuurbaar en onbestuurd land.

Het is dit beeld dat politieke journalisten en columnisten, peilingen én politici schetsen na één jaar Rutte II. De premier kreeg gisteren zelfs de vraag of het geen „zooitje” was, in Den Haag. Het antwoord van Mark Rutte was: „Je moet ons afrekenen op resultaat.”

Rommel kan tot resultaat leiden, zo bleek gisteravond laat. Coalitiepartijen VVD en PvdA bereikten met D66, ChristenUnie en de SGP overeenstemming over de Rijksbegroting van 2014 en het Belastingplan. En over aanpassingen van het sociaal akkoord, zodat ook de hervormingen van de arbeidsmarkt nu kunnen rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer.

Het begon met beledigingen

Nog geen twee weken geleden voorspelden analisten en politieke opponenten het einde van Rutte II. Nu helpt „de constructieve oppositie” ze „de winter door”, zoals een berustende CDA’er het formuleert. Die partij verliet halverwege de onderhandelingen.

Het begin van het parlementaire jaar gaf weinig reden deze uitkomst te verwachten. De Algemene Beschouwingen werden doorspekt met persoonlijke beledigingen. Oppositiepartijen, ook de drie die nu de begroting steunen, noemden de bezuinigingen van het kabinet doelloos, schadelijk en dom – en de coalitie eigenwijs.

Het was een weinig vertrouwenwekkende aftrap van de bijna dagelijkse onderhandelingen die zouden volgen. En die tot en met gisteren plaatsvonden op het ministerie van Financiën, onder leiding van Jeroen Dijsselbloem. Intussen werden staatssecretarissen Frans Weekers en Jetta Klijnsma door beledigde senatoren de Eerste Kamer uitgejaagd, omdat hun pensioenwetgeving – die miljarden aan bezuinigingen moet opleveren – niet zou deugen.

Het was de afgelopen maanden, zo geven alle betrokkenen wel toe, geen vertrouwenwekkend schouwspel. VVD-fractieleider Halbe Zijlstra zei het hardop: „Geen mens zal dit politieke gekrakeel begrijpen.”

Maar gisteren hadden de coalitiepolitici eindelijk de kans een heel ander beeld te schetsen. Het kabinet-Rutte II ís geen stuurloos zooitje. In gepolariseerde tijden, zonder meerderheid in de Eerste Kamer, en met de tegenwind van economische crisis, heeft het steun gevonden voor lang uitgestelde hervormingen van de verzorgingsstaat: de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt, scheefwonen ontmoedigd, de werkloosheidsuitkering versoberd, het ontslagrecht versoepeld, arbeidsgehandicapten worden aan het werk geholpen.

Als dit beeld beklijft, en dat valt overigens nog te bezien, dan is die totale omslag voor de spelers zelf minder onverwacht dan voor de toeschouwers van de politieke show.

„Dit is geen chaos, dit is ons werk”, zegt een prominent lid van ‘de constructieve oppositie’. „Zo ging het altijd al tussen regeringspartijen”, zegt ook een belangrijke kabinetsvoorlichter met veel dienstjaren. „Alleen is het nu zichtbaar, omdat het niet meer binnen een coalitie gebeurt, maar tussen coalitie en oppositie. Het is gewoon oude politiek in een nieuw jasje.”

Misschien zou ‘oude politiek zónder jasje’ de situatie beter omschrijven.

Nu de laatste onderhandelingsronde succes had, wilden de betrokkenen niet over het proces geciteerd worden. Het ligt allemaal te gevoelig.

Maar praten willen ze wel. De politieke acteurs van dit moment begrijpen het onbegrip van de toekijkende burgers, zoeken naar oplossingen, maar waarschuwen ook dat de situatie niet snel meer zal veranderen, zo blijkt uit gesprekken.

„Ons probleem is dat we het graag hebben over onze verheven idealen. Maar om die te bereiken, moeten we soms de technieken van een autoverkoper inzetten”, zegt een oppositiepoliticus.

En daar begint het probleem: een gewone onderhandeling is een leuk kijkspel, maar handel in idealen vinden kiezers minder prettig om te zien. Het is moeilijk uit te leggen dat politiek „een spel is, maar geen spelletje”.

Het is nou eenmaal een modderig beroep, zeggen betrokkenen. En dat is zichtbaarder dan ooit.

Dit dilemma brengt een wijsheid in herinnering van voormalig minister van Justitie Piet Hein Donner. Deze CDA’er, personificatie van het traditionele regentendom, waarschuwde in 2011: „Wetten zijn als worstjes, je kan maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn.”

Donner waarschuwde: als onderhandelingen in het openbaar plaatsvinden, is de behoefte aan zelfprofilering groter dan die om het compromis te verdedigen.

Hoe slecht dat kan aflopen, is te zien aan wat er gebeurde met het Lenteakkoord van 2012. VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie namen er zo snel mogelijk afstand van. Een betrokkene uit die tijd: „Politiek was het van grote klasse, maar inhoudelijk en publicitair was het de moeder aller faalakkoorden.” De partijen wensten met het akkoord rust en stabiliteit uit te stralen. Het omgekeerde gebeurde.

Die les is geleerd. „We moeten nu”, zegt een lid van de coalitie, „de aanvechting weerstaan om de eigen winst ten koste van de onderhandelingspartners te maximaliseren.” Anders lopen dit soort informele coalities vast in onderlinge onmin. Ze zijn immers niet aan elkaar gebonden door een regeerakkoord.

Het gedoe in de politiek

Die zelfdiscipline is lastig. Politici, zegt een strateeg van een ‘niet-constructieve oppositiepartij’, zitten gevangen. „We werken tachtig tot honderd uur per week om te laten zien hoe we verschillen van andere partijen. Dan komen onze Kamerleden op verjaardagsfeestjes, en worden ze overstelpt met klachten over ‘het gedoe in de politiek’. Dat is wel een klap in het gezicht.”

Dit effect wordt versterkt door de fragmentatie van de Tweede Kamer. De paradox is dat al die pogingen van partijen om zich van elkaar te onderscheiden, leiden tot een overdaad aan tegengestelde waarheden waar iedereen de weg in verliest. Wat overblijft is een gevoel van wanorde.

Dat wordt nog versterkt door de neiging van media om alle partijen ongeveer evenveel spreektijd te geven. Dus zagen tv-kijkers bij elke reportage van het Binnenhof negen politiek leiders die gehakt maakten van het kabinetsbeleid, waarna VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra en PvdA-leider Diederik Samsom en eventueel een minister nog mochten redden wat er te redden viel.

Dat zou kunnen veranderen, als D66, ChristenUnie en de SGP zich enigszins aan de coalitie verbonden gaan voelen. Ze zullen die band niet hardop belijden, omdat het hun electoraal kwetsbaar maakt. Als ze zich maar wat gaan inhouden in het beschadigen van elkaar en de coalitie, is dat voor het kabinet al genoeg.

Daar hopen ze bij VVD en PvdA ook op: niet meer twee tegen negen, maar vijf tegen zes. Om te beginnen om het beeld van stuurloze wanorde te keren. En als dat werkt, kunnen ze later misschien ook de laatste hervormingen die het kabinet voor ogen heeft, door de Eerste Kamer helpen leiden.

Want er is nog genoeg te regelen. De bezuinigingen in de langdurige zorg, de pensioenhervorming en het sociale leenstelsel, om er drie te noemen, hebben nog geen meerderheid.

Maar dat de situatie veel stabieler wordt, is niet waarschijnlijk, onderstreept premier Rutte bijna elke week. Kiezers blijven van de ene naar de andere partij springen, waardoor meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer steeds minder makkelijk op elkaar zullen aansluiten, en partijen bang blijven voor de kiezer. Rommelige politiek is here to stay.

Wat dat betekent, wordt treffend omschreven door de tekst op een A4’tje dat aan de muur op een krantenredactie tegenover de Tweede Kamer hangt. De auteur is onbekend. „Wie mocht ontdekken – wat vrijwel onmogelijk is – hoe beleid wordt gemaakt, die zal zijn verdere leven moeten slijten met een fundamenteel gevoel van onveiligheid.”