Rechter: OM loog en bedroog in groot Limburgs onderzoek

De rechtbank Maastricht heeft het Openbaar Ministerie gisteren niet-ontvankelijk verklaard in een jarenlang onderzoek naar omvangrijke vastgoed- en belastingfraude. De 63-jarige hoofdverdachte Joep Janssen en een tiental medeverdachten gaan vrijuit omdat zij volgens de rechters door liegen en bedriegen van het OM geen eerlijk proces hadden.

Het gaat om een van de grootste strafrechtelijke onderzoeken ooit in Limburg gehouden. In 2009 werd beslag gelegd op 134 panden van vastgoedhandelaar Janssen uit Kerkrade. Tegen hem werd een celstraf van 2,5 jaar geëist wegens faciliteren van hennepteelt, valsheid in geschrifte en het witwassen van crimineel geld.

„De manier waarop het OM zich in deze strafzaak heeft opgesteld, is niet de manier waarop een strafproces in Nederland dient te worden gevoerd”, zegt de rechtbank. De rechters zeggen „meerdere onrechtmatigheden” te hebben geconstateerd. De verdediging heeft bijvoorbeeld geen kennis kunnen nemen van gesprekken die de politie in 2009 voerde met een getuige. Volgens de advocaten ging het om een kroongetuige. Het OM zegt de stukken nooit te hebben kunnen overleggen omdat de getuige geheimhouding was toegezegd en via de rechter afdwong dat zijn gesprekken geheim moesten blijven.

De rechtbank zegt ook dat ze „in de loop van het strafproces meerdere keren door de officier van justitie onjuist dan wel onvolledig is voorgelicht.” De rechtbank acht het ook ontoelaatbaar dat een officier van justitie tijdens de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris „ongeoorloofd contact heeft gehad met een andere getuige, toen deze ter controle zijn verklaring doorlas.”

Het OM in Limburg gaat in hoger beroep tegen het vonnis. Ze zeggen hun onderzoek „consequent en integer” te hebben gedaan.

De advocaat van de hoofdverdachte, Jan-Hein Kuijpers, noemt het vonnis „een bikkelharde uitspraak”. Hij zegt dat duidelijk is geworden dat het OM „van alle kanten de zaak heeft beduveld. Om die reden heeft de rechtbank ook terecht besloten dat het beslag op een fors aantal panden van mijn cliënt moet worden opgeheven.”