Oranje telt swingend af naar WK

Oranje haalt in Amsterdam keihard uit tegen Hongarije (8-1). Robin van Persie bereikt een nieuwe mijlpaal.

In een uitverkochte Arena, thuishaven van Oranje, lukt het dus wel weer. Tijdens de afgelopen twee uitwedstrijden tegen Estland en Andorra, met WK-kwalificatie in zicht, smoorde het optimisme van een vlekkeloze reeks in nervositeit en stroperig positiespel, met een gelijkspel aan de Baltische Zee en een kleine overwinning op de dwergstaat tot gevolg.

Maar vrijdagavond, tegen Hongarije, bleef de ontwrichtende werking van tegenslag, zoals een doelpunt tegen, lang genoeg uit en liet Oranje zich weer eens kennen als frontrunner bij uitstek: nooit te beroerd een reeds geslagen tegenstander te vernederen: 8-1.

De show was vooral in de eerste helft soms oogstrelend. Er waren voorzetten van de vleugels, kundig afgewerkt door Robin van Persie (twee van zijn drie doelpunten met het hoofd), Kevin Strootman en, in de tweede helft, de onfortuinlijke Hongaar Szilárd Devecseri, die de bal in eigen doel werkte. Jeremain Lens (voor rust) en Rafael van der Vaart en Arjen Robben, diep in de tweede helft uit twee vrije trappen, droegen eveneens bij aan de niet eens geflatteerde uitslag.

Het zal de bondscoach hebben behaagd de Hollandse school, de KNVB-filosofie, ongebreideld aanvallend en met de nadruk op het spel over de flanken, zo nadrukkelijk in de praktijk gebracht te zien worden. Grote delen van de beperkte trainingstijd die Louis van Gaal heeft met zijn selectie besteedt hij aan de afwerking vanuit voorzetten. Loon naar werken, dus. De mooiste aanval was een razendsnelle uitbraak van Lens, die met een technisch knappe hakbal op snelheid Robben aanspeelde. De onbaatzuchtig spelende vleugelaanvaller vond Van Persie, die de hele wedstrijd al niet mocht klagen over de hem geboden speelruimte, vrij: 4-0.

Een lange omhelzing tussen de spits en assistent-bondscoach Patrick Kluivert volgde: hij zou later onttroond worden als topscorer van Oranje. Het was één groot feest, net als het Braziliaans getinte pauzenummer. Het mag duidelijk zijn: we gaan naar het WK, al was dat in Andorra al een uitgemaakte zaak geworden.

Wat Nederland daar te zoeken heeft? De demonstratiewedstrijd van vrijdag geeft weer hoop, maar het broze optreden in Estland blijft hangen als nare herinnering aan de kwetsbaarheid van de defensie. Van Gaal wilde vrijdagavond wel eens een ander centraal duo zien achterin, dus koos hij voor Ron Vlaar en Jeffrey Bruma.

Dat moet niet gezien worden als direct gevolg van het opzichtig falen in Estland door de twee jonge Feyenoorders Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi. Van Gaal lichtte deze week toe waarom hij vasthoudt aan dat duo. Het is meer dan kiezen voor jeugd – nee, de keuze voor de twee definieert de bondscoach. „Je ziet meestal aan de coach wat voor type hij is. Volgens mij kun je dat ook zien aan mijn keuze voor De Vrij en Martins Indi.” Opbouwend zijn zij de beste, vindt Van Gaal.

Demografisch gezien kan het WK in Brazilië worden beschouwd als een ontijdig toernooi voor Oranje: (te) jonge verdedigers, aanvallers reeds op leeftijd. Nederland heeft een reservoir aan jonge twintigers, en alleen in aanvallend opzicht spelers met de ervaring van meerdere eindtoernooien en internationale successen. Maar vreemd genoeg nauwelijks spelers die op dit moment in de kracht van hun voetballeven zijn, in de leeftijd 25 tot 28. Waar ervaring begint te tellen en het lichaam nog niet protesteert. Waar zijn ze? Best vreemd om te constateren dat Van Gaal pas nu weer een beroep doet op Nigel de Jong (28), en ook Vlaar (28), er weer eens spelers in het nationale elftal stonden die echt in de kracht van hun voetballersbestaan zijn.

Aan de basis van Nederlandse successen stond steeds een kern van rijpe mid-twintigers. In 2010, toen de WK-finale bereikt werd, waren ze in overvloed (Nigel de Jong, John Heitinga, Wesley Sneijder, Van der Vaart, Van Persie, Robben). In 1998 (halve finale WK) waren daar Phillip Cocu, de broers De Boer, Marc Overmars, Jaap Stam, Michael Reiziger, Edgar Davids. En, ach, in 1988 de broers Koeman, Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Gerald Vanenburg, Berry van Aerle.

Alleen aanvaller Lens heeft nu (en in Brazilië) zijn optimale leeftijd, zou je kunnen betogen. Zijn generatiegenoten kwakkelen: vleugelspeler Ibrahim Afellay (27) is langdurig geblesseerd, Siem de Jong (26) heeft te veel concurrenten op ‘tien’. Middenvelder Jonathan de Guzman (27) lijkt geen basisspeler te worden en ook Vlaar (28) zit normaal gesproken op de bank.

Het maakte vrijdagavond allemaal niet uit. Hongarije, met Turkije verwikkeld in de strijd om de tweede plaats die (mogelijk) recht geeft op play-offs, liet zich op de benutte penalty van Balász Dzsudzsák na nauwelijks gelden. De domme handsbal van de jonge Bruma die aan de strafschop vooraf ging, was een smetje op het verder foutloos opererende centrale duo, dat in deze samenstelling debuteerde en werd geschraagd door krachtpatser De Jong. De teruggekeerde centrale middenvelder speelde slim, maar liet zich nog wel uitdagen en daarvoor kreeg hij een gele kaart.

Zo werd het een wedstrijd waar Van Persie, deze week gekweld door een blessure aan zijn kleine teen, al na een uur een publiekswissel kreeg. Oranje heeft een nieuwe topscorer aller tijden, met 41 goals. Ovationeel applaus was zijn deel.