Opeens was ze er. Althans, zo leek het

De jonge Pakistaanse strijdster Malala Yousafzai (16) won de Nobelprijs voor de Vrede niet Maar haar verhaal spreekt erg tot de verbeelding Hoe kon ze zo bekend worden dat de Talibaan haar als een bedreiging zien?

Malala heeft wereldwijd de status van filmster bereikt. Foto’s AFP

correspondent India & Pakistan

Enkele uren voordat de Nobelprijs voor de Vrede niet werd toegekend aan Malala Yousafzai (16), de jonge Pakistaanse strijdster voor het recht op onderwijs, meldden bronnen rond het Nobelcomité dat een van de overwegingen was dat de prijs haar in levensgevaar kon brengen. Ze werd een jaar geleden bij een mislukte moordaanslag door de Talibaan in het hoofd geschoten, waardoor een deel van haar gezicht verlamd raakte. Een dag eerder, donderdag, won ze de Sakharov-prijs van het Europees Parlement, de meest prestigieuze mensenrechtenonderscheiding van de EU. Onmiddellijk bezwoeren de Talibaan haar alsnog ter dood te brengen.

Malala Yousafzai is beroemder dan menig filmster. Ze sprak de Verenigde Naties toe, die 10 november tot jaarlijkse ‘Malala-dag’ hebben verklaard. Ze gaat op de thee bij de Britse koningin, wordt gelauwerd door politici en beroemdheden als Angelina Jolie. Afgelopen dinsdag werd haar autobiografie wereldwijd gepubliceerd. De 3 miljoen dollar die de uitgever haar betaalde, wordt gestort in het Malala Fonds, om onderwijsprojecten te steunen, dat al miljoenen dollars bevat. De eerste donatie ging naar veertig meisjes in de Swat Vallei, waar Malala vandaan komt, om hen in staat te stellen naar school te gaan in plaats van in de huishouding te werken.

Opeens was ze er. Zeker na de mislukte moordaanslag leek de wereld niet meer om haar heen te kunnen. Hoe kon een jong meisje uit een afgelegen vallei uitgroeien tot een wereldwijd icoon voor het recht op onderwijs? Hoe kon ze zo bekend worden dat de Pakistaanse Talibaan haar als een bedreiging gingen zien? Was ze zich bewust van de gevaren?

We hadden een pop nodig

Volgens Syed Irfan Ashraf, de Pakistaanse journalist die haar ‘ontdekte’, waren het Pakistaanse en internationale media die Malala aanmoedigden levensgevaarlijke uitspraken te doen. „We hadden een pop nodig, toch? Een verhaal dat de maag vulde, en dus hadden we Malala nodig, die al die dingen zei. Ieder ander is te bang om dat allemaal te zeggen.” Hij werd na de aanslag op Malala geïnterviewd in het Amerikaanse maandblad Pacific Standard en betuigde spijt. Een Talibaanstrijder vuurde weliswaar de kogel af, maar hij, de journalist, leverde het doelwit.

De constructie van Malala begon eind 2007 met een kort nieuwsitem op DawnNews, een Urdu-talige nieuwszender, over de directeur van een een meisjesschool, Khushal Girls High School & College in de Swat Vallei. De verslaggever, een collega van Ashraf, interviewde leerlingen over de opdringende Talibaan in de vallei. Toen Ashraf op de redactie in Karachi het ruwe materiaal zag, vielen hem de intense blik en het pure taalgebruik van een van de meisjes op. Het was Malala, de toen tienjarige dochter van de activistische schooldirecteur, Ziauddin Yousafzai. Hij verzette zich tegen de opkomst van de Talibaan-mullah Fazlullah in de vallei, die elke vrijdag publiekelijk ‘zondaars’ liet afranselen.

Malala moest de hoofdrol spelen

Toen Ashraf twee jaar later werd benaderd door de The New York Times om een korte documentaire te maken voor de website over de afgekondigde sluiting van alle meisjesscholen in de Swat Vallei door de Talibaan, wist hij wie de hoofdrol moest spelen. Ashraf was langzaam maar zeker activist geworden, gaf hij na de aanslag op Malala toe. Zijn journalistieke distantie was verdwenen. Zijn artikelen en tv-items gebruikte hij als wapens in de strijd tegen het oprukkende moslimextremisme.

Inmiddels was hij bevriend geraakt met Ziauddin, de schooldirecteur. Volgens een reconstructie in Vanity Fair haalde hij hem begin 2009 over mee te werken aan een documentaire over de bedreiging van het onderwijs in de vallei: een gevaarlijke aangelegenheid, want mullah Fazlullah rekende onbarmhartig af met tegenstanders. Toen Ziauddin merkte dat niet alleen hij, maar ook zijn 11-jarige dochter, die opkeek naar haar activistische vader, herkenbaar in beeld kwam, protesteerde hij. „Ik herinnerde hem aan zijn belofte ons een documentaire te laten maken met Malala als hoofdrolspeelster”, vertelde Ashraf in The Pacific Standard. „Maar ik dacht dat jullie alleen een kort interview wilden doen”, wierp Ziauddin tegen. Ashraf besefte dat de strikte codes van gastvrijheid en vriendschap het zijn vriend onmogelijk maakten hem het filmen te weigeren. Hij zette door. In de dertien minuten durende documentaire Class Dismissed, over de laatste dagen voor de gedwongen sluiting van Ziauddins meisjesschool, zegt Malala, die eigenlijk arts wilde worden: „Ik heb een nieuwe droom. Ik moet politicus worden om dit land te redden.”

Eind 2009 maakte de The New York Times een tweede webdocumentaire, van twintig minuten, met Ziauddin en Malala. De familie was inmiddels gevlucht voor het verwoestende offensief van het leger tegen de Talibaan en vond de school gehavend terug. Het gebouw had gediend als kwartier voor de Pakistaanse troepen. Malala liet haar afkeer van de Talibaan openlijk blijken: „De Talibaan maken ons kapot.”

Ik sla hem met mijn sandaal

Ziauddin, gesterkt door de media-aandacht van de The New York Times en DawnNews, liet de voorzichtigheid varen en gaf Malala toestemming voor meer mediaoptredens. Het was nu een publiek geheim dat zij ‘Gul Makai’ was, het populaire onder pseudoniem bloggende meisje van BBC’s Urdu-service. Malala verscheen in een talkshow op Pakistans populairste nieuwszender Geo TV, gepresenteerd door ’s lands bekendste journalist, Hamid Mir. In een populair ochtendprogramma, A Morning With Farah, werd ze opgehemeld door presentatrice Farah Hussain, die haar daarna vroeg of ze bang was voor de de Talibaan. „Als een Talibaanstrijder op me af komt, trek ik mijn sandaal uit en sla hem ermee in het gezicht”, zei Malala. De ongehoorde belediging ontging de Talibaan niet. Volgens hen was de aanslag op Malala niet ingegeven door haar verdediging van meisjesonderwijs, maar door haar „lastercampagne” tegen hun strijders en de „westerse propaganda” die ze verspreidde.

Ziauddin besloot Malala voor te dragen voor de Internationale Vredesprijs voor Kinderen, van de KidsRights Foundation in Amsterdam. Ze werd genomineerd in oktober 2011, won niet, maar vestigde wel haar naam in het prijzencircus. Twee maanden later kreeg ze de Pakistaanse nationale vredesprijs voor jongeren, uitgereikt door premier Gilani. Er werden scholen naar haar vernoemd, en ministers noemden haar geregeld. Eindelijk hadden de Pakistaanse autoriteiten het onschuldige gezicht dat nodig was om hun keiharde campagne tegen de Talibaan, waarbij miljoenen mensen op de vlucht werden gejaagd en burgerslachtoffers vielen, te helpen legitimeren.

Ashraf spreekt er schande van. „Dit conflict hoort niet te worden uitgevochten door Malala, maar door mijn militairen, mijn politie. Dit was camouflage.” Volgens hem kaapte de overheid Malala om de aandacht afleiden van het hardvochtige, chaotische legeroptreden. Als in de Swat Vallei leerlingen protesteren tegen het vernoemen van hun overheidsscholen naar Malala, is dat volgens Ashraf niet omdat Malala’s activisme wordt afgewezen, maar uit protest tegen de overheid die de mensen niet beschermt en scholen blijft gebruiken om militairen in te legeren, een extra reden voor de Talibaan om ze op te blazen.

Hoewel Ziauddin en Malala doodsbedreigingen ontvingen, bleven ze mediaoptredens geven. Ziauddin gaf radiointerviews, Malala verscheen op verschillende Pakistaanse tv-zenders, op de Canadese tv en bij CNN, en kreeg een hoge Pakistaanse dapperheidsonderscheiding. Na de aanslag, begin oktober 2012, verscheen ze op de shortlist van Time Magazine’s ‘Person of the Year’ en plaatste Foreign Policy Magazine haar op de zesde plaats in zijn top-100 van Global Thinkers. Dit jaar won ze alsnog de Vredesprijs voor Kinderen.

Maar terwijl in het buitenland Malala’s ster rees, begon in Pakistan zelf haar neergang. Meteen nadat ze werd neergeschoten was er veel sympathie. Pakistaanse schoolkinderen brandden kaarsen voor haar en droegen protestborden met de tekst „Ik ben Malala”. Toen haar familie echter asiel kreeg in Groot-Brittannië en haar vader een baan bij de Pakistaanse ambassade in Londen, veranderde de stemming. Malala’s familie zou de aanslag in scène hebben gezet om een door veel Pakistanen fel begeerd bestaan in het Westen te kunnen opbouwen, heette het op Facebook. Haar toespraak voor de VN in juli kreeg veel kritiek. Veel Pakistanen beschouwen de VN als verlengstuk van Amerika, het land in wiens handen Pakistan ‘een speelbal’ is. Waarom had ze het in haar toespraak alleen over onderwijs? Waarom sprak ze zich niet uit tegen de Amerikaanse drone-aanvallen?

Malala heeft de Pakistanen niet verenigd tegen de Talibaan, zoals na de aanslag werd gehoopt. Voor de ruimdenkende bovenlaag, die de media domineert, is Malala een heldin. Aanhangers van religieuze partijen zien haar echter als een pion van de Amerikanen. Veel andere Pakistanen beschouwen haar als ‘onpatriottisch’. Er wordt zelfs beweerd dat ze betaald zou zijn door de CIA, een aantijging die absurd lijkt, maar weerklank vindt in Pakistan.

Een team van vijf pr-specialisten

Ook zonder Nobelprijs voor de Vrede is ‘Malala’ een machtig merk. I am Malala, heet haar autobiografie en in interviews spreekt ze soms over zichzelf in de derde persoon. „Het zal ze berouwen dat ze Malala hebben neergeschoten”, zegt ze in een recent BBC-interview. Edelman, een van de grootste publicrelationsbureaus ter wereld, met klanten als Microsoft en Starbucks, heeft sinds november 2012 een team van vijf pr-specialisten aan Malala’s familie ter beschikking gesteld. „Gratis”, zei een woordvoerder van het bedrijf tegen persagentschap AFP.

Het bedrijf biedt Malala een „persafdeling” en adviseert de familie „hoe om te gaan met de enorme aandacht van media en publiek voor Malala’s campagne”. Volgens de firma is er momenteel een wachtlijst van twee maanden voor een interview.

In haar toespraken en interviews geeft Malala Yousafzai blijk van een rotsvast vertrouwen in haar missie: het promoten van onderwijs voor alle kinderen ter wereld, te beginnen in Pakistan. Daartoe wil ze premier van haar land worden, zei ze donderdag tegen CNN’s Christian Amanpour. AFP sprak met mensen uit haar directe omgeving, die bezwoeren dat Malala niet wordt gemanipuleerd, maar dat haar vastberadenheid is ingegeven door haar eigen karakter en overtuigingen.

De journalisten die aan de basis stonden van haar roem, betreuren echter hun rol. Adam B. Ellick, regisseur van de New York Times-video’s, heeft achteraf zijn twijfels of het allemaal wel zo ethisch was. „Ik maak deel uit van een systeem dat hen continu beloonde, dat haar aanmoedigde en steeds bekender, brutaler en openhartiger maakte”, zei hij tijdens een discussie in Boston. Syed irfan Ashraf heeft ronduit spijt. „Het is crimineel wat ik gedaan heb”, zei hij in Vanity Fair. „Ik heb een kind van 11 meegelokt.”