Oorlog in het vliegtuig

Psychologie

Ellen de Bruin Een vliegtuig is het decor van een menselijke territoriumstrijd. Van de stoelleuningenstrijd tot de voetenoorlog.

Vandaag over voetjevrijen, maar eerst over de soorten strijd waarin je in een vliegtuig verzeild kunt raken. Meestal strijd om stoelleuningen. Iemand doet zijn stoel achterover zonder waarschuwen; degene die erachter zit krijgt plotseling zijn krant vol in zijn gezicht of morst een deel van zijn dure drankje. Dat soort ergernissen wordt nog weleens hardop uitgevochten, tot groot genoegen van de andere passagiers, die liever naar iets spannenders kijken dan weer zo’n oude film met Ben Stiller.

Meestal blijft de strijd onbesproken. De meeste mensen begrijpen: ze zitten voorlopig nog met elkaar opgescheept in deze veel te kleine ruimte en het is handig om de stemming zo lang mogelijk goed te houden. Dus wordt wie zijn onderarm op de gedeelde stoelleuning mag leggen meestal woordloos uitgevochten. Wie graag leunt en merkt dat de leuning leeg is, legt snel zijn arm neer. Wie zijn arm op een al bezette leuning kwijt wil, kan proberen voorzichtig, niet al te hard duwend wat ruimte voor zich op te eisen. Wie zijn arm er al lekker heeft liggen, kan besluiten dat duwen volledig te negeren. Je zou het passief-agressief kunnen noemen – een term die in de Tweede Wereldoorlog voor het eerst werd gebruikt: voor soldaten die niet openlijk weigerden mee te vechten, maar die hun verzet uitten door koppig gedrag, traagheid, inefficiëntie en ‘pruilen’, zoals een Amerikaanse kolonel het in 1945 verwoordde. Na de oorlog begonnen psychiaters de term ook enthousiast voor burgers te gebruiken, onder meer voor patiënten in verpleeghuizen en in relatietherapie. Zoals wel vaker heeft de oorlog dus ook op dit punt de wetenschap vooruit geholpen.

De stoelleuningoorlog is trouwens niet het enige type territoriumstrijd die in het vliegtuig wordt uitgevochten. Nu de mensen steeds langer worden, vindt er ook steeds vaker een strijd ónder de stoel plaats, de strijd tussen de strekkers en de buigers. De buiger zet zijn voeten graag een beetje naar achteren onder zijn stoel, waar zo’n lekker steuntje zit waar zijn voeten op kunnen rusten. Daar treft hij geregeld de voeten van een strekker, die zijn benen het liefst vér naar voren werpt, naar het steuntje onder de stoel vóór zich. Je zou zeggen dat er vervolgens een vergelijkbare passief-agressieve intieme dans plaatsvindt als bij de veel bekendere strijd om de armleuning, met boze blikken na landing als resultaat. Maar dat is niet altijd zo. Soms tref je een buiger voor je of een strekker achter je met wie je een nogal agressieve voeteninteractie hebt – veel agressiever dan bij de armleuningstrijd – en dan heb je na de landing toch een oprecht gezellig gesprekje. Na uren armleuningoorlog is dat veel moeilijker.

En dit is het verschil: bij de voetenoorlog kun je doen alsof het niet gebeurd is. Je hebt wel iets gevoeld, maar weet jij veel wat er allemaal onder zo’n vliegtuigstoel zit. Als je je voeten niet ziet, ‘vergeet’ je lichaam soms zelfs dat ze bij je horen, zoals mensen met altijd koude voeten goed weten. En die hele voetenstrijd, jij hebt het niet gezien, de ander heeft het niet gezien, de ogen zijn voor de meeste mensen het dominante zintuig – en kan iets bestaan als het niet wordt waargenomen? Als in een bos een boom omvalt en niemand merkt dat, is het dan gebeurd?Op deze filosofische vragen is het succes van het voetjevrijen gebaseerd: je kunt altijd doen alsof het niet heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de vreedzame afloop van de vliegtuigvoetenoorlog. En alles wat daartussen ligt.