Ook op het werk uit de kast

Homo’s voelen zich goed op de werkvloer Ze krijgen dezelfde kansen als heteroseksuelen, blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau Een roze netwerk en een feestboot helpen

Verslaggever

Ze moesten aan het idee wennen – een eigen homonetwerk binnen ING. De top van de bank was een beetje bezorgd wat sommige klanten ervan zouden denken. En op intern activisme zat het bedrijf ook niet erg te wachten. Het duurde dus even voor de aanvragers reactie kregen, vertelt David Pollard, die het netwerk opzette. Activistische plannen hadden ze niet. „We wilden gewoon laten zien dat we bestaan.”

Uiteindelijk ging de bank met het plan akkoord. Dat was in 2004. De Gay & Lesbian Association van ING werd het eerste homonetwerk bij een groot Nederlands bedrijf. Op de eerste ING-boot op de Gay Pride stonden de opvarenden niet in string, vertelt Pollard, maar allemaal strak in pak.

Inmiddels zijn er tientallen werkgevers met zulke netwerken. Allemaal voeren ze ‘diversiteitsbeleid’, in kantoortaal. Speciaal beleid dus, voor een goede positie van homoseksuele werknemers. Valt daar dan nog zo veel aan te verbeteren?

Dat blijkt best wel mee te vallen. Homoseksuele werknemers – mannen en vrouwen – zijn ongeveer even tevreden, krijgen evenveel kansen en worden net zo weinig gepest als hun heteroseksuele collega’s. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat gisteren werd gepubliceerd.

Het is de eerste grote Nederlandse studie naar homoseksualiteit op de werkvloer. Openlijke intimidatie of wegpesten van homoseksuelen „lijken niet (meer) aan de orde van de dag”, concludeert het SCP. De uitkomsten zijn „verrassend”, zegt onderzoeker Lisette Kuyper. „Positiever dan we op basis van eerdere kleinere studies hadden verwacht.”

Dat is dus goed nieuws. Maar verbeterpunten zijn er wel degelijk. De helft van de bijna 10.000 ondervraagde werknemers – waarvan bijna 6 procent homoseksueel – zegt dat er op het werk grappen over homo’s worden gemaakt. En dat zijn dan geen grappen die voor homoseksuele collega’s erg grappig zijn. Verder maakt nog lang niet iedereen zijn geaardheid op het werk bekend: maar 40 procent doet dat. Biseksuelen ervaren bovendien wél problemen. Zij zijn minder tevreden op hun werk en voelen zich vaker geïntimideerd.

Aandacht voor „minderheden” op de werkvloer helpt, schrijft het SCP. Bijvoorbeeld in de vorm van beleid om discriminatie tegen te gaan. Of een roze netwerk of meevaren op de Gay Pride. Dat is goed voor het „welzijn” van de werknemer. Homo- én heteroseksuele.

Maar hoe dan?

Consultant Simone Zwaga heeft ervaring. „Een netwerk maakt het makkelijker op het werk uit de kast te komen.” Of überháupt uit de kast te komen. Toen de 25-jarige Zwaga drie jaar geleden bij accountantskantoor PwC begon, wist niemand dat ze op vrouwen valt – ook haar familie en vrienden niet. Vóór die het te horen kregen, meldde ze zich bij het Gay & Lesbian Network van PwC. Het bestaan ervan gaf vertrouwen. „Ik wist: homoseksualiteit wordt geaccepteerd.”

Strak in pak tijdens de Gay Pride

Maar als het zo geaccepteerd is, waar is een Gay & Lesbian Network dan voor nodig? „Niet ter bescherming”, legt Zwaga uit. „Gelukkig niet.” Het is ook niet alsof ze als clubje elke week bij elkaar komen, eerder een paar keer per jaar. Om te praten over werken in het buitenland, bijvoorbeeld. „Dat wordt erg aangemoedigd. Maar ik wil niet naar Rusland, om maar iets te noemen.” En de Gay Pride natuurlijk – dan staat Zwaga met haar collega’s op een boot.

Tussen boten van tientallen andere werkgevers. Zo ook het ministerie van Defensie – een werkgever waar homoseksualiteit tot 1974 verboden was. Dit jaar zelfs met minister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) aan boord, met wapperende roze sjaal. „Dat is mooi, maar er valt ook nog een hoop te verbeteren”, zegt Peter Kees Hamstra, voorzitter van Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht (SHK).

Een roze netwerk en een feestboot zijn geen garantie voor acceptatie. Het is nu „stukken beter” dan toen hij in de jaren negentig bij Defensie begon, vertelt de 53-jarige Hamstra. „Maar homo is voor veel militairen nog een scheldwoord.” Een enkele keer komt het tot fysiek geweld. Op een dag kan de SHK zichzelf opheffen, is de hoop van Hamstra. „Omdat we niet meer nodig zijn. Maar zo ver is het nog niet.”

Vooralsnog zijn het vooral grote internationale bedrijven en overheidsorganisaties die aandacht besteden aan homoseksualiteit binnen de organisatie. Philips, KPN en Rijkswaterstaat bijvoorbeeld. Met overwegend hoogopgeleide werknemers in grote kantoren.

Maar een netwerk voor homoseksuele truckers is er bijvoorbeeld niet, zegt een 21-jarige vrachtwagenchauffeur. Zijn collega’s weten niet dat hij een vriend heeft. En dat wil hij voorlopig zo houden. Op zijn vorige werk, in een magazijn, vertelde hij wél dat hij op mannen valt. Een slecht idee, zo bleek. Zijn collega’s begonnen hem te negeren toen ze het wisten. „Echt actief negeren. Overdreven hun hoofden wegdraaien als ik langsliep.”

In zijn nieuwe baan kijkt deze Friese vrachtwagenchauffeur wel uit. „Soms moet ik dus liegen.” Hij zegt het haast schuldbewust. Zou een homonetwerk iets oplossen? De chauffeur denkt even na. „Dat werkt misschien juist averechts”, zegt hij dan. „Om je ook nog eens af te zonderen in een apart groepje.” Dat zoiets op kantoren wel werkt, kan hij zich voorstellen. Maar in de „mannenwereld” waarin hij rondrijdt? Nee. Voorlopig houdt hij werk en privé strikt gescheiden.

„Op een kantoor in de Randstad hebben homoseksuelen het makkelijker dan in een fabriek in Terneuzen”, zegt ook voorzitter David Pollard van stichting Workplace Pride – die eerder het ING-netwerk oprichtte. Hij is hard bezig ook andere sectoren aan de roze borrels te krijgen. „De industrie, transport, het midden- en kleinbedrijf”, somt hij op. Maar makkelijk is dat nog niet.

Het mag beter gaan dan we dachten, homonetwerken hebben nog meer dan genoeg bestaansrecht, vindt Pollard. Over opheffen denkt hij helemaal niet na. „Misschien als alles pico bello in orde is.”

    • Teri van der Heijden