Olga, dochter van Cindy

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: een shetlander met een sjaal.

Mij was verteld dat ik beter niet naar De Nieuwe Wildernis kon gaan, de film over de ruige natuur in de Oostvaardersplassen. „Jij gaat huilen.” In de film zit namelijk een zwart konikveulen dat de wildernis niet aan kan.

Ik zag hoe het zwarte veulen op wiebelige poten bij zijn moeder dronk. Ik zag hoe mager het bleef en hoe het stond te rillen van de kou. Ik zag dat het stervende was. Maar ik hield het droog.

In plaats daarvan ergerde ik me aan de voice-over. Toen het zwarte veulen dood was, kwam een groepje paarden in beeld en zei de stem: „De familie rouwt om de dood van het veulen.” O ja? Hoe weet hij dat? Heeft de familie soms kaarten verstuurd? „Een oude vriend komt een laatste groet brengen”, klonk het toen een roodborstje bij een dood paard neerstreek. Pardon? Heb ik iets gemist: waren ze bevriend op Facebook? Ik vind: we moeten niet doen alsof dieren mensen zijn.

Dat geldt natuurlijk niet voor mijn eigen shetlander: Olga van Havelterberg, dochter van Cindy van de Doornweerd en Eminent van Zevenhuizen. Voor haar hebben we wel eens een sjaal gebreid. Haar staart wasten we met paardencrèmespoeling. We staken madeliefjes in haar manen. Op haar verjaardag kreeg ze wortelhavertaart.

Maar dat is echt heel iets anders. Als je op de Oostvaardersplassen ‘Borrrrrrrrrrreltijd’ roept, dan zal er geen konikpaard op of om kijken, maar Olga van Havelterberg begint bij dat woord heel zachtjes te hinniken, omdat ze weet dat zij, na het ploppen van een kurk, ook altijd iets krijgt.

Ze staat bij ons huisje in Frankrijk. Na de scheiding kreeg mijn ex het huisje en ik de pony. Maar wat moet je met een beestje als je geen huisje en boompje meer hebt? Nederland kampt met een groot ponyoverschot. Een cavia gratis wegdoen is makkelijker. De kans dat die wordt geslacht is ook veel kleiner. Mijn jongste dochter huilde hete tranen. Ooit schreef ze in een vriendenpaardenboekje achter het lemma ‘Geslacht’: „Nee!” Nu las ze in de krant: ‘Paardensteak weer op de kaart’.

Toen gaf iemand me het nummer van Jan, van de kinderboerderij in de buurt. En Jan bleek – geloof het of niet – op zoek naar een pony. Puur toeval. En Jan gelooft in toeval. En in een goed verhaal. Anders hadden op zijn kinderboerderij nooit twee minishetlanders met dwerggroei gestaan. Die redde hij ooit van de slacht. Tegen zijn vriendin zei hij: „Ik heb twee prachtige paarden voor je op de kop getikt: een springpaard en een renpaard.” Toen de trailer voorreed, was zijn vriendin tot tranen toe geroerd, tot ze de misvormde Skye en Lewis, iets minder dan 40 centimeter hoog, van de laadklep af zag schuiven.

Zo’n man is Jan. Over twee weken rijdt hij met zijn veewagen naar Frankrijk om Olga van Havelterberg op te halen. Dan staat ze voortaan – als onbezoldigd ambtenaar van de gemeente Amsterdam – in het mooiste park van de stad in een gloednieuwe stal. Door het raam kan ze kijken naar de geiten en hangbuikzwijnen.

Het spijt me lief zwart veulen, maar daar moet ik – zo zijn mensen – dus wel van huilen. Omdat ik van haar toevallig wel en van jou niet weet hoe lekker ze ruikt. Omdat ik op haar rug de beste ideeën had (en de risee van het dorp werd), en niet op die van jou.

Met dank dus aan Jan, die ik een fles Montepulciano d’Abruzzo cadeau ga doen. Volgens een kenner smaakt dat heel lekker bij paard.