‘Meer lef en vertrouwen’

Bondscoach van het Belgische hockeyelftal.

‘Er is een enorme flow ontstaan in België, er is eindelijk iets te vieren, alles is nieuw, iedereen is enthousiast. Belgische sportteams eindigden nooit hoog. Nu inspireren ze elkaar, de voetballers, hockeyers, volleyballers. Voor het EK hockey in Boom zijn we met de nationale ploeg naar een wedstrijd van de Rode Duivels geweest. Die hockeyers volgen de voetballers op de voet. Het is een soort oranjegekte, maar dan in het rood.

„Het is niet alleen de sport, ook het bedrijfsleven. Je ziet tegenwoordig Belgische CEO’s bij Nederlandse bedrijven, zoals Heineken. Ik zie parallellen met de sport. Belgen zijn heel gedisciplineerd, ze nemen hun studie heel serieus. Dat zie ik terug in de sport. De bereidwilligheid om ergens voor te kiezen is heel groot. Belgen zijn bescheiden, werken hard, en slaan zichzelf niet te snel op de borst. Mijn jongens zullen niet snel naast hun schoenen lopen. In topsport moet je je altijd willen verbeteren, niet gauw tevreden zijn. Ik ben een jaar bezig, we hebben nog geen dip gehad. Je zou een terugslag verwachten als je de Hockey World League wint, maar deze jongens hebben nog steeds honger.

„De bescheidenheid is in België overgegaan in trots, lef. Een Belg zegt heel snel: dat kan ik niet, terwijl hij het echt kan. Bij een Nederlander is dat wel eens andersom. De Belgen komen erachter dat ze helemaal niet minder zijn dan anderen.

„De Belgische overheid heeft ook een rol gespeeld, men steekt veel geld in de sport. Ze hebben gezien dat sport verbroedert. Het onderscheid tussen Nederlandstaligen en Franstaligen merk je wel in de politiek, maar niet in de hockeyploeg. Wij hebben geen groepjesvorming, iedereen praat met elkaar. België heeft jarenlang Australische hockeycoaches gehad, dus de voertaal bij ons is Engels. Dat heb ik doorgezet. De coach is er niet voor de een of de ander, maar voor een gezamenlijk doel: een medaille winnen. De taalkwestie speelt in de ploeg veel minder dan erbuiten.

„In het begin liep ik wel eens tegen een probleem op. Dan had ik een voedingsdeskundige die alleen de Vlaamse sporters mocht ondersteunen, omdat ze vanuit Vlaanderen werd betaald. Dat zie je nu langzaam verdwijnen, ook door onze instelling. Wij accepteren het niet, wij zijn één team. Dat zag je ook bij het EK in Boom, waar onze hockeyers a capella het Belgische volkslied zongen, in het Frans en in het Nederlands. De koning zei tegen ons: dank je wel, dat jullie het signaal afgeven dat we één zijn.

„Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité heeft een grote bijdrage geleverd aan de professionalisering van de sport. Belgische sporters hebben nu ook financiële ondersteuning, vergelijkbaar met de A-status in Nederland. Ik krijg vanuit het olympisch comité een veel groter budget om mijn programma te perfectioneren. Ik heb vier man fulltime in dienst, trainers, een inspanningsfysioloog.

„Vroeger kregen de Vlaamse jongens meer geld dan Franstalige sporters, of het ene comité wilde niet betalen voor de andere helft van het team. Nu zitten we allemaal aan één tafel. Dat heeft heel veel verbeterd in de structuur en de financiën. Daardoor zijn de programma’s gigantisch gegroeid.”

Rob Schoof

    • Rob Schoof