Makelaar Pechtold is spil in spel

Na de mislukte ‘zomerflirt’ met de coalitie lag Alexander Pechtold in de touwen. Maar met het begrotingsakkoord is hij weer helemaal terug.

Ze presenteerden het akkoord op het ministerie van Financiën, waar ze nachten onderhandelden. Van links naar rechts fractievoorzitters Halbe Zijlstra (VVD), Diederik Samsom (PvdA), Alexander Pechtold (D66), Arie Slob (ChristenUnie), Kees van der Staaij (SGP), een woordvoerder, ministers Jeroen Dijsselbloem (Financiën), en Lodewijk Asscher (Sociale Zaken), premier Mark Rutte. Foto David van Dam

Eén ding stond vanaf dag één vast: als er een akkoord kwam, mocht Alexander Pechtold bij de presentatie als eerste spreken. Omdat D66 de grootste is van de drie oppositiepartijen. Maar ook omdat hem, als spil van de onderhandelingen, een moment van glorie gegund moest worden.

Hij was het die tijdens een nachtelijke sessie in het Torentje bij het kabinet de eerste aanpassingen aan het sociaal akkoord afdwong. En hij was het die de onderhandelingen begin deze week op scherp zette door te verkondigen dat ze in een „cruciale” fase waren beland.

Het eindresultaat is voor D66 misschien niet zo indrukwekkend als tevoren op basis van Pechtolds boude statements was verwacht. Maar hij heeft wel zijn zin gekregen op alle punten die voor D66 belangrijk zijn: lastenverlaging, meer geld voor onderwijs, aanpassing en versnelling van het sociaal akkoord.

Louter vriendelijk heeft Pechtold zijn doel niet behaald. Naar buiten toe is de D66-leider every inch a gentleman: welbespraakt, goedgekleed, de haren in een nette zijscheiding. Maar binnenskamers, zeggen betrokkenen, ging de afgelopen twee weken de hele trukendoos open: boos worden, dreigen met weglopen, een-tweetjes eisen met Rutte en Dijsselbloem. Het gaat ergens om, en dan is alles geoorloofd – dat is het motto van Pechtold.

Anders dan de twee andere ‘constructieve’ oppositieleiders, Arie Slob (ChristenUnie) en Kees van der Staaij (SGP), was Pechtold ook uit op genoegdoening. VVD en PvdA wilden een jaar geleden toch niet dat D66 meedeed aan het kabinet, hoewel dat inhoudelijk goed had gekund? Dan mochten ze nu de hoofdprijs betalen.

Het akkoord van gisteren markeert het einde van een frustrerend jaar voor de D66-leider. Terwijl Rutte II akkoord na akkoord sloot met maatschappelijke organisaties, lukte het zijn partij maar niet om een voet tussen de deur te krijgen – hoewel het kabinet zijn steun hard nodig had in de Eerste Kamer. Hij gruwelde van al die onderonsjes met de polder die de ambities uit het regeerakkoord deden verwateren. „Waar het kabinet draagvlak zocht, vond het remkracht”, schreef hij in een opiniestuk in deze krant.

Zo veranderde zijn „constructief-kritische” houding al snel in een louter kritische opstelling. Het kabinet maakt te weinig haast met hervormingen, er gaat kostbare tijd verloren, straks kunnen we alleen nog maar bot bezuinigen – dat was de boodschap die Pechtold er telkens inhamerde.

Vanaf het voorjaar stapelden de incidenten rond Pechtold zich op. Onderhandelingen met het kabinet over onderwijs en kindregelingen liepen vast. Hij maakte publiekelijk ruzie met VVD en PvdA over wat een ‘zomerflirt’ werd genoemd, gesprekken op het Scheveningse strand over toetreding van D66 tot het kabinet. Er gingen geruchten dat hij overwoog te solliciteren als burgemeester van Utrecht.

Op het Binnenhof nam de ergernis over Pechtolds optreden toe. Collega-oppositiepartijen laakten zijn „dirigentendrang”: hij wilde alleen overleggen op zíjn fractiekamer. Bij de coalitie werden ze gek van de eisen van ‘rupsje nooitgenoeg’. Vlak voor Prinsjesdag omschreef een bewindspersoon hem als „een enorme ijdeltuit”.

Een begrip in coalitiekringen is de ‘fuik van Pechtold’: je denkt een vertrouwelijke ontmoeting te hebben met de D66-leider, maar aangekomen bij zijn kamer loop je tegen een horde wachtende journalisten aan. Pechtold speelt vervolgens de vermoorde onschuld: hij heeft geen idéé hoe die journalisten daar beland zijn.

Al die irritatie kon hem geen bal schelen. Uiteindelijk, zo wist Pechtold, zou het kabinet weer bij hem aankloppen. Kwestie van rekenen: dankzij een onwillig CDA was D66 de spil van iedere oppositioneel verbond met enige kans van slagen, dus mocht de prijs hoog zijn.

Het is precies zo gegaan. Iedere keer dat de afgelopen weken een partij afhaakte, werd Pechtolds positie sterker. En hoe sterker zijn positie, hoe milder de toon. Bij de presentatie gisteravond was de verbetenheid van de afgelopen maanden verdwenen. De buit was binnen, de vrede met het kabinet getekend. Althans: voorlopig. Zijn laatste zin: „Er valt nog veel te doen voor D66 in de oppositie.”

    • Thijs Niemantsverdriet