Let op, volgend jaar verbranden hier mensen

Het voormalig hoofdkantoor van de KPN in Amsterdam-West. Foto Hans Bot

Eerst dit. Vorige week is nagedacht over de vraag waarom het geluid van een rondcirkelende helikopter zo sterk varieert. Het ene moment is het een bescheiden gebrom, dan opeens wakwakwakt het dat het een aard heeft. De geraadpleegde literatuur (probeer eens Google: why do helicopters m....) gaf een aannemelijke verklaring, maar het lag voor de hand om ook Delftse vliegtuigbouwers te raadplegen. Er werden er drie benaderd, maar ze bleken onbereikbaar. Van de weeromstuit is hier genoteerd dat Delftse vliegtuigbouwers altijd vergaderen of op reis zijn.

De Delftenaren zijn er bedroefd van geworden, want, ja, ze vergaderen veel en zijn ook veel op reis, maar, ha, ze vergaderen ook vaak niet en zijn ook vaak gewoon in Delft. Dan geven ze college of doen praktisch werk of wat ook. In álle gevallen lezen ze én beantwoorden ze hun e-mails, en dat stond niet in de krant.

De AW-redactie biedt hier haar excuses aan, en niet tandenknarsend zoals de minister van Buitenlandse Zaken wel eens doet, maar hartgrondig of volmondig of hoe dat heet. Ze hádden allen geantwoord, maar dat kon hier niet meer gemeld worden. De kwestie is dat de AW-rubriek tegenwoordig een dag eerder binnen moet zij dan vroeger, de Delftse e-mails arriveerden toen de tekst al niet meer bereikbaar was.

Godzijdank zat de interpretatie die van AW-wege van de literatuur was gemaakt niet ver naast de waarheid. Helikopters sturen hun luidste lawaai in heel specifieke richtingen en de burger hoort het pas als hij precies binnen de lawaaikegel belandt.

De helikopteraflevering stond in het teken van onbewuste waarnemingen – want die bestaan. De aflevering van de week ervoor zat in dezelfde hoek. Je hoort in dit jaargetij zachte vogelzang die bekend klinkt en toch vreemd is. De kans is groot dat je het associeert met rijpe vlier- en lijsterbesbessen, want het zijn vooral merels die het voortbrengen. Het is subsong: zangoefening van onvolwassen merelmannetjes. Lezer Klaas Meijer herinnert zich dat subsong vijftig jaar geleden ‘fluisterzang’ genoemd werd. Hij kent het niet alleen van de merel, maar ook van de roodborst en de koolmees.

Maar hier dreigt verwarring: er is ook nog zoiets als whisper song. Volgens een blog van Nathan Pieplow op de Amerikaanse site earbirding.com was ‘whisper song’ aanvankelijk (al in 1914) de aanduiding voor wat later (na 1936) ‘subsong’ ging heten. Maar inmiddels heeft een betekenisverschuiving plaats gevonden. Subsong staat nu voor het gebrekkig, zacht zingen van onvolwassen vogels of volwassen mannetjes met een lage seksuele motivatie. Babygebrabbel. Whisper song is ook zacht maar juist geraffineerd en volledig en bovendien: sterk seksueel geladen, aldus Pieplow. Hees gefluister!

Op 21 september ging het over de korte duur van de burgerlijke schemering tijdens de equinox, rond 23 september. Waarom heet die schemering burgerlijk vraagt nu de mevrouw die eerst vroeg waarom hij kort was. Tja. In het Engels heet het ‘civil twilight’. Het is de periode tussen zonsondergang en het moment waarop de zon 6 graden onder de horizon staat. Na de burgerlijke schemering komt de nautische schemering die duurt tot de zon nog eens 6 graden verder is gezakt. Al die tijd is op zee nog de horizon te zien, daarna niet meer. Misschien is het ‘civil’ ingevoerd om het van het nautische te onderscheiden. Je weet het niet.

Er was ook een lezer die schreef dat je het niet over zonsopgang moet hebben maar zonsopkomst. De zon gaat onder maar komt op. ’t Is waar, maar deed toch even denken aan de lezer die geregeld komt zeggen dat het niet ‘er vanuit’ is, maar ‘ervan uit’. Ervandoor, denk je na de zoveelste correctie.

De AW-redactie had een griezelige ervaring toen zij nog geen twee dagen na het stukje over die schemering, dat zomaar in een poëtische beschouwing over het blauwe uur (l’heure bleue) overging, aan het eind van het boek After Leaving Mr.Mackenzie van Jean Rhys in exact zo’n blauw uur terecht kwam. In Parijs. ‘It was the hour between dog and wolf, as they say’, is de laatste zin van Rhys.

Entre chien et loup, heette dat nog in de AW-rubriek. Nog huiveringwekkender werd het toen bleek dat een biografie van Rhys de titel The Blue Hour had gekregen. Nooit heeft een mens het over het blauwe uur en opeens struikelt hij erover. Achteraf bleek het eenvoudig in elkaar te zitten. ‘Mr.Mackenzie’ kwam uit een verzameling boeken van een fervente Rhys-liefhebber die op het Waterlooplein was terecht gekomen. Werkelijk álles van Rhys lag daar, en ongetwijfeld ook die biografie The Blue Hour. De titel is onbewust waargenomen – zo moet het zijn gegaan. En zo kwam het dat tijdens het denken over de korte schemertijd opeens het blauwe uur te binnen schoot. Enzovoort.

De foto links is toegestuurd door lezer Hans Bot nadat hier op 7 september geschreven was over een Londens kantoorgebouw dat als brandspiegel werkt. De kromme gevel die bijna helemaal uit glas bestaat bundelt zonlicht en zonnehitte in zijn brandvlak en daar verschroeit vanalles.

Wij hebben ook zo’n gebouw, schrijft Bot in zijn mail. Het is ‘The Dam’ , het voormalig hoofdkantoor van de KPN in Amsterdam-West, een van de vele maffiavastgoedkantoren die inmiddels alweer leeg staan. Je kunt de karakterisitieke lichtweerkaatsing tegen een spiegelend cilindrisch oppervlak, de kaustische kromme, op het plaveisel zien. Let ook op de verschroeide struiken. Volgend jaar verbranden hier mensen, want het kantoor wordt een hotel met 478 kamers.