Kommer bokst nog even door

In de Dutch Windmill Club, vernoemd naar de bijnaam van bokslegende Bep van Klaveren, staat de 85-jarige Kommer van Eersel nog twee keer per week in de ring.

Zeventig jaar geleden verbood de vader van Kommer, Jacob van Eersel, zijn zoon ooit nog te gaan boksen. Want op zijn eerste dag bij boksschool Van ’t Hof had men de vijftienjarige Rotterdammer laten voelen wie er de baas was. Kommers gezicht zag er niet uit toen hij thuiskwam.

Een jongen trekt zich natuurlijk niets van het boksverbod aan. Vijf jaar was Kommer van Eersel toen hij in 1933 verhuisde naar de vooroorlogse stad van Pietje Bell. Hij had zo kunnen aansluiten bij roversbene De Zwarte Hand: Pietje, Peentje, Engeltje en Kommer – je ziet het voor je.

Kommer vertrok nooit meer uit Rotterdam, afgezien van de twee jaar waarin hij als marinier het vaderland diende in het toen nog net niet verloren Indië. Van zijn veertiende tot zijn AOW werkte Kommer ‘in het fruit’, de kisten op de handelsmarkt waren te zwaar om te combineren met wedstrijdvechten. Maar hij bleef boksen, de laatste twintig jaar elke maandag- en donderdagochtend bij de Dutch Windmill Club, het Crooswijkse toevluchtsoord voor boksers van boven de vijftig. Kommer is op zijn 85ste nog de schrik van menige jongere ‘oudere’ bokser. Dat had zijn vader vast mooi gevonden.

    • Bastiaan Heus
    • Arjen Fortuin