Integratie? Dat boeit Den Haag niet meer

Eind jaren tachtig trok Han Entzinger, toen hoogleraar migratiestudies in Utrecht, een gewaagde parallel. In een interview zei hij: „Weldra zal de Middellandse Zee een net zo hoge barrière worden als de Rio Grande, maar zullen er toch mensen overheen komen, van wie velen illegaal.” De aantallen migranten uit Noord-Afrika bleken toen al niet veel af te wijken van wat er over de Mexicaans-Amerikaanse grens kwam. Dat gaf ruzie met Entzingers Utrechtse collega’s. Hij had dit niet mogen zeggen, want zo maakte hij het ministerie van Justitie wakker en zouden er misschien strengere maatregelen volgen. Naïever kan haast niet.

Eind september nam Entzinger afscheid als hoogleraar in Rotterdam, waar hij sinds 2001 doceerde. In zijn rede vertelde hij dat hij eerstejaarsstudenten altijd deze vraag voorlegde: „Stel je voor, alle grenzen in de wereld worden opgeheven. Wat gebeurt er dan?” Het antwoord was steevast: gegeven de verschillen in economische kansen en politieke vrijheden zal de internationale migratie dramatisch toenemen. Waarop de professor vroeg: „En wat gebeurt er dan?” Ze zeiden allemaal: als nationale staten blijven bestaan, zullen die de grenzen weer dichtgooien. Hard, maar waar.

Aan zulk realisme over migratie en migranten heeft het lang ontbroken in Nederland. De politiek heeft sinds de komst van golven nieuwkomers in de jaren 70 lang gedacht dat ze wel weer huiswaarts zouden keren. Toen eenmaal doordrong dat dit niet zo was, wist Den Haag niet goed raad met hen en deed ze een beroep op sociale wetenschappers. De onderzoeksopdrachten golden vooral achterstanden, discriminatie en ontwikkelingen in migrantenculturen. Veel onderzoekers lieten zich, net als Entzingers Utrechtse collega’s, leiden door mededogen met deze landverhuizers. Maar daar waren die niet mee geholpen.

Deze verstrengeling van beleid en onderzoek zorgde voor verkokering. Men zag alleen ‘minderheden’ – Turken, Marokkanen etc. Tot een toenadering tussen gevestigden en nieuwkomers leidde deze groepsaanpak niet. Het duurde jaren voordat niet ‘minderheden’, maar ‘integratie’ centraal stond in beleid en onderzoek.

Nu Nederland eindelijk erkent dat het een immigratieland is, buigen sociale wetenschappers zich over de vraag hoe dat eigenlijk in zijn werk gaat, integreren. Maar nu heeft de politiek geen belangstelling meer. Die zet een eigen, doctrinaire lijn uit: assimileren, en wel voor eigen rekening. Zo niet, dan volgen boetes en uiteindelijk uitzetting.

    • Dirk Vlasblom