In Gravity zit het haar niet goed

Sandra Bullock met ‘gewoon’ plat haar. Foto AP

Rondvliegend schroot in de ruimte is een echt probleem, dus het uitgangspunt van de film Gravity deugt. Toch zitten er de nodige missers in. En dat ondanks de betrokkenheid van een wetenschappelijk adviseur: dr. Kevin Grazier, astrofysicus bij het Jet Propusion Lab in Pasadena. Hij werkte eerder onder andere mee aan Battlestar Galactica. Mede dank zij hem wordt Gravity geroemd om de realistische ruimtepakken, satellieten en achtergronden met sterrenbeelden, en ook om de overtuigende gewichtloosheid. Maar er is dus ook kritiek. Puinzwermen zoals die in de film voorbijkomen, zo groot en zo veel bij elkaar, zijn volstrekt niet realistisch. De snelheden zijn rond de tien kilometer per seconde, dus zelfs grote brokstukken zie je echt niet langsvliegen – laat staan dat je ze herkent, zoals George Clooney doet. Als Sandra Bullock zich loskoppelt van de getroffen robotarm, wentelt ze een keer per seconde om haar as. Even later is dat nog maar eens in de vijf seconden. Kan niet.

Nieuwssite Ars Technica raadpleegde Zeb Scoville van NASA, expert in ruimtewandelingen. Hij heeft aanmerkingen op George Clooneys ‘rijstijl’. Alleen al de manoeuvre waarmee hij de in nood verkerende Bullock benadert, zou al zijn brandstof opsouperen. De Amerikaanse media-astronoom Neil DeGrasse Tyson wijdde een stroom tweets aan de film. Een van de grappigste: waarom staat Bullocks haar niet alle kanten op? Zonder zwaartekracht blijven lange haren niet netjes langs je hoofd hangen. En het meest genoemde bezwaar: je kunt niet van de baan van de Hubble-telescoop naar die van het ruimtestation ISS komen. Daarvoor zijn die banen te verschillend.

In antwoord op de kritiek zei adviseur Grazier tegen magazine The Atlantic: „Wie droomt van een baan als wetenschappelijk adviseur in Hollywood... moet eerst maar wat lessen scenarioschrijven nemen. Leren wat de zorgen zijn van de schrijver”, zegt hij tegen The Atlantic. „Je moet als adviseur weten wanneer je kunt vasthouden aan de wetenschap en wanneer niet. Het verhaal heeft altijd voorrang.”

    • Herbert Blankesteijn