Ik schrijf geen zoete rijmelarij

Een beroepsbestuurder die niet schrijft, dat is pas curieus, vindt Arthur Docters van Leeuwen (68). Hij was de baas van financieel toezichthouder AFM, inlichtingendienst BVD (later AIVD) en het Openbaar Ministerie. Dit weekend verschijnt zijn dichtbundel Weggewaaid.

Tekst Rinskje Koelewijn, foto Andreas Terlaak

Rariteit

„In de zeventiende, achttiende eeuw was het volstrekt normaal dat hoge ambtenaren ook schreven. Sterker nog, je telde niet mee als je het niet deed. P.C Hooft, Constantijn Huygens, Willem de Clerq: allen gezagsdrager én dichter. Die vanzelfsprekendheid zijn we ergens deze eeuw kwijtgeraakt in Nederland. Iemand van mijn statuur die sprookjes en gedichten schrijft, is nu een rariteit. [Zijn boek Late sprookjes verscheen in 2011]. Maar kijk naar mijn Engelse collega’s. Een vroeger hoofd van de MI5, de contraspionagedienst, schreef niet onverdienstelijk thrillers. De voorzitter van de FSE, de Britse beurswaakhond, schrijft literatuurkritieken voor The Times.”

Versjes

„Mijn moeder liet me versjes schrijven voor Oom Henks kinderhoekje in de Zeister Courant. Voor elk geplaatst gedicht kreeg je punten waarmee je spaarde voor een busreisje. Ik herinner me een uitje naar de speeltuin in Harderwijk. Ik had een gloeiende pest aan die rijmpjes, maar vond dat ik het moest doen. Later, op mijn zestiende, schreef ik verhalen, zoals elke puber op het gymnasium. Later publiceerde ik onder het pseudoniem Hein Wybrand een bundel. Een verhaal daaruit is nu opgenomen in De Nederlandse erotische literatuur in 80 en enige verhalen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij het teruglezen enige trepidation voelde, zoals de Engelsen zeggen. Angst en beven. Maar het literaire gehalte viel me reusachtig mee.”

Proefschrift

„Toen ik de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten leidde, en tegelijkertijd de Europese, werkte ik zestig uur per week. Nu een uur of veertig. Ik kan niet helpen dat ze me steeds voor moeilijke dingen vragen. Vorig jaar leidde ik een onderzoek naar de advocatuur, nu zit ik in een onderzoekscommissie die nadenkt over de modernisering van de diplomatie. Ondertussen vordert mijn proefschrift gestaag. Het onderwerp is de institutionalisering van overheidsorganisaties. Promotor is Uri Rosenthal.”

Mummie

„Ik ben amateur-archeoloog. Mai Spijkers van uitgeverij Bert Bakker vroeg me of ik een toespraak wilde houden bij de presentatie van een boek over de protohistorie van Nederland. Een dik, wetenschappelijk werk. Ik zat ermee in de maag. Als het over Romeinse opgravingen gaat, hou ik me staande, maar van protohistorie weet ik niks. Ik herinnerde me dat ik nog een gedicht had liggen. De Deense dode, over een mummie. Dat droeg ik voor. De uitgever zat in het publiek en vroeg meteen of ik nog meer materiaal had liggen. Ik had toevallig net wat sprookjes geschreven. Daar heeft hij zich toen flux mee uit de voeten gemaakt. Daarna ontfutselde hij me mijn gedichten.”

Defectieve gezondheid

„De generatie geboren in de jaren ’44 en ’45 mag graag tegen elkaar zeggen dat dat geen geweldige bouwjaren waren. Als kind was ik veel ziek. Astmatische bronchitis, voorhoofdsholteontsteking. Destijds werd bedrust voorgeschreven. Tegenwoordig word je pal na de narcose je bed uit geschopt. Onaangenaam, maar wel beter. Door al dat liggen, speelde mijn rug op. Ik kan niet zeggen dat ik erg onder mijn defectieve gezondheid heb geleden. Mijn vriendjes kwamen bij me thuis spelen, en ik heb geen klas gedoubleerd. Ik ben nu gezonder dan toen. Ja, ik heb suikerziekte. En reuma. Vorig jaar ben ik acht keer geopereerd. Nierstenen. Vijf keer met narcose, en drie keer zonder. Toch is de mortaliteit onder mijn generatiegenoten niet hoog. Krakende wagens zijn we. Maar we rijden.”

Bomen knuffelen

„Ik ben decaan van een topleergang bij de NSOB, een postdoctorale, particuliere opleiding voor ambtenaren. Instapniveau voor de cursisten is directeur-generaal, secretaris-generaal, bestuursvoorzitter. Kennis en kunde hebben mensen van dat kaliber al. Ze komen meer voor Bildung dan voor Ausbildung. Ze hebben inzicht nodig. Dat krijg je niet door met bomen te knuffelen, maar door met interessante mensen te praten. Gastcolleges van wetenschapper Robbert Dijkgraaf, de bisschop van Groningen, kunstenaar Aus Greidanus. Een topbestuurder moet de tijdgeest verstaan. Ben je te vroeg, dan ben je spuit elf. Ben je te laat, dan heet je wereldvreemd.”

Zuinigheid

„Mijn vader overleed toen ik twaalf was. Kanker. Hij heeft er vier jaar over gedaan, de arme man. Sociale voorzieningen waren er niet. Mijn moeder bleef achter met vier kinderen en geen geld. Om het compleet te maken: ze was ook nog invalide. Reumatiek en suiker. Jaha, alle kwalen in mijn familie verzamel ik nu zelf. Mijn moeder wilde dat ik de financiën deed. Ik bepaalde welke leverancier we deze week niet betaalden. Dat moet je een beetje behendig doen. Schulden spreiden, niet opstapelen. Zeist, waar we woonden, is een rijke gemeente. Veel oud geld. Ons gezin werd op een niet-vernederende manier geholpen. De domineesvrouw van de Nederlands Protestantenbond kwam ’s avonds langs, mijn moeder bekleedde allerlei bestuursfuncties in de kerk. Soms zei de domineesvrouw vlak voor vertrek: ‘Och, was ik het bijna vergeten...’ en dan drukte ze mijn moeder een envelop in de hand. Zat toch wel een paar honderd gulden in. Ik kan onmogelijk zeggen dat ik een bedrukte jeugd heb gehad. Mijn moeder was opgewekt. Het enige waar ik lang last van heb gehad, is zuinigheid. Ik kon nooit twee boeken tegelijk kopen.”

Patriciaat

„Ergens in de zeventiende eeuw verhief mijn familie zich tot de regentenstand. Maar door een niet afgeloste borgstelling van een mijner voorvaderen eind 19de eeuw, is mijn tak van de familie in armoede ondergedompeld. Mijn grootvader ging met appels langs de deuren. Hij trouwde met een van de dienstmeisjes die de appels van hem kochten. Wij gedenken nog altijd de dag dat hij genoeg verdiend had om een handkar te huren. Later opende hij een delicatessenzaak in Arnhem. Met ananassen en bananen. Er is me ooit gevraagd of ik in het blauwe boekje wilde, met daarin de familienamen behorend tot het patriciaat. Ik ben veel te meritocratisch van aard om in zo’n boekje te staan.”

Cello

„Mijn vrouw was een vriendinnetje van mijn jongere zusje. Zij was 17, ik 20. We wisten zeker dat we kinderen wilden, en ook dat we ze niet zelf allemaal hoefden te maken. Amber komt uit Zuid-Korea. Ze was anderhalf toen we haar kregen, onze oudste dochters waren 8 en 11. Vanaf dag één is het voorbeeldig verlopen. Op haar vijfde gaven we Amber een cellootje. Op haar zesde won ze een muziekconcours. Ze is net afgestudeerd aan de Manhattan School of Music in New York. Ze trad op in Carnegie Hall. Ze speelde Beethoven en Schnittke. De laatste is mijn favoriet. Maar het is niet aan iedereen besteed. Mijn chauffeur is een groot muziekliefhebber. Hij zei: ‘Ik heb het nu 56 keer beluisterd. Ik geloof dat ik het begin te begrijpen’.”

Enigmatisch

„Ik schrijf geen rederijkerspoëzie, geen zoetgevooisde rijmelarij. Ik heb net een bundel klassieke Chinese landschapspoëzie gekocht, in vertaling uiteraard. Als u dat naast mijn gedichten legt, ziet u overeenkomsten. Bedachtzaam? Ja, dat lijkt me een goede omschrijving. Somber? Nee, daar herken ik mij niet in. Hoe zwart de gedachte ook is, er is altijd ironie. Het is niet mijn bedoeling enigmatisch te zijn, maar de woorden hebben tijd nodig om zich te ontsluiten. Ik maak me kwetsbaar? Ach. Alles van waarde is weerloos.”

Arthur Docters van Leeuwen: Weggewaaid. Uitgeverij Prometheus, 40 blz. € 19,95

    • Andreas Terlaak
    • Rinskje Koelewijn