‘Ik ben nogal strak in de leer’

Burgemeester Meijerman van Veendam werd maandag weggestuurd door zijn gemeenteraad. Hij is al de zesde burgemeester die dit jaar onvrijwillig vertrekt.

Halve waarheden, hele verdachtmakingen en verhitte gemoederen. Wie zich deze dagen in de politiek van Veendam onderdompelt, waant zich in de hoogtijdagen van de Fortuynrevolte en de leefbaarpartijen in 2002. Een grote, lokale partij die de almacht van de Partij van de Arbeid heeft doorbroken en botst met een stevige, van zichzelf overtuigde burgemeester van PvdA-huize.

In die ambiance stuurde de gemeenteraad deze week burgemeester Ab Meijerman naar huis omdat hij in een conflict de belangen van een aantal samenwerkende Oost-Groningse dorpen verkoos boven die van alleen Veendam (28.000 inwoners). In misschien wel de mooiste burgemeesterskamer van het land – veel hout, hoog plafond en glas-in-loodramen – blikt Meijerman terug op de turbulente ontwikkelingen in de voormalige veenkolonie. „Soms is het beter de waarheid niet te benoemen.”

In juni 2012 werd u door de raad nog unaniem voorgedragen voor een derde termijn van zes jaar.

„Ja, het is een bijzonder ambt, kan ik wel zeggen.”

Trekkend aan zijn broodje kaas omschrijft Meijerman zijn gemoedstoestand: „Opgelucht, boos, teleurgesteld en verdrietig.”

Waar ging het mis?

„Ik zit hier twaalf jaar. Dat is lang. Wat je kracht is in het begin, wordt uiteindelijk je zwakte. Deze gemeente wilde een sterke, ondernemende burgemeester. Die hebben ze gekregen. Maar die burgemeester wil nog wel eens zijn kracht tonen en is nogal strak in de leer. Precies daarop is het misgegaan.”

In de aanloop naar een gemeentelijke herindeling in 2018 begon Veendam twee jaar geleden een gezamenlijke ambtelijke organisatie met omliggende, kleinere gemeenten. Over de bevoegdheid van die organisatie, met Meijerman als voorzitter, ontstond in juni dit jaar felle discussie in Veendam: heeft Meijerman het laatste woord of de gemeenteraad? Beide partijen vonden een jurist die hun gelijk aantoonde. Pas na bemiddeling van de Groningse commissaris van de koning Max van den Berg kwam Meijerman terug op zijn dreigement om op te stappen.

Bij dat conflict in juni zei u: ‘Het is over en uit’. Waarom ging u toch door?

„Omdat ik na de bemiddeling door de commissaris de overtuiging had dat ik voldoende ruimte zou houden om mijn functies uit te oefenen. Tja, dat is dan toch de blindheid die je als bestuurder opdoet.”

Wanneer wist u dat het mis was?

„Toen ik afgelopen maandagavond merkte dat een groep raadsleden dacht: het is mooi geweest. Hij heeft een te grote bek. Daar houden ze hier niet van.”

Dat kan geen verrassing zijn.

„Nee, dus op dat punt moet ik naar mezelf kijken.”

Waarom ambieerde u vorig jaar een derde ambtsperiode?

„Ik heb in mijn tweede periode de mogelijkheid gehad om iets anders te gaan doen, maar mijn vrouw was ernstig ziek waardoor wij op dat moment gebonden waren aan deze plek. Zo ben ik langer blijven zitten dan ik zelf goed vind, al was daarvoor toen brede steun.”

De motie van wantrouwen werd ook breed gesteund.

„Ja, dat heeft me verbaasd. Kijk, een enkeling kon mijn bloed al drinken en zou iedere gelegenheid hebben aangegrepen om mij kwijt te raken. Een grotere groep vindt het oprecht ondemocratisch en daarmee onverteerbaar dat een burgemeester een zienswijze van de raad, dus een advies, naast zich neerlegt. En een groep heeft zich laten meeslepen door de professionele framing van de fractie van Gemeentebelangen, dat ik raadsbesluiten naast mij neerleg.”

U sprak na de motie over ‘zaken die boven tafel spelen’. Wat speelt zich daaronder af?

„Van alles.” Hij hapert even. „Ik snap dat u die vraag stelt, maar ik zeg niets over die onderstroom, omdat ik gevaar loop dingen te zeggen waar ik spijt van krijg.”

De VVD noemt u ‘een zeer kundig man’. Maar wel een ‘die niet meer openstond voor kritiek uit de gemeenteraad’.

„De aanhoudende discussie over mijn bevoegdheden maakte mij het laatste half jaar nog stelliger in mijn optreden. Je hebt als burgemeester ruimte en vertrouwen nodig om te functioneren. Dat is essentieel. Wat ik heb onderschat, is dat mijn verzet tegen inmenging in mijn bevoegdheden het aanwezige sentiment voedde dat ik de verpersoonlijking ben van die gemeentelijke samenwerking, terwijl ik in hun ogen voor alles burgemeester van Veendam ben.”

Onbesproken in alle discussies in de gemeenteraad bleven de familiebanden die een belangrijke rol spelen in de Veendamse politiek. Zo vervulde de tweeling Schmaal veel belangrijke posities voor Gemeentebelangen, de grootste partij. Terwijl de ene broer als wethouder met Meijerman in het gemeentebestuur zat, was de ander fractievoorzitter en had hij daarnaast een prominente functie bij de omstreden bovengemeentelijke organisatie, die ook onder leiding van Meijerman stond. Meijerman: „Tja, de combinatie van al die functies is niet in strijd met de gemeentewet.”

Kon u vrij handelen als burgemeester?

„Ik handelde vrij.”

Dat is iets anders.

„Dat klopt.”

De gemeenteraad telt 21 leden, verdeeld over liefst 8 partijen. Waar is dat een uiting van?

„Van verdeeldheid. Een weerspiegeling van de geschiedenis van deze streek met grote sociaal-economische verschillen. En die worden stevig benoemd.”

U weegt uw woorden.

Meijerman zucht. „Omdat ik wel een uitgebreidere analyse heb van wat hier speelt, maar ik wil het niet gezegd hebben.” Zijn woordvoerder: „Dat zou stigmatiserend zijn en ook geen recht doen aan de mensen.”

Het is beter de werkelijkheid niet te benoemen?

„Soms is dat beter.”

Welk moment van tegenstelling herinnert u zich als eerste?

„Bij de verkiezingen in 2002 heb ik de kopstukken van Gemeentebelangen uitgenodigd en gezegd: voer je eigen campagne maar beschadig geen personen. Dat deed ik niet voor niets. Het had ook effect. Ondanks de verschillen hebben we jarenlang goed samengewerkt. Daar was ik trots op. Tot pakweg een half jaar geleden het oude sentiment terugkwam.”

Verwijt u zichzelf iets?

„Ik had geen derde periode moeten ambiëren. Maar goed, soms laat het leven je weinig keuze.”

    • Hugo Logtenberg