Ik ben de enige

straatjournalist van Nederland

Interview

Danny Ghosen (35) is het ettertje van PowNews. Hij sleept krakers, diplomaten en criminelen voor de camera. Ghosen groeide op in Libanon. „Als iemand je sloeg, gaf je twee klappen terug.”

Tekst Andreas Kouwenhoven

Foto’s Lars van den Brink

Danny Ghosen buigt zich middenin een zin plotseling voorover. „Mag ik je iets vragen?” zegt hij zacht. „Mijn Nederlands is op zich prima, maar eh, soms kom ik niet helemaal op het juiste woord. Daar moet je mij effe bij helpen.... Oké?”

Op televisie is hij het ettertje van PowNews die krakers en criminelen voor de camera sleept. Maar als reporter Danny Ghosen met een stuk appelgebak voor je zit in café Dauphine in Amsterdam, is hij een beleefde, bescheiden jongen. Vijfendertig jaar, 1.65 meter klein. Zijn zwarte haren netjes gekamd, strakke blouse. Ghosen praat snel en plakt achter iedere zin zijn vaste stopwoordje: ‘weetjewel’.

Danny Ghosen kwam op vijftienjarige leeftijd als Libanese vluchteling naar Nederland. Hij werkte zich op en werd twee jaar geleden verslaggever van omroep PowNed. Daar maakte hij vrijwel alle items die nieuws opleverden: de verslaggever ontmaskerde koperdieven, Maastrichtse drugsdealers, toonde aan dat je kunt stemmen met andermans stempas, dook onder bij de moslimextremisten van Sharia4Belgium en maakte jacht op de zogenoemde ‘kopschoppers’ die een Eindhovense jongen mishandelden.

Zijn nieuwste project: buitenlandse diplomaten die hun auto fout parkeren omdat ze de boete toch niet hoeven te betalen (ze zijn politiek onschendbaar). Dan krijg je Danny dus achter je aan. Met draaiende camera confronteert hij de diplomaten met hun „asociale gedrag”.

Dat gaat ongeveer zo:

Danny belt aan bij een diplomaat. „U moet uw auto ergens anders zetten.”

Diplomaat: „Wegwezen.”

Danny: „Nu de auto weghalen.”

Diplomaat: „Godverdómme. Ga je nou weg of niet?”

Danny: „Als u de auto weghaalt, ga ik ook weg.”

Diplomaat: „Mafkees.”

Danny zet voet tussen de deur.

Iedere maand maakt Ghosen wel een filmpje waarin hij moet wegrennen voor een geïnterviewde. „Ik ga pas weg als ik antwoorden heb gekregen”, zegt hij.

Ghosen wordt zowel geprezen als gehekeld om zijn vasthoudende interviewstijl. Vrij Nederland omschreef hem begin dit jaar als ‘de nieuwe Peter R. de Vries’. Criticasters zien in hem een treiterkop die boze reacties probeert uit te lokken.

Waarom maak jij zo’n item over foutparkerende diplomaten?

„Ik wil de samenleving dingen laten zien die elke dag gebeuren, maar eigenlijk niet kunnen. Toen ik hoorde dat diplomaten lak hebben aan bekeuringen, ging er bij mij een belletje rinkelen: staan jullie boven de wet of zo? Ik dacht: we gaan ze aanspreken.”

„Ik krijg er heel veel positieve reacties op. Mensen op straat komen naar mij toe: pak ze, goed bezig! Niet alleen wij, hardwerkende Nederlanders, moeten boetes betalen. Nee, óók diplomaten. Iedereen is gewoon gelijk, weet je. Dat zetten wij op de agenda.” >>

>> Op tv klink je verontwaardigd als je mensen aanspreekt op hun wangedrag. Hoe oprecht is die verontwaardiging?

„Wat je ziet, is hoe ik ben. Als zo’n diplomaat tegen mij zegt ‘wie ben jij om te zeggen dat ik hier niet mag parkeren’, dan denk ik: wacht even. Wie ben ík? In jouw ogen ben ik dus een stuk stront? Doe effe normaal. Ik mag jou gewoon aanspreken op je gedrag.”

Als je wordt aangevallen tijdens een interview, denk je dan: yes, dit is goeie tv?

„Daar ben ik niet op uit. Het is niet mijn doel om mensen boos te krijgen ­ het is hooguit mooi meegenomen. Vaak heb ik pas achteraf door dat het geweldige televisie is.”

Ghosen vertelt dat hij het „geweldig” vond om bij PowNews aan de slag te gaan. „Ik kwam uit het niets, en opeens ben je iedere avond op Nederland 3 te zien.” Sindsdien staat hij „in de spotlights”. En dat is even wennen. „Kranten bellen, de televisie belt, interviewtjes dit en dat”.

Wat vind je van die aandacht?

„Het valt mij op dat mensen je totaal anders zien dan je werkelijk bent. Sommigen vinden je een held. Dan denk ik: ik heb niemands leven gered. Ik ben maar Danny, weet je. Ik ben maar een journalist.”

Volgens je collega’s durf jij meer dan anderen. Je bent bijna nooit bang.

„Ik ben wel eens zenuwachtig voor een interview, hoor. Maar echt báng? Nee.”

Je bent opgegroeid op de straten van Beiroet in Libanon. Ben je daar je vrees kwijtgeraakt?

„Ja, dat zou kunnen. In Libanon heb ik alles gezien. Ik weet wat het is om tweedehands kleding te dragen. Om een bombardement mee te maken. Om maandenlang niet naar school te kunnen omdat het te gevaarlijk is.”

„Je moest in Libanon vechten voor je bestaan. Als iemand je sloeg, gaf je twee klappen terug. Anders liep iedereen over je heen. Ik weet nog dat ik een keer huilend thuiskwam, omdat ik was geslagen. Mijn vader stelde me voor de keuze: óf ik ging terug en sloeg die jongen in elkaar, of mijn vader zou mij een pak slaag geven. Het was overleven, elke dag opnieuw. Niks kwam zomaar aanwaaien. ”

Heb jij dat gevoel nog steeds: dat je moet vechten voor je bestaan?

„Iedere ochtend sta ik op met de gedachte: het is weer knokken voor wat ik waard ben. Ik heb het nog lang niet gemaakt hier. Iedere dag is een nieuwe kans om jezelf te bewijzen. Zo ben ik opgegroeid.”

Jullie gezin behoorde tot de christelijke minderheid in Libanon. Ben je nog steeds gelovig?

„Ik geloof nog wel in God en zo, al ga ik niet meer naar de kerk. Ik vind het belangrijk om God te danken voor alles wat goed gaat in mijn leven. En voor fouten die ik maak, vraag ik steun en vergeving.”

In veel PowNews-items zijn christenen mikpunt van spot. Hoe kijk jij daarnaar?

„We leven in een vrij land, dus iedereen mag zijn mening hebben. Ik vind het wel jammer. Als jij niet gelooft: prima. Maar laat andere mensen die wel geloven, lekker geloven. Ja toch? Ik zou niet weten waarom PowNews zo tegen religie is. Misschien omdat gelovigen een makkelijk doelwit zijn. Je weet dat je er mensen mee op de kast krijgt.”

Je haalde het Belgische journaal met je achtervolging van een groep jongens die een Eindhovenaar hebben mishandeld: de ‘kopschoppers’. Alle verdachten bracht je met naam en gezicht in beeld, ook na hun aanhouding. Waarom?

„Die jongens hebben iets vreselijks gedaan door een jongen in elkaar te trappen en voor dood achter te laten. Dus wat voor recht heb je dan nog? Ik vind dat je dan gewoon je privacy kwijt bent.”

Je bent gelovig. Dan geloof je toch ook in een tweede kans?

„Ik vind dat iedereen een tweede kans verdient, ja.”

Jij bemoeilijkt die tweede kans anders wel door de ‘kopschoppers’ met hun gezicht in beeld te brengen: hoe komen zij straks nog aan een baan?

„Hadden ze dat niet kunnen bedenken voordat ze iemand kapot schopten? Nou ja, goed, tuurlijk verdienen zij ook een tweede kans. Maar ik ga niet over hun verdere carrière. Wij hebben een uitzending gemaakt, klaar.”

„Je moet je ook voorstellen dat ik vol adrenaline zit op zo’n moment. Het is verschrikkelijk moeilijk om te doen wat ik doe. Volgens mij ben ik de enige straatjournalist in Nederland. Ik ga naar de moeilijkste plekken, zonder te weten wie ik tegenover me krijg. Ik bedoel: ik zie het Ferry Mingelen nog niet doen. Die zou daar niks van bakken.”

Al je reportages duren niet langer dan een paar minuten. Is dat niet onbevredigend?

„Ik zou het fijn vinden om meer diepgang te hebben. Dat je een zaak van meerdere kanten belicht. Ik zou in de toekomst een eigen programma willen. Zoals Prem dat deed. Dingen aan de kaak stellen.”

Of zoals Peter R. de Vries?

„Die man, daar heb ik echt bewondering voor. Ik bekijk al zijn filmpjes op Youtube, om ervan te leren: hoe pakt hij het aan met die crimineeltjes? Hij is zeker een voorbeeld.”

Heb je hem wel eens gebeld voor advies?

„Dat durf ik dan weer niet. Dan denk ik: hij heeft het vast druk genoeg. Laat ik hem maar niet lastigvallen.”

Danny Ghosen die voor niemand bang is, durft Peter R. de Vries niet op te bellen?

„Ja, erg he? Ik snap je punt hoor. Maar ik kan toch niet zeggen: Hé Peter, ik ben Danny van Powned, ik heb dat en dat allemaal gedaan, en ik wil een gesprek met je. Zo ben ik niet. Ik ben eigenlijk best bescheiden.” <<