Hier moet je heen als Jakartaan

De correspondent

Melle Garschagen in Singapore

In Singapore slaat mijn verbeelding altijd op hol. Hoe is die grote Chinees met dure zonnebril en gestreepte Paul & Shark-polo aan zijn geld gekomen? Een rode prins of een hardwerkende aannemer in Chengdu? Ik geniet van bezoekjes aan Singapore. Waar Jakarta een monocultuur lijkt voor een buitenstaander die een Soendanees niet direct van een Betawi kan onderscheiden, is Singapore een multicultureel feest. De stadstaat voelt als een multicultureel kruispunt in Azië: rechtdoor naar China, India linksaf, riviertje oversteken naar Maleisië. In de buitenwijken, weg van de casino's en winkelcentra, lunchen zondagmiddag grote groepen op straat.

Voor welvarende Jakartanen is Singapore meer dan een aangename plek; het is een in hun ogen noodzakelijke bestemming geworden. Inmiddels zijn er veertig vluchten per dag tussen de steden. Volgens onderzoeksbureau Centre for Aviation is de Jakarta-Singapore de op één na drukste internationale luchtverbinding ter wereld, drukker dan bijvoorbeeld Londen Heathrow-JFK. Alleen tussen Hongkong en Taiwan vliegen wekelijks meer passagiers.

Singapore is voor Jakartanen de stad om goedkoper luxeproducten te kopen, zich te laten behandelen in topziekenhuizen, hun vermogen zonder al te veel vragen veilig te stallen en hun kinderen een solide Engelstalige opleiding te geven. De trek naar Singapore neemt zulke vormen aan dat de Wereldbank in een analyse concludeerde dat de groei van de Indonesische economie wordt geremd doordat zo veel Indonesiërs de wijk nemen naar Singapore. Als gevolg is het voor Indonesische ziekenhuizen en scholen minder aantrekkelijk en rendabel om hun eigen dienstverlening te verbeteren. Aangezien investeringen geld kosten en het gat met Singapore te groot is om te overbruggen, stellen ze verbeteringen uit. Volgens de Wereldbank is „het uitstappen van de rijke middenklasse” op de langere termijn zeer nadelig voor de economische groei en kwaliteit van dienstverlening in Jakarta. De Indonesische manager van een groot internationaal bedrijf zucht als hij het over Singapore heeft. Hij woont en werkt er nu een jaar. Hij houdt van de welvaart, de goede scholen voor zijn kinderen en de schone lucht. „Het is een uitstekende stad om als gezin te wonen. Het leven is er zo goed geregeld”, zegt hij. „Maar het is er ook best saai. In Singapore vind je zelden iets wat anders is dan je had gedacht.”

Een paar dagen later sta ik om half drie ’s nachts tussen een paar duizend hossende Jakartanen. Dj Tiësto draait in Ancol, een evenemententerrein in het noorden van de stad. Grote internationale optredens zijn niet vanzelfsprekend in Jakarta. Lady Gaga moest vorig jaar haar concert afzeggen. Het Islamitische Verdedigingsfront had gedreigd met geweld als „de boodschapper van het kwaad” wel mocht zingen. Dezelfde organisatie voorkwam vorige maand dat de Miss Worldverkiezing een voorstad van Jakarta gehouden zou worden. Zo veel bloot was niet acceptabel op het overwegend islamitische Java. De overheid gaf gehoor aan de chantage.

Maar Tiësto ging door. En hoe. Terwijl Tiësto plaatjes draait, vergezeld door een waanzinnige vuurwerk-, video- en lasershow zetten de meiden voor mij beurtelings een fles sterk aan hun lippen. En terwijl om hen een paar jongens stijf staan van de pillen en er een wietdamp langs trekt, krijgen de meiden het heet van de muziek, drank en tropische hitte. Ze trekken steeds meer kleren uit. Halfblote, whisky drinkende meisjes die in het holst van de nacht wild dansen in een stad waar overdag moslimradicalen met succes een missverkiezing blokkeren: de realiteit is beter dan fantasie.