‘Het politieke klimaat is onmiskenbaar verhard’

De voorzitter van het genootschap van burgemeesters, reageert op het vertrek van burgemeesters en de verharde politieke cultuur.

Op de grote vergadertafel van de Haarlemse burgemeester Schneiders ligt een aantal opengeslagen kranten. De koppen: „Burgemeester Rehwinkel houdt ondanks kritiek vast aan wachtgeld”. En: „Burgemeester Veendam opgestapt”. Als voorzitter van het genootschap van burgemeesters reageert Bernt Schneiders op het onvrijwillige vertrek van zes burgemeesters in een jaar.

Wat is er aan de hand?

„Ogenschijnlijk veel. Het aangekondigde vertrek van mijn collega Rehwinkel in Groningen trekt nu veel aandacht, maar het aantal burgemeesters dat moet aftreden is op twee handen te tellen. Dat valt dus mee op ruim 400 burgemeesters.”

De burgemeester is zijn onaantastbaarheid kwijt.

„Dat is op zichzelf goed want burgemeesters opereren in een democratie. En juist daarin geldt: iemand die niet het vertrouwen geniet, moet weg. Maar bij die afweging is zuiverheid wel vereist.”

Daar schort het nogal eens aan?

„Neem de gemeente Soest, waar Noordergraaf het als burgemeester goed deed maar de gemeenteraad vorig jaar plots iemand met een andere achtergrond dan zijn SGP wilde hebben. Dat kan niet. Partijpolitieke kleur is geen criterium om een burgemeester op af te rekenen. ”

U wilt het moeilijker maken de burgemeester weg te sturen.

„Ja. Minister Plasterk werkt terecht aan een wetswijziging waardoor een gemeenteraad beter moet onderbouwen wanneer hij afscheid van zijn burgemeester wil nemen. Als dat niet aannemelijk gemaakt kan worden, zal de verantwoordelijke commissaris van de koning het opgezegde vertrouwen niet zo maar accepteren.”

Natuurlijk wel. Als het vertrouwen wordt opgezegd, kan een burgemeester niet aanblijven.

„U heeft een punt, maar het zal minder makkelijk gaan dan nu het geval is. Op dat punt moet er een kentering komen. Zoals herbenoeming van een burgemeester vooral een kwestie van vooruitkijken moet zijn en niet een afrekening van de eerste zes jaar.”

Hoe verklaart u de neiging sneller en harder af te rekenen met de burgemeester?

„Het politieke klimaat is onmiskenbaar verhard. Het burgemeesterschap als instituut ontkomt daar niet aan. Verder speelt de versplintering van de politiek, met soms wel tien politieke partijen in een gemeente, een rol. ”

Ontwikkelt de burgemeester zich wel voldoende?

„Het ambt en de ambtsdragers evolueren absoluut. Vroeger waren het regenten, nu zie je het opschuiven richting bestuurlijk ervaren mensen met een stevig profiel. Kijk naar communicatieve burgemeesters, zoals Van der Laan in Amsterdam en Aboutaleb in Rotterdam.”

Hoe vaak worden die tegengesproken?

„Dat is een goed punt. De neiging is vaak om burgemeesters naar de mond te praten. Daarom moeten wij onze eigen kritiek organiseren. Dat gebeurt ook, in intervisiegroepen waarbij collega’s met elkaar reflecteren op hun functioneren.”

Ook de burgemeesters van de grote steden?

„Nee. Althans, niet in dit verband.”