Geslotenheid leidt tot slodderwetenschap

Wetenschapsfraude wordt niet alleen veroorzaakt door de druk veel te publiceren. Ambities van de onderzoeker en geslotenheid van de wetenschap werken fraude eerder in de hand, vinden Marino van Zelst en Chris Hartgerink.

In het E-depot van de Koninklijke Bibliotheek worden publicaties langdurig bewaard. Foto ANP

Afgelopen jaren is fraude geconstateerd bij verschillende hoogleraren in verschillende wetenschappelijke disciplines. De oorzaak is volgens ‘experts’ duidelijk: de hoge publicatiedruk. Maar die is niet altijd de boosdoener. Persoonlijke ambities en de organisatie van het wetenschappelijke bedrijf zijn belangrijkere oorzaken van fraude.

Na hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel, die zijn hele onderzoeksgroep belazerde, en zijn vakgenoot Dirk Smeesters, die bleef beweren geen fraude door ‘datamassage’ te hebben gepleegd, is er nu Mart Bax. Deze oud hoogleraar politieke antropologie heeft onder meer onderzoeksresultaten verzonnen en niet-bestaande artikelen op zijn publicatielijst gezet. Vooralsnog lijkt de oud-hoogleraar alleen publieke schande te hoeven ondergaan; de Vrije Universiteit onderneemt „geen arbeidsrechtelijke of andere juridische stappen”.

Wat veroorzaakt fraude?

Bijna altijd wijst men op publicatiedruk. Maar hoewel dit zeker een rol speelt, is het niet de enige reden. Er zijn twee redenen die wij ook belangrijk achten: persoonlijke ambitie en gesloten wetenschap.

Om promotie te maken moet een wetenschapper veel wetenschappelijke publicaties op zijn naam hebben staan. En daar moet dan ook veel uit worden geciteerd. Het is één van de huidige maatstaven van de kwaliteit van onderzoek. Toch, publiceer je weinig omdat je werk niet door tijdschriften wordt geaccepteerd vanwege niet-opvallende resultaten of vanwege niet nieuwswaardig onderzoek, dan word je niet direct op straat gezet. Maar door de manier waarop de publicatiedruk de afgelopen twee jaar is geschetst, lijkt dit wel het geval.

Wij willen duidelijk maken dat zolang je actief bezig bent met onderzoek en het resultaat daarvan kunt laten zien, je redelijkerwijs een baan kunt vinden. Misschien niet op een topuniversiteit in een topfunctie, maar wel een baan die voorkomt dat je toetreedt tot het leger van 683.000 werklozen. Wil je echter snel de top bereiken én een grote naam worden binnen je vakgebied, dan is het ‘handig’ om veel ‘interessante’ publicaties te hebben. Zo gaf Diederik Stapel toe een groot deel van zijn fraude te hebben gepleegd uit ambitie – niet uit angst om zijn baan te verliezen.

Het lijkt dus dat zelf opgelegde publicatiedruk door (té) ambitieuze academici een belangrijke reden is om te frauderen – en dus niet alleen publicatiedruk op zich.

Een andere belangrijke factor is de mate van geslotenheid binnen de wetenschap. De publicatie is het eindproduct – en dat is tevens alles wat we te zien krijgen. Het proces dat leidt tot het eindproduct, vindt plaats achter de schermen. Onderlinge controle ontbreekt maar al te vaak.

Dit werkt fraude, slodderwetenschap en alles daar tussen in de hand. Hoe opener de wetenschap, hoe meer onderlinge controle en hoe minder prikkels om het systeem te omzeilen. Immers, de risico’s worden te groot.

We kunnen niks doen aan de ambitie van wetenschappers – het is de vraag of we dat überhaupt willen. Maar we kunnen wel iets doen aan de mate van openheid binnen de wetenschap. Laat de wetenschap transparanter worden om zo fraude tegen gaan. Dan hoeven we niet alsmaar de publicatiedruk de schuld te geven.

Marino van Zelst en Chris Hartgerink zijn laatstejaars Research Master studenten aan Tilburg University. Ze specialiseren zich respectievelijk in Organisatiewetenschappen en Methodenonderzoek.