Een nederlaag die Bram vakkundig wist te incasseren

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Bram van Ojik, de man die opstapte.

Ofwel: De kunst van opbouwend afhaken. Tekst:Tom-Jan Meeus, Illustratie: Ruben L. Oppenheimer

Vakkundig verliezen – dat moet je ook maar kunnen. Verdampte Haagse invloed presenteren als iets van winst. Niet zuur doen, niet afgeven op de anderen. Schappelijk blijven.

Bram van Ojik (59), de leider van GroenLinks, bleek het deze week allemaal in zijn mars te hebben, en dit fascineerde me. Hoe doe je dat?

Het resultaat van zijn keuze om woensdag het overleg van de coalitie met de oppositie te verlaten, was dat vrijdagavond een pact van Paars met de Bijbel gepresenteerd kon worden.

Politici willen nu eenmaal altijd de vorige oorlog winnen. Dus de twee partijen die in 2012 de zwaarste klappen kregen nadat ze het Lenteakkoord steunden, GroenLinks en CDA, hebben nu voor de eer bedankt.

Ze zijn vervangen door SGP en PvdA - christelijke plattelandsconservatieven en voornamelijk linkse kosmopolieten. Groepen die amper iets met elkaar gemeen hebben, ook al staan hun Kamerleden wel degelijk open voor mekaar: een parlement blijft een goed idee.

Maar misverstanden genoeg. Zo was ik een paar weken terug op een debatavondje van de SGP over de vervolging van christenen in het Midden-Oosten. Te gast was Michiel Servaes (PvdA), een loensende man, pas een jaar Tweede Kamerlid en duidelijk een politiek talent.

Deze keer sloeg hij de plank nogal vlot mis. Servaes, oud-diplomaat, liet al in zijn eerste zin het woord ‘verdomd’ vallen. O-oh. Een ‘bastaardvloek’ noemen ze dit in de SGP: ruw taalgebruik dat je als gast hoort te mijden, zeker in deze kring van bevindelijk-gereformeerden. Dus om me heen – ik zat tussen het publiek – zag ik talrijke SGP’ers, sommigen nog traditioneel gekleed, de meesten modern, hun best doen de pijn van deze bescheiden schoffering voor zich te houden. Dit lukte vrij goed.

Het is de houding die je ook bij de SGP’ers aan het Binnenhof aantreft. Niet-christelijke politici en media hebben vooral aandacht voor de SGP als ze verontwaardigd dan wel lollig kunnen doen over zaken als het vrouwen- of euthanasiestandpunt van deze partij.

Maar uit de respons op dat avondje, en uit de houding van partijleider Van der Staaij dezer weken in Den Haag, kun je afleiden dat die SGP’ers zich goed realiseren dat de wereld vele malen groter is dan de eigen kleine kring.

En dus zijn ze er zich volledig van bewust dat Den Haag alleen werkt als ze tolerantie voor andersdenkenden opbrengen. Het is de keerzijde van alle somberte over de zwakke bestuurbaarheid van het land: juist in kringen die doorgaans worden gebrandmerkt als intolerant, bestaat nog altijd het besef dat het compromis een van de hoogste vormen van beschaving is.

Het interessante bij Van Ojik was dat hij, ondanks zijn vertrek van de onderhandelingstafel, eenzelfde houding wist over te brengen. Ik zocht hem donderdagmiddag op, een etmaal nadat hij zijn besluit bekendmaakte. Hij was alweer yesterday’s news en had alle tijd. Een man zonder woede. Aan de muur Afrikaanse kunst en een poster van Sgt Pepper’s (The Beatles, 1967).

De Britten zouden hem a man of many lives noemen; eerder was hij onder meer ambassadeur, milieuactivist, journalist, partijvoorzitter, ontwikkelingswerker en topambtenaar. Weinig andere Haagse politici, die bijna allemaal tien tot twintig jaar jonger zijn, kunnen bogen op zoveel levenservaring.

Hij was zelfs jarenlang directeur voorlichting van Buitenlandse Zaken, waar hij media-adviezen gaf aan ministers als Van Mierlo, Pronk en Van Aartsen. Onder Rutte voerde hij als topambtenaar op ontwikkelingssamenwerking beleid uit „waarvan je wist dat de PVV erachter zat”.

Dit „knelde” beslist, zei hij. Maar keus had hij niet. „Als GroenLinks in de regering komt moeten wij ook op de loyale uitvoering van VVD-ambtenaren kunnen rekenen.”

Bij alles had hij deze benadering van totale redelijkheid. Hij vertelde hoe Diederik Samsom na de zomer de banden aanhaalde. Oud-milieuactivisten onder elkaar. „Als Diederik zich kon bevrijden van de coalitie zouden we het zo eens worden”, zei hij. Maar dat de PvdA-leider „weinig manoeuvreerruimte” had begreep hij ook wel, dus Van Ojik wilde niet klagen dat Samsom hem de afgelopen weken amper tegemoet kwam.

„Ik ga niet woedend doen over Diederik”, zei hij. Zulke „simpele nummertjes” zag hij wel om zich heen, en hij begreep ze wel, maar hij deed er niet aan mee. ,,Te gemakkelijk.''

Zelfs de boze persoonlijke reactie van Samsom na zijn opstappen, woensdag, kon hij eigenlijk wel billijken. Samsom was gewoon teleurgesteld, dacht hij, en dat leek hem logisch.

Er was zoveel dat Van Ojik logisch leek. Hij had in het overleg op het ministerie van Financiën zijn eisen gesteld maar was aan tafel gebleven toen ze hem niet zijn zin gaven. Hij zou nooit akkoord gaan met zes miljard extra bezuinigen, hij wilde vergroening van het belastingstelsel en was gesteld op het sociaal akkoord.

Op Financiën merkte hij geamuseerd dat veel oplossingen in woordspel verpakt werden. „Het sociaal akkoord ‘openbreken’ kan niet, dus noemden ze dit ‘versneld uitvoeren’.” En omdat het beeld ontstond dat ‘nivelleren’ banengroei kost, „vervagen ze dit voortaan voor ‘evenwichtige inkomensontwikkeling’”.

De verhullende taal van de polder – Rutte is er meesterlijk in, vertelde hij. Maar zelf geloofde hij er steeds minder in: mensen accepteren het niet meer, dacht hij. Ze kijken er doorheen.

Dat Van Ojik uiteindelijk opstapte had ook te maken met een gesprek, dinsdagavond, met één coalitiepoliticus. In de media, legde hij uit, werd steeds de indruk gewekt dat ze op Financiën aan een grote tafel met een man of 25 onderhandelden. Zo ging het niet. Aan die tafel was alleen het technische overleg.

In schorsingen en onderonsjes voerden ze de echte gesprekken. In één daarvan zei de coalitiepoliticus: „Bram, hoe los je dat nou straks op met die zes miljard?”

Als je ons helpt met het akkoord maar publiekelijk toch die zes miljard afwijst, zei de coalitiepoliticus, krijg jij straks alle media over je heen. „Die zeggen: wat is het nou, steunt GroenLinks het akkoord nou wél of niet?”

De coalitiepoliticus vreesde, vertelde hij, dat Van Ojik dan „in de wind kwam te staan”. En de vraag was niet alleen: kan GroenLinks dat aan? „De vraag is ook: kan het akkoord dat aan”, zei de coalitiepoliticus volgens Van Ojik.

Dit kwam aan. Bovendien kon het kabinet de vier oppositiepartijen steeds uitspelen: het had voor een meerderheid in de Eerste Kamer maar drie oppositiepartijen nodig. Dus pas als één van de vier opstapte werd het kabinet getalsmatig gedwongen inschikkelijk te worden. En Van Ojik had „niet de indruk dat één van de vier partijen het liefste met mij doorwilde”.

Zo kreeg Bram van Ojik de kans opbouwend af te haken. Hij hoefde niet, zoals Jolande Sap vorig jaar bij het Lenteakkoord, te tekenen voor bezuinigingen waarover de GroenLinks-kiezer aarzelde. Hij positioneerde zich evenmin, zoals Roemer, als man die elk gesprek afwees. En hij plaatste zijn partij opnieuw, anders dan Halsema en Sap, links van de PvdA. „Deze tijd vraagt om accenten op links”, zei hij.

Hij wekte allerminst de indruk dat zijn opbouwende afhaken een kunstje was. Zijn kunstje was nu juist dat hij van de politiek geen kunstje maakt. Hij heeft genoeg van het leven gezien om te begrijpen dat een politiek profiel geen constructie moet zijn. Bram van Ojik kan heel goed bedachtzaam zijn – hij is nu eenmaal niet bedacht.

Al ervaart ook hij hoe grillig de pikorde van de politiek is geworden. Pechtold werd een paar weken terug nog afgeschreven, na berichten dat hij in de mislukte zomerflirt om een ministerspost vroeg. Deze week is hij allerwegen getypeerd als de man die het kabinet zijn wil oplegde. En Van Ojik maakte een jaartje terug nog mee dat een optreden in Pauw & Witteman zo slecht verliep dat werd gevreesd voor zijn houdbaarheid als leider. En nadat hij deze week in dezelfde show optrad, werd hij overladen met goede recensies.

„Ze vertelden me bij dat programma na afloop: Wij hadden niet gedacht dat jij zo snel zou bijleren”, zei Bram van Ojik me – en je kon zien dat hij een fractie van een seconde erg op zichzelf gesteld was.

    • Tom-Jan Meeus
    • Ruben L. Oppenheimer