Een klinisch wapen voor profs

Wie de designer van de McLaren C12 kent, zegt Bas van Putten, snapt ook de auto. Dit is geen diabolische praalwagen.

Een liefhebber van handgemaakte messen liet zijn nieuwste troetel zien. Het was een doodeng ding met een breed, blinkend lemmet en een tribaal gedecoreerd houten heft. Een actieheld zou er een krokodil de strot mee afsnijden.

Zie hoe mooi het gemaakt is, zei de eigenaar, dwepend dat het bijna kunst was. Dat ‘bijna’ stemde droevig. Ik probeerde zo geïnteresseerd mogelijk te kijken. Vreemd, dacht ik. Een man die geen vlieg kwaad doet, koopt een moordwapen en looft kunstnijverheid. En ik zit er straks mee, want het was mijn vader.

De man die een McLaren 12C Spider aanschaft – een vrouw doet zoiets niet – treedt in mijn vaders voetsporen. Hij koopt iets waar hij niets aan heeft. Hier zijn wetten die een topsnelheid van bijna 330 km per uur en een acceleratie van 0 tot 200 in negen seconden niet tolereren. Met een 625 pk sterke V8-motor en een voor zo’n auto indrukwekkend laag gewicht van 1.474 kilo ben je krijger in vredestijd. Wat moet je er dan mee? Ernaar laten kijken door een ander die er hopelijk meer in gelooft dan ik in het bestek van Crocodile Dundee.

De C12 is het geesteskind van Ron Dennis, baas van McLaren Automotive, een onderdeel van het Formule 1-team dat heel soms productie-auto’s baart die het gewone volk naar adem laten happen. De driezits supercar F1 haalde begin jaren negentig al 375. Zelf reed ik op het Top Gear-testcircuit de in samenwerking met Mercedes-Benz ontworpen SLR McLaren, een beest met horrorgrom en vleugeldeuren. De Bucklerlul in mij stierf duizend doden.

Dennis is de perfectionist die als een absolute vorst zijn hoofdkwartier in het Britse Woking leidt, een modern Versailles van de hand van Norman Foster. Toen ik daar was hield Ron een toespraak voor de pers, die er op neerkwam dat alleen geboren winnaars in zijn peloton geen doodschop krijgen. Hij stond er groot en dreigend bij, als een manshoge terracottasoldaat in een oud keizersgraf. Toen begreep ik waarom het in de productiehallen van McLaren zo brandschoon is. De schoonmakers vegen uit pure doodsangst, want Dennis lijdt aan smetvrees. Ik genoot van het verhaal dat zijn vrouw of vriendin – ik vermoed vriendin, de vrouw zal wel weg zijn – haar pumps moest uittrekken omdat haar hakken putten in zijn vloer sloegen. Roddelversie twee is dat hij onmiddellijk de vloer liet vervangen. Of die geruchten waar zijn, doet er nauwelijks toe; ze omlijnen zijn aura.

Herrie

Het interessantste aan de C12 is wat hij zegt over zijn geestelijk vader. Normale wegracers relativeren hun absurditeit door hun theater op de spits te drijven. Er is geen rationeel excuus voor de verschrikkelijke waarheid dat een supercar zo debiel mogelijk moet zijn. Ferrari en Lamborghini weten dat hun auto’s in de eerste plaats veel herrie moeten maken. Wat klanten willen is een verscheurende strot en een reptielachtige verschijning met schubben en kieuwen. Diabolische praalwagens.

Voor Dennis is presteren een dienstopdracht. Ik sluit niet uit dat hij exhibitionisten heeft willen afschrikken met een antiproletenstrategie. De C12 is een klinisch, glansloos wapen voor professionals. Ontwerp en rijgedrag getuigen van een militaire discipline. Buiten is hij soft gestroomlijnd, binnen sober, nergens een knipoog. Op de middenconsole tref je draaiknoppen voor de onderstelafstemming waar je de bediening van de ventilatie verwacht, die op functionele gronden naar de deurpanelen is verbannen, first things first. Op het perfect geplaatste stuur is geen knop te vinden.

Als machine is de C12 van een werktuigbouwkundige bekwaamheid die ik nooit recht zal kunnen doen, net als het gros van zijn kopers. Als een gamer jaag ik het speeltuig met drie keer mijn gewone snelheid over een reeks rotondes. Laat remmen, tikje naar rechts, tikje naar links en volgas naar de volgende. Dan ben ik ook maar een kind, hoor. Daarna ga ik weer 105 rijden op de A2, dat kan hij ook, mak als een lam.

Het was de klacht van de journalisten die als spreekbuizen van de doelgroep optreden. De oude C12 zou missen wat de vakbroeders beleving noemen, de kick van de oerschreeuw. Men wou namens de echte man een leeuw die luider brulde. Wel, dat doet hij nu, Ron is niet helemaal van steen. Wie hem nog niet debiel genoeg vindt, kan het elektrisch bedienbare achterruitje neerlaten, waarna het V8-geluid uit volle borst de trommelvliezen foltert. Ik heb het geprobeerd, het werkt. De jetset van Monaco haalt opgelucht adem. De show is gered.