Een hoge kont en een machtige arm

Tien spelers met een Nederlands paspoort honkbalden dit jaar in de Amerikaanse Major League. Kenley Jansen van de LA Dodgers strijdt nu voor een plaats in de World Series.

Open Facebook en je ziet in één oogopslag de twee gedaantes van Kenley Geronimo Jansen. Op zijn omslagfoto is hij de vriendelijke reus, die zijn dochter Natalia als een vliegtuigje boven zich houdt. Vlak daaronder is de pitcher van de Los Angeles Dodgers te zien als de beul van ’s werelds beste slagmannen. Maar wat de closer from Curaçao ook doet: hij is altijd de rust zelve.

In de Verenigde Staten wordt Jansen (26) al vergeleken met superster Mariano Rivera, de beste closer aller tijden, die vorige maand zijn loopbaan bij de New York Yankees beëindigde. „Het verbaast me niet dat die vergelijking wordt getrokken. Ze gooien allebei dezelfde bal: the cutter”, stelt oud-professional Hensley Meulens. „Jansen heeft nog een hele lange weg te gaan om Rivera te evenaren, maar het begin van zijn loopbaan is veelbelovend.”

Jansen groeit op in Willemstad onder de rook van de olieraffinaderij. In de volksbuurt Marchena ruikt het vrijwel permanent naar rotte eieren en zwavel. Op de stoffige straten ligt overal zwerfvuil. Dit is de achterkant van Curaçao, waar de mensen van dag tot dag leven. Als vader Isidro een hersenbloeding krijgt, staat moeder Bernadette er alleen voor. De familie Jansen leeft in armoede. Geld voor eten is er nauwelijks. Op het honkbalveld vergeet Jansen samen met zijn oudere broers Verney en Ardley de dagelijkse ellende. Zijn wilskracht brengt hem naar het hoogste honkbalpodium: de Amerikaanse Major League.

Het speelveld in Marchena is vruchtbare honkbalgrond. Profs als Andrelton Simmons, Mariekson Gregorius en Jurickson Profar hebben hun roots ook op Curaçao liggen. „Het talent is er altijd geweest, maar het werd vaak niet gezien”, zegt Ton Hofstede, die op het eiland scout voor de Amerikaanse profclub Baltimore Orioles. „Hun lichamen zijn gemaakt voor honkbal. Ze hebben ‘een hoge kont’ om het zo maar te zeggen en beschikken over sterke armen. Met de juiste begeleiding kunnen ze ver komen. Dat hebben de Amerikanen ook ingezien. Nu wordt het ene na het andere talent vastgelegd. Honkbal is een manier om aan de misère te ontsnappen.”

De 1,97 meter lange Jansen is nu een voorbeeld voor de jeugd. Hij is een man in bonus. Als prof van de Dodgers staat hij dit seizoen voor een bedrag van 512.000 dollar (375.000 euro) op de rol. Niemand twijfelt eraan dat de Nederlandse international multimiljonair wordt. Hij is een fenomeen. Jansen slaat niet, rent niet en komt slechts één inning in actie. En dan moet alles kloppen. Jansen is de closer, de werper die de laatste ‘nul’ op het scorebord moet zien te krijgen. Tijdens het reguliere seizoen stelde hij 28 overwinningen veilig. Vrijdagnacht zijn de Dodgers aan de finale van de National League begonnen tegen de St. Louis Cardinals. Jansen is nog één stap verwijderd van de World Series. „Op zo’n podium staan, dat is de droom van iedere pitcher. Jansen maakt echt indruk. Hij is bezig een wereldster te worden”, vertelt Tom Stuifbergen, die al jaren in de Amerikaanse minor leagues speelt.

Vier jaar geleden had niemand het voor mogelijk gehouden dat Jansen op de heuvel zou staan. Tijdens de World Baseball Classic van 2009 is hij de Nederlandse catcher. Berrie van Driel, werper van het Rotterdamse Neptunus, weet nog goed hoe Jansen zich tijdens het landentoernooi manifesteerde. „Hij gooide als catcher vanaf zijn knieën de bal zo in een streep naar het derde honk. De wereldsterren uit de Dominicaanse Republiek wisten niet wat ze meemaakten. Ik had nooit verwacht dat hij een paar maanden later voor Nederland zou werpen. Laat staan dat hij de majors zou halen”, zegt Van Driel, die ieder duel van Jansen ’s nachts via internet volgt.

Als Jansen zich na de Classic bij de Dodgers meldt, is de boodschap van zijn werkgever duidelijk. Wil hij een kans maken op een plek in het hoogste team, dan moet Jansen het catchen verruilen voor het pitchen. Wegens zijn lage slaggemiddelde heeft hij geen keus. In september 2009 staat Jansen bij het wereldkampioenschap in eigen land als closer in het veld. Hofstede maakt als Nederlands teammanager de metamorfose van de honkballer van nabij mee. „De toenmalige bondscoach Rod Delmonico speelde nog wel eventjes met de gedachte hem weer als catcher te gebruiken. Maar dat was uit den boze. De Dodgers stonden dat gewoon niet toe. Kenley Jansen speelde wat onwennig. Maar dat hij potentie had als pitcher was duidelijk.”

Jansen heeft zijn worp vervolmaakt en is halverwege dit seizoen opgeschoven tot dé closer van de Dodgers. Op zijn zogenoemde cutter – een heel hard gegooide bal die op het laatste moment naar binnen afbuigt – is bijna niet te slaan. Meulens, oud-prof van de New York Yankees en bondscoach van Nederland bij de laatste World Baseball Classic, noemt de worp van Jansen „vernietigend”. „Omdat Jansen zo groot en sterk is, kan hij ballen vanuit een andere hoek gooien dan slagmensen gewend zijn. Het geeft ze een gevoel alsof hij bovenop ze staat. De bal lijkt nooit te stoppen met bewegen, of draait op het laatste moment naar ze toe. Slagmensen weten gewoon niet wat ze moeten doen.”

Meulens is als een vader voor de nieuwe honkbalsterren uit Curaçao, die met trots in de VS spelen en voor het Nederlands team uitkomen, maar hun afkomst niet verloochenen. Jansen draagt bij de Los Angeles Dodgers steevast nummer 74. Als eerbetoon aan het adres in Willemstad waar hij groot is geworden: Kaya Kokolishi 74. Zijn kamer is nog in tact. Compleet met bekers en vaantjes. Na de play-offs slaapt Jansen er weer.

    • Koen Greven