De underdog wint altijd — deze keer

Elk nieuw boek dat de Canadese auteur en journalist voor The New Yorker Malcolm Gladwell schrijft staat direct in bestsellerslijsten. Dat komt omdat hij een intellectuele provocateur is.

De wasruimte van een vestiging van The Student Hotel in Amsterdam. Foto Maarten Hartman

Stel, volkomen hypothetisch natuurlijk, u kent of bent een begaafd student, die fluitend een plek op een topschool bemachtigt, maar zich daar onverwacht niet thuis voelt. Cijfers storten in, waarna eetgewoonten, persoonlijke hygiëne en zelfvertrouwen volgen. Zondagskind dreigt een vage schim te worden van wie het ooit was. Zou het dan niet heerlijk zijn als er een boek bestond waarin op meeslepende wijze wordt uitgelegd dat student, inclusief onbetwiste intelligentie en uitzonderlijkheid, juíst beter af is op een wat minder ambitieuze plek? Tussen iets minder slimme jongeren? En dat dit niet aan jou/uw kind maar aan die verdomde opleiding ligt?

Zo’n boek heeft Malcolm Gladwell, meester in het aanvoelen van de intellectuele onderbuik, nu compleet met grafiekjes geschreven: David & Goliath; Underdogs, Misfits and the Art of Battling Giants. Vorige week kwam het uit, nu al staat het in de top-10 van Amazon. Zoals zijn drie beroemdste boeken nog altijd een plek hebben in de paperback non-fictie bestsellerslijst van The New York Times. Dat Malcolm Gladwell graag zelfhulplectuur voor hoogopgeleiden schrijft, is goed te zien aan de ondertitels van die boeken:

The Tipping Point: How Little Things Can Make a Big Difference;

Blink: The Power of Thinking Without Thinking;

Outliers: Why Some People Succeed en Some Don’t.

Een bekend verwijt over de aanpak van Malcolm Gladwell is dan ook dat hij, net als in gewone selfhelp gebeurt, zijn betoog omzwachtelt met quasiwetenschappelijke dikdoenerij. Geen serieuze wetenschapper zou, naar Gladwells vaste recept, één hypothese durven optuigen met zoveel lukraak verzamelde anekdotes uit alle mogelijke studies over menselijk handelen. Het is bon ton om dat bij ieder nieuw Gladwell-boek even vast te stellen, dus bij dezen.

De Amerikaanse media stellen opnieuw niet teleur en branden David & Goliath op hoog niveau af. Zie voor de beste argumenten het online magazine Slate. De toon van de meeste stukken laat zich samenvatten als bewonderende verbijstering: hoe is het toch mogelijk dat deze geniale New Yorker-verslaggever miljoenen boeken blijft verkopen met zulke grote stappen en gemakkelijk door te prikken ‘feiten’?

Provocateur

Toch is het jammer dat het daardoor opnieuw gaat over wat niet deugt aan Gladwell. Zelf is hij behendig genoeg om wat hij als waarheden presenteert niet als énige waarheid te bestempelen. Zie David & Goliath, dat de strekking van Outliers volkomen omdraait: Outliers beschreef hoe succes meer succes baart, en mislukking meer mislukking. David & Goliath wil juist aantonen dat tegenslag mensen sterkt. En dat ieder voordeel zijn nadeel heeft, waarbij een nadeel ook nog eens heel goed kan uitpakken als een voordeel. Malcolm Gladwell betoogt kortom wat Johan Cruijff allang wist.

Maar is dat erg? The Guardian noemde Gladwell een ‘intellectuele provocateur’, de beste typering. Al in het tweede hoofdstuk van David & Goliath besteedt hij nota bene zelf een noot van een halve pagina aan zijn eigen vader, een wiskundige, die het bekendste verwijt aan Gladwells adres uitvoerig mag onderstrepen: ‘I am oversimplifying things, he points out.’

De beste manier om van Macolm Gladwell te genieten is dan ook zijn meest pretentieuze uitspraken, over wetenschap voor het volk enzo, als onzinnig te beschouwen. In dat licht telt dit boek twee echt zwakke hoofdstukken. Ten eerste dat over David & Goliath, dat nog wel te pruimen is zolang Gladwell op basis van historische gegevens verklaart dat die steen waar David zo behendig mee slingerde, in die tijd ongeveer de equivalent van een kogel was. Maar wanneer Gladwell er de medische handboeken bijhaalt om te betogen dat Goliath een ingewikkelde hersentumor had, draaft hij door. Het tweede rare hoofdstuk is dat waarin Gladwell zich afvraagt of wij onze kinderen geen dyslexie moeten toewensen, zóveel voordelen heeft dat namelijk. Het is interessant te lezen hoe de baas van Goldman Sachs, Gary Cohn, zijn dyslexie met doorzetten en bluffen overwon. En Gladwell sleept er weer eens verbluffende onderzoekjes bij om te onderstrepen dat moeizaam verworven kennis slimmer maakt. Alleen lijken die methodologisch niet erg stevig en verklaart het allemaal ook niet waarom er dan zoveel criminelen met dyslexie zijn. Niet echt voldoende om dyslectici een vreugdesprong te laten maken.

Ideeënman

Dat van die criminelen vermeldt Gladwell trouwens óók weer zelf. De beste manier om hem te lezen is dan ook als dwarsdenker en ideeënman. Weiger gewoon hem als halve wetenschapper, goeroe of zelfs journalist al te serieus te nemen, maar zie hem als een excentrieke verteller. Dan blijft nog steeds een aanstekelijke verzameling verhalen over, boordevol weetjes die een mens nu eenmaal weten wil, al kloppen ze desnoods maar half. Over een atypisch basketbalteam van onhandige blanke nerdmeisjes uit Silicon Valley gaat het, dat weet door te stoten in de juniorencompetitie. Over Lawrence of Arabia, en hoe die met een handvol bedoeïenen het Turkse leger kon verslaan. Over grote klassen, en waarom die vaak beter (!) zijn dan kleine klassen. Over Jay Freireich, een botterik, en hoe handig zo’n eigenschap was om het onderzoek naar leukemie voorwaarts te stoten.

De beste hoofdstukken gaan over het harde en slimme gevecht dat Wyatt Walker, de rechterhand van Martin Luther King, in 1963 in Birmingham voerde met de beruchte politiecommissaris Eugene ‘Bull’Connor, die in witte suprematie geloofde. En over de enorme inschattingsfouten die het Britse leger in Noord-Ierland heeft gemaakt en wat die van doen hebben met de kalkoenen die Amerikaanse politieagenten op een dag begonnen uit te delen aan families van criminelen in Brownsville, New York. We zijn dan aangekomen bij het laatste deel van het boek, waar Gladwell uitlegt waarom macht zonder legitimiteit geen stand houdt – helaas vergat hij hier dan wel weer de terroristen, merkte The New York Times fijntjes op.

Een populair gezegde in Amerika luidt: ‘What doesn’t kill you, makes you stronger’. Het komt in David & Goliath niet voor, maar het zou wel het motto van het boek kunnen zijn. Niets nieuws dus, maar altijd bemoedigend om nog eens te horen en daarna gesterkt weer verder te leven.

David & Goliath eindigt dan ook, geheel in selfhelp-traditie, met een paar inspirerende boodschappen. De eerste gaat over het nut van vergevingsgezindheid – twee mennonieten die hun verdwenen dertienjarige dochter vermoord en verkracht hebben teruggevonden, proberen de dader niet te haten. De tweede over de juist opstandige dominee van een paar Franse dorpjes genaamd Le Chambon, die in 1942 ijskoud aan een minister van het Vichy-bewind schreef: ‘Wij hebben Joden. U krijgt ze niet.’

Twee indrukwekkende verhalen, en opnieuw volledig tegenstrijdig. Typisch Gladwell.