De poorten van de hemel zijn open

De Rode Duivels waren lang meer vijandbeeld dan relikwie Maar nu België het WK voetbal heeft bereikt, steekt het volk de vreugdevuren aan Journalist en columnist Hugo Camps verklaart het succes

Met aftrek van Qatar, doping en matchfixing is sport vooral romantiek. Loopbrug van droom en daad. Geen land snakt zo koortsig naar een romantisch massaspel als België. Waar de politiek is gedegradeerd tot institutionele krabbenmand. Waar de oude koning het bestaan van een kind negeert. Waar het bekrompen nationalisme van Bart De Wever discours van de dag is.

Balkan aan de Schelde, met aftrek van bloed.

Soms zijn er nog vonken van een geesteshouding. De krolse Nobelprijswinnaar van 80, François Englert, zien dansen op zijn balkon balsemt gekrenkte trots. En het wildseizoen is begonnen: patrijs en fazant met de kracht van onderduik.

Dat het volk de vreugdevuren heeft aangestoken voor het nationale voetbalteam is een nieuw soort activisme. Belgen kunnen niet meer wachten tot de Rode Duivels zich voor Brazilië hebben gekwalificeerd. Bij hun vertrek voor de sleutelwedstrijd tegen Kroatië werden de internationals nagewuifd door honderden fans op het tarmac van Zaventem. Alsof terrorisme een soort hanengevecht in een achterlijk dorp is.

Voorbarige euforie na het eindeloze vacuüm.

Wie niet geoefend is in vreugde ziet de roekeloosheid van de vreugde niet.

De overmoed van België als sportnatie is mede het gevolg van een jarenlange tricolore drooglegging. Er was nog weinig om trots op te zijn. Ach, nationbuilding: hooguit wat dancemuziek. Het voetbal deed niet mee aan een verhevigde belgitude. Wielrennen kwakkelde ook achterop. Eigenlijk waren er alleen nog de tennismeisjes Kim en Justine die België als sportland op de wereldkaart hielden. Juist omdat ze niet de uitstraling van diva’s hadden, werden ze adoptiekinderen van de hele natie. Maar ook zij moesten ervaren dat hysterie in België zeer kortademig is.

Lange tijd waren de Rode Duivels meer vijandbeeld dan relikwie. Het parvenugedrag van de nieuwe generatie riep alom weerstand op. Tot eenvormigheid van de groep kwam het niet. Waalse en Vlaamse kongsi’s bedreven van harte de treiterkunst. Spelers met Vuittontasjes versus boerenkinkels, zoiets. En de doorvoede paljassen van de voetbalbond hadden nog nooit van marketing gehoord.

Amateurisme: als vanouds des vaderlands.

Toen kwam Dick Advocaat.

In de luttele maanden dat hij bondscoach was, hanteerde de kleine generaal de grove borstel. Vedetten die de sfeer verziekten, werden buiten de selectie geplaatst. Advocaat is zonder meer de geestelijke vader van het huidige succes van de Rode Duivels. Hij bracht professionaliteit in de groep en in de voetbalbond. In zijn eentje veroverde hij het primaat op bureaucraten. Een paar onverlaten hadden hem eerst geïnstalleerd in een bijkeuken van het bondsgebouw. Tussen resten ouwe bloemkool en lege bierflesjes. De faxen kwamen ook op zijn zogenaamde kantoor binnen. Lang heeft het niet geduurd. Dick gooide de hele boel dicht. Voor het eerst in zijn voetballeven hoorde de schaapachtige bondspreses iemand die hem durfde tegen te spreken.

Het was Advocaat die Marc Wilmots tot zijn assistent parachuteerde.

Dus ook in deze hoogdagen van de Rode Duivels is het toch weer een Nederlander die de poorten van de hemel heeft geopend. In het Belgische hockey, volleybal en zwemmen is dat niet anders.

Een aantal smaakmakers van de Rode Duivels is niet toevallig in de Nederlandse Eredivisie doorgegroeid: Vertonghen, Mertens, Vermaelen, Chadli, Bakkali... Alleen in het voetbal zit er nog iets van vlees aan het geraamte Benelux.

De intellectueel van het gezelschap met Congolese roots, Vincent Kompany, heeft een bloedhekel aan Bart De Wever. Voor hem is het succes van de Duivels het beste antwoord op de splitsingsdrift van Vlaams-nationalisten.

Volgend jaar, bij de verkiezingen, zal helaas blijken dat het een ingebeeld antwoord was.