De pompeuze rode neus past niet bij mij

Terwijl clown en directeur Milko Steyvers van circus Renz deze week in Doetinchem en IJsselstein optrad, maakte hij de planning voor het nieuwe seizoen.

Foto Roger Cremers

Donderdag 3 oktober

08.00 uur. Ankers drillen de grond in, ik ben klaarwakker door het lawaai. Vandaag is Doetinchem mijn woonplaats. De 31ste stop op onze tournee die veertig speelplaatsen telt. Het was laat gisteren, pas na middernacht stonden de laatste wagens die vanuit Heerde aankwamen op hun plek. In totaal rijden zeventig transportcombinaties het circus over. Ik ga er met frisse zin tegenaan. Snel een warme douche. Koffie bij het ontbijt, ondertussen kijk ik het Journaal. Daarna door naar kantoor. Het is een prachtig mobiel kantoor, met zeven werkplekken, internet en moderne computerapparatuur. Ik bespreek per afdeling de belangrijke punten. Ons publiek heeft geen weet van de aanwezigheid van een tourneemanager, communicatiemanager, eventmanager of de afdeling administratie. Circus is topsport, niet alleen in de piste.

Rond het middaguur maak ik een rondje door de stad. Ik controleer of de affiches in de plaatselijke winkels goed zichtbaar zijn en of de reclameborden langs de weg opvallen. Ik ben tevreden. ’s Avonds een waanzinnige première. Duizend enthousiaste gasten verlaten om 22.30 uur tevreden de tent.

Vrijdag

Ik vertrek met onze bedrijfsleider en de tentmeester naar IJsselstein, de volgende speelplaats. We meten het tentencomplex uit. Het is passen en meten. Ik geniet ervan, dat uitmeten. Op een leeg terrein droom ik weg. In gedachte zie ik de tent al staan. Het is een kunst om alles mooi neer te zetten. Missie geslaagd, terug naar Doetinchem. Ik nodig mijn vrouw Sylvia uit voor een lunch in de stad. Ze is mijn steun en toeverlaat. Een circus runnen met 85 medewerkers is in deze tijd niet gemakkelijk, maar wij kunnen op elkaar bouwen. We delen letterlijk lief en leed met elkaar. Tijdens de lunch bespreken we kort het verdere verloop van de dag – we mogen 1.500 bezoekers verwelkomen – en hebben het over Henk Krol, een gewaardeerde gast tijdens onze première in Amsterdam. Spijtig dat zijn missie voortijdig is gestrand. Ik heb diep respect voor zijn ideaal. Daardoor denk ik terug aan ons bezoek aan Etten-Leur. Daar verwelkomden we in samenwerking met onder meer het Nationaal Ouderenfonds honderdvijftig vergeten ouderen voor een lunch en bezoek aan de voorstelling.

Zaterdag

Om 08.30 uur meldt een dierenarts zich op kantoor. Het dressuurpaard krijgt een controle. Er zit bloed in zijn ontlasting zag de stalmeester gisteravond. De arts stelt een verkeerde bloedstolling vast en schrijft medicijnen voor. Een zorg minder. De verdere zaterdagochtend ontspan ik. We doen inkopen bij de supermarkt, genieten van een lunch en ik lees de krant.

Vandaag geven we twee voorstellingen. Voor de avondvoorstelling hebben we gezinnen uitgenodigd die hulp van de voedselbank krijgen. Ik besef dat wij het ondanks de moeilijke tijden goed hebben en dat er mensen zijn voor wie een avond circus er financieel echt niet in zit. Zo’n zeventig hulpbehoevende gezinnen genieten. Ze vallen niet op tussen het ‘normale’ publiek. Ik krijg een warm gevoel van de gedachte dat zij erbij zijn.

Zondag

Om 09.00 uur vertrekt het eerste transport naar IJsselstein. Het circus reist in twee etappes, omdat we te groot zijn om in één keer over te rijden. Alles loopt op tijd. (102 kilometer noteert het routebriefje vandaag.) De persafdeling draait ook op zondag overuren. Middenin de piste wordt een tafel gedekt met hulp van onze vaste cateraar. Vanmiddag maken we een foto voor een tijdschrift. De enscenering wordt tot in de kleinste details besproken en onze lichtontwerper creëert een kleurrijk beeld. Om 12.30 uur zit ik tussen 25 artiesten en het orkest aan een heus kerstdiner. De matinee is uitverkocht, dankzij een succesvolle actie met een plaatselijke supermarkt. Direct na de voorstelling rijden we over naar IJsselstein. Om 01.00 uur lig ik in bed, een half uur daarvoor stond het laatste transport op z’n plek. Circus is nachtwerk.

Maandag

Het ritueel van de opbouw herhaalt zich. In acht uur tijd bouwen 25 technici het tentencomplex. Op kantoor bespreken we de tournee voor 2014 en werk ik samen met onze persvoorlichter aan de contracten voor de artiesten, die we voor onze nieuwe productie één jaar naar Nederland halen. De eerste act is een feit! Een sensationeel jockeynummer: Hongaarse topacrobaten te paard. Met deze pure klasse is de toon gezet.

Omdat we vandaag geen voorstelling hebben, rij ik in de middag naar Amsterdam. Een goede vriend is kermisexploitant en hij heeft problemen met de luchtverdeler van zijn carrousel. Een paar telefoontjes verder hebben we de oplossing. Om 17.00 uur ben ik thuis. De woonwagen ruikt naar gebraden kip met rozemarijn. Sylvia is een keukenprinses. Stipt om 22.30 uur zit ik voor de tv. Humberto Tans RTL Late Night wil ik niet missen.

Dinsdag

Ik hang de halve ochtend met de Belgische regisseur Marc Boon aan de telefoon. In Nederland is hij bekend door zijn deelname aan De Rijdende Rechter en hij regisseerde onze productie Viva Niño. De belafspraak gaat over het succesvolle evenement ‘Sint in de Piste.’ In november staan we twee weken in het Belgische Sint-Niklaas. Circus Herman Renz levert als producent het tentencomplex, de artiesten en het orkest, Marc zorgt voor een verrassend sinterklaasverhaal, acteurs en een groot pietenballet. Het worden twaalf voorstellingen met 15.000 gasten. Omdat het evenement groeit, bouwen we dit jaar een extra backstagetent. De eisen die een stad daarvoor stelt zijn streng en alles moet goed afgestemd worden. We laten niets aan het toeval over.

Eén voorstelling vandaag. We eten laat en daarna duik ik m’n bed in. Morgen wordt een lange dag.

Woensdag

Ook ik heb kleedkamerrituelen. Dat begint bij de schoenen. Die moeten gepoetst zijn voordat ik aan het schminken begin. Een babydoekje werkt perfect; glimt goed en ruikt heerlijk. De clown in me komt tevoorschijn na een lichte basis van vetschmink. Ik zet m’n lachrimpels aan met een rood potlood en op het midden van mijn voorhoofd siert één streepje. Zet ik die scheef, dan gaat er ongetwijfeld iets mis die dag. Ik doe het nooit over; dat is vals spelen. Een pompeuze rode neus ontbreekt, die past niet bij mij. Afpoederen met talk zorgt ervoor dat het gezicht niet glimt in de spotlights.

Beide voorstellingen zijn uitverkocht. Topsfeertje! Het matineepubliek – veelal kinderen – is onrustiger dan de bezoekers van de avondvoorstelling. Het heeft allebei z’n charme, want het geeft een kick als duizend kinderen luidkeels ‘Olé’ roepen wanneer ik als toreador binnenkom. Maar de volwassenen die lachen om een subtiele woordspeling in mijn rol als cupido... minstens zo plezierig. Mijn inspiratie voor de clownerie komt vooral van Laurel & Hardy. De opperclowns, bekend om hun fenomenale slapstick. Hun humor is tijdloos. Dat streef ik graag na, zonder dat ik me met hun wil vergelijken. Als kind droomde ik ervan om clown te worden, geïmponeerd door het kerstcircus van Billy Smart op tv. Nu kan ik me geen leven zonder meer voorstellen. Het is een gezonde verslaving. Direct na de laatste voorstelling vertrek ik in het donker richting Noordwijk. Voor het 17de jaar op rij gaan we daar voorstellingen geven.