Appeltje voor de dorst niet veilig

De pensioenplannen van Weekers zijn van de baan. Maar er is nog veel meer dat de koopkracht van ouderen kan aantasten.

De Grote Pensioenversobering gaat voorlopig niet door. Dat is het gevolg van de nederlaag die staatssecretaris van Financiën Frans Weekers dinsdag leed in de Eerste Kamer. Nog staande de vergadering trok Weekers twee wettelijke ingrepen in het pensioenstelsel terug omdat die dreigden te worden afgestemd.

Kunnen pensioenspaarders en gepensioneerden feestvieren nu Weekers bakzeil heeft moeten halen? Nee, zegt Alex van Scherpenzeel, beleidsadviseur bij de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO), met 180.000 leden de grootste belangenclub voor senioren in het land. „Je moet onderscheid maken tussen de ingrepen in de pensioenen en andere maatregelen met gevolgen voor het inkomen van ouderen. Het uitstel betekent dat de pensioenen voorlopig niet nóg verder worden uitgekleed. Maar andere maatregelen gaan gewoon door, en die hebben ingrijpende gevolgen.” Consumenten moeten hun aandacht verleggen van pensioen naar al dat andere dat hun koopkracht kan aantasten.

Dat valt niet mee. De politiek is meer dan ooit een koehandel geworden. Tussen coalitiepartijen, tussen coalitie en oppositie, en tussen die twee fronten en de lobby van belangengroepen. Stelt het kabinet een ingreep voor, dan resulteert meestal een afgezwakte ingreep plus nog eens een pakket reparatiemaatregelen, om de tegenstanders tevreden te houden. Gevolg: complexiteit en onvoorziene neveneffecten.

Ondoorzichtigheid was een belangrijke oorzaak voor de nederlaag in de Senaat. Het kabinet wilde némen via de – hou je vast – Wet Verlaging Maximumopbouw- en premiepercentages Pensioen en Maximering Pensioengevend Inkomen. Volgens deze wet mogen wij jaarlijks nog maar 1,75 procent van ons inkomen belastingvrij sparen voor pensioen in plaats van 2,15 procent, en over ons inkomen boven een ton helemaal niks meer. En het kabinet wilde géven via de Wet Pensioenaanvullingsregelingen: vooruit dan, weer 0,10 procentpunt belastingvrije pensioenopbouw erbij. Maar deze laatste regeling is zo ingewikkeld en zo onzeker in zijn uitwerking dat de senatoren er niet aan wilden.

De Grote Versobering

Toch zit er nog heel wat in de pijplijn aan niet-pensioenmaatregelen. Verhoging van de belastingdruk, verlaging van de koopkrachtondersteuning, maar vooral de bezuinigingen op de zorg gaan de gemiddelde gepensioneerde geld kosten. Gemiddeld zo’n 10 procent van zijn inkomen, zo schat de ANBO. Scherpenzeel: „Dan heb je het over een echtpaar met 18.000 euro AOW en 5.000 euro aanvullend pensioen. Op 23.000 euro leveren zij dus 2.300 euro in.” Ook het Nibud heeft de financiële gevolgen uitgerekend op verzoek van de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad. Het Nibud komt uit op een inkomensdaling tot 4,5 procent voor huishoudens met lage zorgkosten, en tot 8,5 procent voor huishoudens met hoge zorgkosten.

Al deze inkomenseffecten komen nog eens bovenop de gevolgen van de Grote Versobering. Tot 2000 was de norm nog: eindloon plus indexatie. Gepensioneerden ontvingen 70 procent van hun laatstverdiende salaris – meestal het hoogste – en zagen hun pensioen ieder jaar gecompenseerd voor inflatie. Na de dotcomcrash (2000-2002) stopten de fondsen tijdelijk met indexeren en verhoogden zij de premies. En vanaf 2004 stapten zij massaal over van eindloon naar middelloon – goedkoper en administratief eenvoudiger.

Na de kredietcrisis stopten de meeste fondsen met indexeren. Veel fondsen moesten zelfs korten op de pensioenen, een ingreep zonder precedent in de Nederlandse pensioengeschiedenis. Tenslotte trok het kabinet-Rutte I de pensioenleeftijd op van 65 naar 67 jaar. Zo moeten de pensioenen betaalbaar blijven nu Nederlanders steeds langer leven en er tegenover de mensen die nog werken en pensioenpremies betalen, een groeiend leger staat van ‘inactieven’ die pensioen moeten ontvangen.

Schaamteloos egoïsme

De concrete gevolgen voor uw pensioen zijn moeilijk aan te geven. Vooral omdat pensioen zo sterk verschilt per individu. Toch hebben specialisten van verzekeraar Delta Lloyd, overigens zelf een speler van belang in de pensioenmarkt, een poging gewaagd om er iets algemeens over te zeggen. Inclusief de twee ingrepen die nu zijn uitgesteld, kwamen beleidsadviseur Herma Geboers en de haren eind juni uit op een pensioen van „maximaal 49 tot 64 procent” van het laatstverdiende loon. „En hoe meer je tijdens je loopbaan verdiende, hoe lager die percentages”, voegde Geboers daaraan toe.

Is dat erg, vroeg hoogleraar Lans Bovenberg zich af. „Veelverdieners kunnen ook gemakkelijk bijsparen.” Bovenberg is niet tegen verlaging van de pensioenopbouw, mits die tijdelijk blijft en niet permanent wordt, zoals het kabinet wil. „Wij hebben veel gespaard én wij hebben hoge schulden, vooral door onze hypotheken. Door een lagere pensioenopbouw kunnen mensen meer schuld aflossen.” Yvonne Hofs, pensioenspecialist van de Volkskrant, ging eind september nog een stap verder. Zij ergerde zich over de stroom van „heetgebakerde e-mails van oudere lezers”, telkens wanneer zij over pensioenen schreef. Niet aan de kritiek op zich. „Dat mag natuurlijk.” Wel aan het „schaamteloze egoïsme” in de mails , zonder enig begrip voor „de wankele pensioenvooruitzichten van jongeren”. Volgens Hofs is de Grote Versobering die ouderen nu treft, een noodzaak om jongeren straks een fatsoenlijk pensioen te kunnen betalen.

„Ga dat maar eens vertellen aan al die mensen die moeten rondkomen van een pensioen van 500 euro per maand inclusief AOW”, reageert Simon van der Schoot (zie ook portret), voorzitter van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen. Hofs wil zulke gevallen niet bagatelliseren. Maar, zo wierp zij tegen, „als groep worden de gepensioneerden steeds rijker”. Een individuele arme pensionado koopt natuurlijk niets voor zo’n mededeling. „Maar in de discussie over de eerlijke verdeling van de pensioenen is het wel relevant.” Daarmee raakte Hofs aan een fundamentele zwakte van het Nederlandse pensioensysteem: het individu heeft niets te zeggen over zijn pensioen, ook al wordt de hoogte van de uitkering bepaald door zijn individuele omstandigheden. Wat meneer Jansen stort op zijn bankrekening, blijft van hem. Maar de pensioenpremies die hij afdraagt, leiden niet tot een pensioenpotje dat van hem is. Hij heeft slechts een ‘aanspraak’ in geld op zijn pensioenfonds. Keuzevrijheid heeft hij evenmin. Of hij spaart verplicht bij een fonds of verzekeraar die door zijn werkgever is uitgezocht. Of hij spaart helemaal niet – voor het groeiende leger der kleine zelfstandigen is een eigen pensioen onbetaalbaar (zie portret Dasja Koot).

Zeepbellen op de financiële markten

Journalist Jesse Frederik (zie portret) ziet hierin een belangrijk argument voor een eigen standpunt. Wij moeten collectief via de overheid gaan sparen voor onze pensioenen, net als de Duitsers, zo bepleitte hij in een column. „Het Nederlandse systeem vergt een leger vermogensbeheerders, en die zijn onnodig kostbaar. Bovendien creëren al die beleggingen zeepbellen op de financiële markten.” De staat als pensioenspaarbank hoeft geen kunstmatig onderscheid te maken tussen loonslaven en zelfstandigen. En de overheid kan tekorten in de pensioenpot gemakkelijker opvangen dan pensioenfondsen – door simpelweg het begrotingstekort tijdelijk wat te laten oplopen. „Dat verdien je vanzelf weer terug wanneer de economie weer aantrekt”, zegt Frederik. „Wij zitten hier midden in een crisis de pensioenen te versoberen, waardoor de koopkracht nog verder daalt en de economie nog verder krimpt. Slim hoor.”