Alle anatomielessen bijeen

In het Haags Gemeentemuseum zijn alle tien ‘anatomische lessen’ die uit de 17de eeuw over zijn voor het eerst samen te zien. De schilderijen zijn aangevuld met moderne kunst over het lichaam.

Paul Thek: L.column, 1965/66 Caldic Collectie

Het gaat niet om de lijken. Het gaat om de levenden. Kijk hun wangen eens glanzen, hun voorhoofden stralen, hun baarden, snorren, rimpels, wallen, alles is vastgelegd. Het dode lichaam waar de mannen omheen zitten is van ondergeschikt belang, zoals een voetbal op een hedendaagse elftalfoto. Het gaat om de gezichten van de toen nog levenden, die vol van kleur en vorm uit hun witte kragen opduiken. Ze betaalden de schilder elk apart voor hun gelijkenis.‘Anatomische les’ heet dit genre schilderijen uit de 17de eeuw, maar het zijn in de eerste plaats groepsportretten. De schuttersstukken zijn daarvan de bekendste. Maar ook andere gildes, als de staalmeesters of regenten van liefdadigheidsinstellingen, lieten zich en groupe vastleggen, vaak met hun eigen attributen. Al meer dan drie eeuwen blikken ze vanaf grote doeken zelfbewust de toekomst in.

Hoe onrechtvaardig van de geschiedenis dat behalve van de doktoren die in de titel van een doek genoemd worden hun namen vergeten zijn. Alle Johannessen, Aerts, Sebastiaans, Nicolazen en Jacobs die in Amsterdam, Delft of Enkhuizen als chirurgijn werkten, zijn vergeten als de namen van kinderen op een oude klassenfoto. De namen van de lijken zijn nu soms bekender: geëxecuteerde misdadigers als rover Aris Kint en de Vlaamse kleermaker Joris Fonteijn, alias Zwarte Jan.

Uit de 17de eeuw zijn tien anatomische lessen overgebleven. Ze zijn nu voor het eerst allemaal samen te zien in één museum, het Gemeentemuseum in Den Haag. Dat is een gek gezicht, omdat vooral blijkt dat het gegeven waar het genre naar genoemd is, er op de schilderijen eigenlijk niet zoveel toe doet. In de 17de eeuw bekwaamden chirurgijns zich in hun vak door elk jaar een ontleding van een lijk bij te wonen, vaak in een speciaal gebouwd anatomisch theater. Daar werden de schilderijen ook opgehangen. Over hoe de anatomische lessen in zijn werk gingen geven prenten en andere bronnen meer informatie dan de schilderijen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de anatomische theaters ’s zomers een soort musea waren. Er stonden skeletten opgesteld met spreuken in hun handen als ‘memento mori’ en ‘homo bulla’ (de mens is een zeepbel) naast Egyptische mummies, misgeboortes op sterk water en opgezette dieren. Van het Leidse Theatrum Anatomicum verscheen een catalogus in vier talen.

In het Haags Gemeentemuseum gaat de tentoonstelling in de eerste plaats over kunst. Wat opvalt is dat de geschilderde anatomische lessen in de loop van de eeuw steeds verder afraken van het wat stijve groepsportret. Die traditie heeft zich elders wel voortgezet – zie de elftalfoto en klassefoto, maar in de schilderkunst werd van het saaie rijtjeswerk afgeweken, vooral door Rembrandt. Zijn Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp (1632) uit het Mauritshuis en zijn Anatomische les van Dr. Jan Deijman (1656) uit het Amsterdam Museum hebben dynamischer composities en het lijk is belangrijker. Bij de les van Deijman lijkt dat nog meer zo omdat een groot deel van dit schilderij bij een brand in 1723 verloren ging. Alleen het stuk met het lijk bleef over. In de catalogus is een digitale reconstructie van het hele schilderij te zien.

Horrorfilms

Anatomische lessen zijn niet meer openbaar toegankelijk, zoals in de 17de eeuw – dankzij technologische vooruitgang is dat niet meer nodig. Er zijn nu fotoboeken en films die het menselijk lichaam in ontlede staat tonen. Voor de liefhebbers van griezelen zijn er horrorfilms en attracties als de Amsterdam Dungeon op het Rokin waar de Anatomische les van Dr. Deijman ook nog eens tot leven komt.

Het Haags Gemeentemuseum heeft de oude verzameling anatomische lessen aangevuld met moderne kunst, niet met groepsportretten maar met een groep kunstwerken over het menselijk lichaam. Folkert de Jong heeft zelfs speciaal voor de tentoonstelling een grote installatie gemaakt. Ook hier valt te huiveren, bij de schilderijen van Francis Bacon of de beelden van Berlinde De Bruyckere en Marc Quinn. Er hangen ook twee ingekerfde schilderijen van Fontana. De vergelijking ligt voor de hand: hij sneed in een schilderij zoals een anatoom in een lichaam. Dit gedeelte van de expositie is soms wat flauw. Maar de ambitie van het Gemeentemuseum is alleen maar te bewonderen. Waarom waagt het Stedelijk Museum zich nooit aan zo’n thematische tentoonstelling in plaats van al die brave solopresentaties?

De anatomische les. Van Rembrandt tot Damien Hirst. Gemeentemuseum Den Haag, t/m 14 jan. 2014. Inl: gemeentemuseum.nl