‘Wraaklust is ingebakken’

Ian Buruma luisterde als kind naar zijn vaders ervaringen in de oorlog. Maar hoe was de nasleep daarvan? Een nieuw boek aan de hand van brieven, dagboeken en verhalen.

Het was zijn vader die bij Ian Buruma al jong belangstelling voor de oorlog wekte. In 1943 werd de rechtenstudent door de Duitsers naar Berlijn gedeporteerd voor de Arbeitseinsatz Hij doorstond er de bommen en de chaos van de bevrijding. In september 1945 keerde hij terug, 22 jaar en half verhongerd. Hij leerde zijn kinderen niet te snel te oordelen. Nooit de opgeheven wijsvinger, altijd mild, nooit anti-Duits. Buruma droeg 1945. Biografie van een jaar op aan zijn vader, nu negentig.

„Mijn generatie is opgevoed in de schaduw van de oorlog”, zegt Ian Buruma (1951) in zijn Amsterdamse hotel. „Bij die slager ging je niet winkelen want die was fout in de oorlog, bij die tabakswinkel mocht je geen snoep kopen, want die vrouw had nog met Duitsers gevreeën. Als klein jongetje al was ik gefascineerd door het enorme contrast tussen het veilige, burgerlijke leven in het Nederland van de jaren vijftig en de drama’s die mijn ouders eerder hadden meegemaakt.”

Uw boek begint vanuit het perspectief van de vrouw: moffenhoeren, troostmeisjes, verkrachting door het Rode Leger, maar ook seksuele bevrijding door de komst van de Amerikaanse soldaten.

„Mannen waren de verliezers van de oorlog. Die enorme woede over moffenhoeren was vooral paniek van mannen die als de dood waren dat ze hun vrouwen niet meer in de hand hadden. Het ultieme symbool van hun falen was dat hun eigen vrouwen met de bezetter vreeën. Dat ze het vrijwillig deden was nog vernederender dan verkrachting. Daarover werd niet gepraat: dat paste niet in het trotse beeld van de overwinning.”

1945 is het jaar waarin met man en macht geprobeerd werd de doos van Pandora weer dicht te krijgen. Hoe herovert de staat het machtsmonopolie?

„In Nederland was dat eenvoudig – anders dan in Frankrijk was er weinig gewapend verzet. De Gaulle had de Fransen jarenlang tot verzet aangespoord, maar na afloop van de oorlog moest iedereen zijn wapens inleveren. In Italië en Griekenland ontaardde dat in regelrechte burgeroorlogen.

„Wraaklust na oorlog is een ingebakken menselijke eigenschap. Maar op grote schaal komt het zelden voor zonder bewuste politieke manipulatie. Zo maakte de naoorlogse massaverdrijving van Duitsers uit Polen en Tsjechoslowakije deel uit van een door Stalin aangemoedigde revolutionaire politiek van de communisten tegen de oude Duitse bourgeoisie.”

Maar de Joden, die het meeste recht op wraak hadden, namen het recht zelden in eigen hand.

„Er waren er niet veel over die in staat waren te vechten. Ben Goerion zag heel goed dat de toekomst voor de zionisten in het Midden-Oosten lag. De Joden beseften dat ze hun morele positie zouden kwijtraken als ze wraak namen. Dan konden de Duitsers zeggen: nu staan we quitte. Wraakacties hadden geen politiek nut. Ben Goerion heeft dat bewust de kop ingedrukt.”

Het einde van de oorlog leidde tot volksverhuizingen met dramatische gevolgen.

„Ook daar speelde de politiek een grote rol. Etnische zuiveringen waren lang niet zo beladen als nu. De geallieerden vonden dat de Tsjechen en Polen het volste recht hadden de Duitsers te verdrijven. Men voorzag destijds de consequenties niet en het kon niemand iets schelen. Het was tenslotte hun eigen schuld.

„Dan had je ook nog de miljoenen displaced persons uit de kampen. Veel mensen konden niet terug omdat ze direct over de kling zouden worden gejaagd. Stalin wantrouwde iedereen die buiten de Sovjet-Unie was geweest, zelfs als ze als slaven voor de Duitsers hadden gewerkt. Het is moreel verwerpelijker dat ze Sovjetburgers hebben teruggestuurd, wetende dat die in de Goelag zouden verdwijnen. De geallieerden wilden geen gedonder met Stalin en weigerden vluchtelingen op te nemen. De grenzen waren zelfs min of meer dicht voor Joodse overlevenden.”

De verschillen waren enorm. De VS beleefde een overwinnaarseuforie. Europa wijdde zich aan de wederopbouw, Oost-Europa werd gekoloniseerd en in de rest van de wereld begon een bloedig proces van dekolonisatie.

„Dat had gruwelijke en ironische kanten: het verzet tegen de nazi’s was in Europa sterk links getint, vooral communistisch. Gecollaboreerd heeft vooral de oude rechtse garde. Maar zodra de koloniën in het geding kwamen, werd het ingewikkelder. Fransen, vaak zelf verzetslui, werden door een socialistische regering naar Algerije gestuurd om de anti-koloniale opstanden neer te sabelen!

„Zo was het ook in Nederlands Indië: Soekarno werd hier afgeschilderd als een collaborateur die met de Japanse vijand had geheuld. Veel voormalige verzetsmensen deden bij de politionele acties alsof ze dezelfde oorlog uitvochten. Dat was wel onder vadertje Drees!”

Collaboratie had in Azië een heel andere lading dan bij ons: de Japanse propagandaleus ‘Azië voor de Aziaten’ was in heel Azië populair.

„Daar zag men de oorlog als een kans om de Europese heerschappij af te schudden. Als de Jappen minder bruut waren opgetreden, hadden ze in Azië meer sympathie gekregen. Ondanks hun vaak monsterlijke optreden stimuleerden ze bij de Aziaten ook een gevoel van eigenwaarde. Ze zagen zichzelf als een Herrenvolk dat Azië wilde bevrijden van het westerse juk.”

U zegt dat het verzet eigenlijk een marginale rol heeft gespeeld.

„Het verzet heeft de oorlog niet bekort. Het belang ervan is wel dat het een kleine deuk maakte in het idee van absolute overmacht van de bezetter. Het was cruciaal als morele basis voor de wederopbouw, zodat je niet bleef zitten met dat gevoel van vernedering, rancune en revanche.”

U zet de talloze wraaklustige volkstribunalen in de hele wereld af tegen het Neurenbergproces als geslaagde poging om die legitimiteit weer terug te winnen.

„De enige manier om vendetta te vermijden is er op een rituele manier een punt achter te zetten. Je kunt niet iedereen bestraffen, maar je moet mensen het idee geven dat er enige rechtvaardigheid is geweest. Neurenberg was niet perfect, maar bij gebrek aan beter de beste oplossing. Anders dan de spontane volkstribunalen, gemodelleerd naar Stalins showprocessen, was Neurenberg geen poppenkast.”

Na zo’n geweldsorgie als WOII komt er altijd een fase van onverwacht optimisme en daadkracht: de VN, de Europese gemeenschap.

„Europa was vastgeroest, sterk door milieu en klasse bepaald. Een oorlog zet alles op zijn kop. Dat geeft enorme creatieve energie. Jean Monnet legde de basis voor een verenigd Europa, maar stond als technocraat ook aan de wieg van de huidige problemen: zet een stel welwillende heren bij elkaar die weten wat goed is voor de mensen. Nu zitten we met een ondemocratische EU die de democratische legitimiteit van de lidstaten ondermijnt.”

Lopen die systemen nu tegen hun houdbaarheidsdatum aan?

,,De angst voor een oorlog in Europa is verdwenen, het heilige geloof in sociale gelijkheid verdampt. De ineenstorting van het Sovjetimperium was goed, maar men onderschat de negatieve gevolgen. Elke vorm van utopisme is verdacht geworden. Iedereen zoekt het maar uit. Dat staat lijnrecht tegenover de geest van 1945.

„De laatste perverse stuiptrekkingen van het idealisme zag je onder de neoconservatieven in Amerika, die meenden dat het Westen gewapenderhand overal de vrijheid moet verdedigen. Ik ben sceptisch geworden over ‘humanitaire interventies’. De retoriek van WOII is nog steeds sterk. De Republikeinen gebruiken te pas en te onpas de kreet ‘München 1938’. Zelfs Obama’s minister van Buitenlandse Zaken John Kerry riep laatst over Syrië precies hetzelfde. Ik vind dat gevaarlijk.”