Wereldpremière Turnage: woelig pianoconcert met mooi wiegelied

De radicale muzikale avant-garde behoort, zo wordt vaak beweerd, inmiddels definitief tot het verleden. Aan het begin van de 21se eeuw willen componisten niet langer choqueren of bevreemden, maar juist voortborduren op bestaande tradities. Een goed voorbeeld is de Britse componist Mark-Anthony Turnage (1960), wiens gloednieuwe Concert voor piano en orkest gisteren in de Doelen z’n wereldpremière beleefde. Turnage staat als eclecticus te boek: klassieke vormen en instrumentatie combineert hij met elementen uit de jazz en funk. Toch deelt Turnage veel met het naoorlogse modernisme. In zijn woelige pianoconcert draait het niet primair om expressie, maar om ‘gematerialiseerde’ klank: geïsoleerde stijlflarden en toongestes tuimelen zonder samenhang of betekenis over elkaar heen. Het resultaat is een rommelig, kakofonisch allegaartje dat weinig emotionele betrokkenheid genereert. Alleen het middendeel – een wiegenlied ter nagedachtenis aan Turnages leraar Hans Werner Henze (1926-2012) – bood solist Marc-André Hamelin soms ruimte om te communiceren van hart tot hart. Na de pauze bracht chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin zijn Rotterdamse orkest tot grote hoogten. Stravinsky’s Vuurvogel – de onverkorte versie uit 1910/11 – leidde hij met een wonderbaarlijk organische frasering en een ijzeren spanningsdosering. Je miste het ballet amper: de muziek alleen riep een zinderend tafereel op van versteende ridders en betoverde prinsessen.