Wat winnen de nieuwe vrienden van het kabinet?

Een kabinet in doodsnood móét wel concessies doen. D66, ChristenUnie en SGP kunnen nu winst boeken. Geld voor onderwijs, of gezinnen. En invloed.

Waarom het kabinet avond aan avond onderhandelt in het ministerie van Financiën, is voor iedereen duidelijk. Als Rutte en zijn ministers geen steun weten te verwerven voor de begroting van volgend jaar, hangt hun bestaan aan een zijden draadje. Zonder een meerderheid in de Eerste Kamer is regeren onmogelijk.

Maar waarom schuiven de oppositiepartijen eigenlijk aan? Niets verplicht hen steun te geven aan een kabinet waar ze zelf geen deel van uitmaken. Sterker nog, in de meeste democratieën ziet de oppositie het als haar belangrijkste taak om de regering zo veel mogelijk dwars te zitten – met de Republikeinen in de Verenigde Staten als meest extreme voorbeeld.

De gelegenheidscombinatie die het lot van Rutte II nu in handen heeft – D66, ChristenUnie en SGP, ook wel bekend als ‘Paars met de Bijbel’ – is een wonderlijk gezelschap: zowel qua levensbeschouwelijke opvattingen als politieke stijl liggen de twee christelijke partijen en de liberalen van D66 ver uiteen.

Toch is er ook iets dat hen bindt: alle drie realiseren ze zich dat ze aan de onderhandelingstafel meer kunnen bereiken dan bij de interruptiemicrofoon. De doodsnood van Rutte II is dé kans om hun stempel op het regeringsbeleid te drukken. Onderhandelen onder grote druk is misschien wel vruchtbaarder dan nieuwe verkiezingen en een nieuwe formatie.