‘Verzekeraar heeft terecht veel macht’

De relatie tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars staat onder druk. Toezichthouder Langejan: „Het hele stelsel is gebouwd op vertrouwen in de zorgverzekeraar.”

Het gaat er nu echt om spannen in de zorg. Theo Langejan gaat er van stralen. De bestuursvoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) waakt over de verhoudingen in een sector waar jaarlijks 90 miljard euro in omgaat, ruwweg 15 procent van de Nederlandse economie.

Sinds 2006 wordt er constant gesleuteld aan het zorgstelsel. Verzekeraars hebben stap voor stap de rol van de overheid overgenomen. Zij kopen zorg in, bepalen grotendeels de budgetten en worden geacht namens verzekerden de beste zorg te selecteren. Een wankel evenwicht tussen machthebbers en machtsvolgers, want wie in de zorg op een knop drukt, ziet twee straten verderop soms de ongewenste gevolgen. Machtsmisbruik, ongezonde verhoudingen en andere excessen liggen continu op de loer.

U stelt regels, spoort op, u straft, u adviseert. Niet wat veel tegelijk voor één organisatie?

„Wij zeggen wel eens hier dat we de kroonjuwelen van 2006 bewaken. Toen werd het nieuwe zorgstelsel ingevoerd, met een voor iedereen gelijke basisverzekering waarbij zorgverzekeraars de rol van de overheid hebben overgenomen. Vanaf het begin zijn drie wezenlijke eisen gesteld: de verzekeraars mogen geen verzekerden weigeren, ze moeten voor iedereen dezelfde premie rekenen – jong en oud, ziek en gezond – én zij hebben de plicht om zorg voor hun verzekerden toegankelijk te houden: dat die binnen redelijke reisafstand en tijd bereikbaar is. Wij houden in de gaten of nog aan deze eisen wordt voldaan. Dat kan in de vorm van adviezen waar de minister van Volksgezondheid soms om vraagt, maar ook door hand te haven of nadere regels te stellen.

U moet wel heel veel in de gaten houden. Is dat uitvoerbaar?

„Wij houden niet alleen toezicht op 100 ziekenhuizen of 200 zelfstandige kleinere klinieken, maar ook op alle verpleeghuizen, fysiotherapeuten, zo’n 8.000 huisartsen. Het is daarom van groot belang dat veel in de sector zelf gebeurt: huisartsen en ziekenhuizen dienen vooral door zorgverzekeraars te worden gecontroleerd. En patiënten kunnen meer betrokken worden bij de controle van ziekenhuisnota’s. Je moet niet alle heil van de overheid verwachten.”

Maar wel van de zorgverzekeraar?

„Het is van groot belang dat er vertrouwen in zorgverzekeraars bestaat. Daar is eigenlijk het hele stelsel op gebouwd. De zorgverzekeraars behartigen de belangen van verzekerden. Zij kopen in op prijs en kwaliteit. Als je aan je knie geopereerd moet worden, kan je aan je verzekeraar vragen waar dat het beste kan.”

Maar de patiënt wil dat ook zelf kunnen uitzoeken. Verzekeraars houden die informatie onder de pet.

„Dat gebeurt nog weinig, dat klopt. Het vervelende is dat we al heel lang een discussie hebben over maatstaven voor kwaliteit. Er is geen heilige graal. Wat wel helpt is als verzekeraars transparanter zijn en meer informatie geven aan hun verzekerden hoe zij onderscheid maken bij de inkoop bij zorgaanbieders.”

Ziekenhuisbestuurders zeggen dat verzekeraars onfatsoenlijk harde eisen stellen.

„Het leidt natuurlijk tot allerlei fricties. De toekomst van een ziekenhuis wordt steeds meer bepaald aan de onderhandelingstafel met de zorgverzekeraar. En dat was ook juist de bedoeling toen in 2006 het Nederlandse zorgstelsel werd gewijzigd. Dit wordt ook het eerste jaar dat zorgverzekeraars echt selectief gaan inkopen. Niet alle medische behandelingen worden meer bij één en hetzelfde ziekenhuis afgenomen.”

Maar is de strijd niet ongelijk?

„Het gaat erom wat de zorgverzekeraars voor hun verzekerden en de patiënten gedaan krijgen.”

Willen ziekenhuizen sterker staan dan moeten zij zich onmisbaar maken. Kortom fuseren en een regionaal monopolie creëren.

„Dat klopt. In theorie zou je dan één ziekenhuis voor heel Nederland maken. Maar dat noemen wij een kartel. Daar hebben we een toezichthouder voor: de Autoriteit Consument en Markt [ACM, de nieuwe naam van de NMa, red.] die daar tegen optreedt.”

In de ziekenhuiszorg is nog nooit één fusie tegengehouden

„Maar er zijn wel voorwaarden gesteld aan diverse krachtenbundelingen. En het is een grijs gebied. Als je zegt dat je alles in het ziekenhuis op de hoek wil krijgen, dan heeft een ziekenhuis op dorpsniveau een monopolie. Maar patiënten zijn bereid verder te reizen en te shoppen als het om complexere behandelingen gaat.”

Wat zijn de zegeningen van de macht van zorgverzekeraars?

„De zorgpremie is gedaald, er is gigantisch veel bespaard doordat zorgverzekeraars medicijnen selecteren die goedkoper zijn, het preferentiebeleid. Overal in de geestelijke gezondheidszorg stijgen de kosten scherp, behalve daar waar de verzekeraar aan het stuur zit. Bij apothekers en fysiotherapeuten zie je vergelijkbare ontwikkelingen. Dat zijn de sectoren waar verzekeraars als eerste de regie bij de inkoop kregen en dat zijn nu ook de sectoren waar de kosten scherp dalen. Zonder dat er signalen zijn dat toegankelijkheid of kwaliteit onder druk staat. Patiënten zijn tevreden.”

Maar fysiotherapeuten worden enorm afgeknepen, is de klacht

„Ja, we hebben die inkoopmacht doelbewust gegeven, en dat is wennen voor de zorgaanbieders. Voor de patiënt is dit beter dan verkoopmacht. Door de zorgplicht blijft er voldoende zorg en verzekeraars kunnen zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor elkaar krijgen. Zo zie je nu dat goed presterende fysiotherapeuten een hoger tarief kunnen krijgen.”

    • Jeroen Wester