Veel kritiek op studie naar gratis online tijdschriften

Uit onderzoek zou blijken dat vrij toegankelijke vakbladen artikelen slecht beoordelen. Maar die studie deugt zelf niet, vinden veel onderzoekers nu.

Onderzoeksjournalist John Bohannon dacht de kwaliteit van open access-tijdschriften aan de kaak te stellen, maar kreeg deze week zelf een lawine van kritiek over zich heen. Zijn studie deugde niet en was bevooroordeeld. Bohannon zou een stroman zijn van het wetenschappelijk tijdschrift Science, dat zijn onderzoek precies een week geleden publiceerde.

Wat had Bohannon dan gedaan? Hij schreef een nepartikel, vol methodologische fouten en overdreven conclusies, over de vondst van een potentieel nieuw middel tegen kanker. Dat bood hij aan 304 open access-bladen aan, die op internet gratis toegankelijk zijn. Maar liefst 157 accepteerden het artikel, vaak zonder dat het door vakgenoten was gecontroleerd – deze zogeheten peer review hoort standaard te zijn. Of het artikel werd wél gecontroleerd, maar heel slecht. Want het kwam, ondanks alle opzichtige fouten, toch vaak door die controle. Tijdschrift Science bracht het onderzoek als een primeur. Met als ondertoon: de kwaliteit van open access-bladen in zijn algemeenheid houdt niet over.

Al snel kwamen de reacties. Van talloze onderzoekers. Onder meer van Jeroen Bosman, bibliotheekwetenschapper aan de Universiteit Utrecht. „Er zitten een paar grote gebreken in zijn studie”, zegt hij via de telefoon.

Zo stuurde Bohannon zijn artikel alleen naar open access-bladen, en niet naar tijdschriften die nog traditioneel abonnementsgeld vragen, zoals Science. Misschien zitten in die groep ook wel tijdschriften die het geaccepteerd zouden hebben, zegt Bosman. En zo zijn er tussen de open access-bladen ook genoeg die wel een strenge peer review uitvoeren, zoals PLOS ONE.

Ook was er kritiek op de bladen waar Bohannon zijn nepartikel naartoe had gestuurd. Waarom deze 304? Van een groot deel was al bekend dat ze niet deugen. Bijna de helft (137 van de 304) staat op de zwarte lijst van de Amerikaanse bibliotheekwetenschapper Jeffrey Beall. Hij zoekt predatory publishers, uitgevers die onderzoekers geld aftroggelen om in niet bestaande tijdschriften te publiceren.

Bovendien selecteerde Bohannon alleen de tijdschriften met een specifiek verdienmodel, waarbij de auteur een uitgever betaalt om zijn onderzoek gepubliceerd te krijgen. Maar zo werkt slechts een kwart van de open acces-tijdschriften, zegt Bosman. „Zo zijn er in Latijns-Amerika veel die subsidie krijgen van de overheid.”

Bosman stelt vragen bij de manier waarop tijdschrift Science de studie van Bohannon heeft ingestoken. „Science vertegenwoordigt de gevestigde orde. Het is een tijdschrift met een paywall, en heeft er belang bij om open access negatief af te schilderen.”

Waar de discussie volgens Bosman nu vooral over zou moeten gaan, is de waarde van peer review. Moeten de beoordelaars van een artikel openbaar worden – nu gebeurt het nog veelal anoniem. Zijn er andere methoden om de kwaliteit te borgen? Deze belangrijke discussie gaat voort, zegt Bosman. „Het stuk in Science voegde daar weinig zinnigs aan toe.”

    • Marcel aan de Brugh