Vaandelvlucht van een voorzitter

Twee weken voor de Nederlandse afstandskampioenschappen en vier maanden voor de Olympische Winterspelen zit de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond zonder voorzitter. Doekle Terpstra stapte eind augustus gepikeerd op, nadat de beste Nederlandse schaatser van dit moment – let op: van dit moment – Sven Kramer, er met gestrekt been was ingegaan. Waarschijnlijk met zijn schaatsen aan, zo pijnlijk getroffen toonde Terpstra zich.

Het leidde tot een open brief van zijn hand, die sommige tenen deed krom staan: „De voorbereiding op de Olympische Spelen vraagt niet alleen een optimale professionele voorbereiding om Sven maximaal op dit toernooi voor te bereiden.” De KNSB-voorzitter legde de schuld voor zijn aftreden geheel bij Kramer. Die had hem „incompetent” en „zielig” genoemd. En weg was Terpstra, hoewel hij het vertrouwen van de ledenraad nog wel als „hartverwarmend” had ervaren. Die volstond er overigens mee om het vertrek van de voorzitter te betreuren – de raad maakte geen gebruik van zijn bevoegdheid om dat besluit tegen te houden. De resterende bestuursleden bleven gewoon aan. Bestuurslid en oud-topschaatster Sippy Tigchelaar: „Het zou onverantwoordelijk zijn nu op te stappen. Daar zouden we de KNSB en de schaatssport geen dienst mee bewijzen.” Alstublieft.

In een vraaggesprek met deze krant afgelopen zaterdag bleek Terpstra tot nieuwe inzichten te zijn gekomen. Zijn vaandelvlucht was niet langer alleen aan Kramer te wijten. „Geen kwaad woord over Sven. Ik blame hem niet. Wie wel? Er zijn mensen die hun eigen boterhammen beleggen doordat ze om Sven heen staan.” Hij herhaalde dat een sportbestuurder niet verder kan zonder het vertrouwen van een sporticoon als Sven Kramer. Zouden de bestuurders van voetbalbond KNVB zich op soortgelijke wijze de kritiek van Johan Cruijff hebben aangetrokken, dan waren er maar weinig KNVB-bestuurders overgebleven.

Een topsporter is niet per definitie degene die over de grootste competentie beschikt om over bestuursbeleid te oordelen. Al is het waar dat er bij de keuze voor Almere als toekomstig schaatstempel vanuit de KNSB een warrig beleid gevoerd. Het moet nog even worden afgewacht of Almere niet de nieuwe hoofdstad van Utopia blijkt te zijn, maar overigens geldt: als op rationele gronden de conclusie luidt dat dit de beste plek is voor topschaatsen, dan zij dat zo. En zeker, ander grief van Kramer, het is betreurenswaardig dat het grootste schaatsland ter wereld de organisatie van een World Cup-wedstrijd om financiële reden laat schieten. Maar een bond die zijn laatste boekjaar nog met verlies afsloot, moet op de centen letten.

Sven Kramer is een groot schaatser, maar het schaatsen is groter dan Kramer. Het zal er ook nog zijn als hij zijn baantjes alleen nog op boerensloten en meren trekt. Maar overschat dat schaatsen niet. Een grote sport in Nederland, mondiaal een kleine.

Het is maar de vraag hoeveel sponsoren er na Sotsji 2014 nog overblijven of bijkomen. De financiële toekomst van de schaatssport ziet er niet rooskleurig uit. Het conflict Kramer versus Terpstra kan een nuttig effect hebben, als de verhouding tussen de sponsoren en de KNSB wordt herzien. KPN, sponsor van de bond, brengt geld binnen, maar het meeste komt van de bedrijven die hun naam verbinden aan een professionele ploeg. Het is logisch dat zij de door hen betaalde schaatsers vaker willen uitdossen in schaatspakken waarmee hun bedrijfsnaam meer wordt benadrukt. Wellicht opent het geruzie ook de weg om serieus werk te maken van de conclusie uit het rapport-Schenk om organisatorisch en bestuurlijk een grotere scheiding aan te brengen tussen topsport en recreatie.

Het voortijdige vertrek van Terpstra KNSB hoeft dus niet nadelig uit te pakken. En wat betreft Sven Kramer, hij zei laatst: „Ik ben klaar met het gepraat en klaar om hard te schaatsen.” Waarvan akte, zou een voorzitter opmerken.

John Kroon is commentator en NRC-redacteur

    • John Kroon