‘Syrische rebellen slachtten 190 alawitische burgers af’

Dat meldt Human Rights Watch in een vandaag gepubliceerd rapport

Syrische rebellengroepen hebben in augustus zeker 190 burgers vermoord en meer dan tweehonderd burgers gegijzeld bij de inname van dorpen in de provincie Latakia. In deze dorpen wonen voornamelijk alawieten, de shi’itische minderheidsgroep waartoe ook president Assad behoort. Zeker 67 slachtoffers zijn standrechtelijk geëxecuteerd.

Dat staat in een vandaag gepubliceerd rapport van Human Rights Watch (HRW). De mensenrechtenorganisatie heeft meer dan 35 mensen geïnterviewd, onder wie slachtoffers en strijders van rebellengroepen en van het regeringsleger. De bevindingen „wijzen er sterk op” dat er misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd, aldus HRW. „Getuigen beschreven hoe oppositietroepen inwoners executeerden en het vuur openden op burgers, soms hele families vermoordden die ongewapend in hun huis waren of vluchtten.”

Volgens HRW namen ongeveer twintig rebellengroepen deel aan het offensief, waarvan er vijf betrokken waren bij de aanvallen op burgers: Jabhat al-Nusra, de Islamitische Staat in Irak en Syrië, Jaish al-Muhajirin wa al-Ansar, Ahrar al-Sham en Suqour al-Izz. Geen van deze groepen is gelieerd aan het door het Westen gesteunde Vrije Syrische Leger.

De regering lanceerde een tegenaanval en kreeg op 18 augustus het gebied weer onder controle. Twee groepen houden nog altijd mensen gegijzeld, voornamelijk vrouwen en kinderen. Joe Stork, directeur Midden-Oosten van HRW, zei dat de misdaden „niet het werk waren van losgeslagen strijders”. „Dit was een gecoördineerde, geplande aanval op de burgerbevolking in deze alawitische dorpen.”

De burgeroorlog heeft steeds meer het karakter aangenomen van een sektarische strijd tussen de sunnitische rebellen en alawieten, de shi’itische minderheid waarop het regime steunt. Burgers zijn de belangrijkste slachtoffers van geweld dat onbestraft blijft – van willekeurige beschietingen tot sektarische moordpartijen.

HRW zegt dat de radicaal islamitische rebellengroepen – die veel buitenlandse strijders in hun rangen hebben – worden gefinancierd door individuen in Koeweit en de Golfstaten. Ahrar al-Sham al-Islamiya is met zo’n 10.000 tot 20.000 man en buitgemaakte tanks mogelijk de grootste van alle rebellengroepen. Ahrar al-Sham vecht niet voor een kalifaat, een grenzenloos islamitisch rijk, maar voor een ‘Godsrijk’ in Syrië.