Speelruimte voor calculerende ego’s

Opnieuw zijn heden en verleden van de grachtengordel van Amsterdam in kaart gebracht, met fotostrips van vele huizenreeksen en interieuropnamen. Achter de gevels verschuilen zich steeds meer luxehotels, en de jetset.

De beste tijd voor bezoekers van de Amsterdamse grachtengordel komt er weer aan. In de donkerste maanden is die buurt betoverend mooi, en dan vooral het uur na het vallen van de avond. In de woningen ontsteken de eerste thuiskomers de lichten, en boven de noeste overwerkers in de kantoren flitsen de tl-buizen aan. De gordijnen blijven opzichtig open. De voorbijganger heeft het volle zicht op hoe de zondagskinderen van Nederland de dag afsluiten en aan de avond beginnen.

Zondagskinderen zijn het, die hier wonen en werken, een bevoorrechte kaste, die graag mag doen alsof leven aan de gracht de normaalste zaak van de wereld is en daarom makkelijk de afkeer van de rest van Nederland wekt. Kunnen ze anders? De grachtengordel is ontworpen voor speelse ego’s die willen tonen dat ze het voor elkaar hebben en kunnen doen waar ze zin in hebben.

In maart 1613 nam het stadsbestuur het besluit tot de aanleg van drie nieuwe langgerekte grachten, parallel aan de al bestaande Singel. Het was de bedoeling dat Amsterdammers die de voorgaande jaren in de handel en industrie snel rijk waren geworden, zich konden afwenden van de bedrijvigheid aan het IJ en rond de Dam, en op stand gingen leven. Aan een brede gracht, omzoomd door bomen, en met, verplicht, een grote achtertuin. Het uitoefenen van bedrijven werd verboden of op zijn minst ontmoedigd.

Hoe Amsterdam zich in de daarop volgende jaren razendsnel uitbreidde en de weelderige uitstraling kreeg die beoogd was, kan op de voet gevolgd worden in De grachten van Amsterdam. 400 jaar bouwen, wonen, werken en leven, een ingrijpend herziene tweedelige uitgave van de bestseller Het grachtenboek uit 1991-’92. Die eerste uitgave bestreek behalve de spectaculaire 17de-eeuwse stadsuitbreidingen ook de Middeleeuwse binnenstad, met de burgwallen, en een hele reeks inmiddels gedempte grachten.

De grachten van Amsterdam beperkt zich tot het gebied dat in 2010 tot Unesco-werelderfgoed werd verklaard, en dat is de stadsuitbreiding waar precies 400 jaar geleden toe werd besloten en die de stad vanuit de lucht zo op een spinnenweb doet lijken. De grachtengordel werd in twee fasen aangelegd. De eerste beliep het gebied tussen Brouwersgracht en Leidsegracht en dat was binnen zeven jaar zo goed als volgebouwd. De tweede werd in 1663 in uitvoering genomen, en daarin werden de vier grachten doorgetrokken tot aan de oostelijke Eilanden. Door de economische neergang volgend op het Rampjaar 1672 stagneerde de aanleg en het volbouwen van de grachten bij de Amstel. Pas na 1850 begon Amsterdam weer te groeien en zich verder uit te breiden naar het oosten.

Dit hele web is van gracht tot gracht, van huis tot huis, met prachtige panoramische fotostrips in kleur, in beeld gebracht. Ook Het grachtenboek had die fotostrips, toen nog in zwartwit, maar scherp genoeg om te kunnen zien hoeveel er in ruim twintig jaar wel en niet is veranderd. In 1991 was de grachtengordel zich aan het herstellen van decennia van verwaarlozing, met als dieptepunt de plannen van rond 1960 om de grachten deels te dempen en er een kantoorpark van te maken. Inmiddels staan de meeste gevels er keurig bij.

In vier eeuwen heeft de grachtengordel op een wonderlijke manier weerstand geboden aan de tijdgeest door steeds een beetje mee te geven. In de 18de eeuw stagneerde de handel, maar de rijke Amsterdammers werden door hun buitenlandse beleggingen steeds rijker. In het boek vinden we beschrijvingen van nogal wat in de 17de eeuw gebouwde huizen die juist in de 18de eeuw werden omgebouwd tot stadspaleizen, met marmer, beelden en plafondschilderingen. Terwijl elders in de stad huizen verkrotten, en het onkruid opschoot tussen het plaveisel, werden Heren- en Keizersgracht een Europese A-locatie.

Pas in de tweede helft van de 19de eeuw begon het verval ook de grachtengordel te bedreigen. ’t Gooi en de duinstrook werden populaire woongebieden voor de rijken, en de grachtenhuizen liepen deels leeg. Rond 1900 verrezen er kleine fabrieken en wat melkinrichtingen.

In de loop van de 20ste eeuw vestigden zich steeds meer hoofdkantoren van grote banken aan de grachten, en in hun kielzog een hele stroom dienstverleners als advocaten en accountants. Ook deze ontwikkeling is alweer achterhaald. Bijna alle banken zijn naar de Zuidas vertrokken.

De nieuwste trend is het inrichten van luxehotels. In de voormalige Openbare Bibliotheek aan de Prinsengracht opende in 2012 het Andaz Hyatt Hotel en het enorme complex van Fortis Mees Pierson aan de Herengracht is vanaf 2014 een Waldorf Astoria. Achter de serene gevels van de grachten wordt driftig met drilboren gewerkt. In projectontwikkelaarstermen wordt het wel ‘regeneratie’ genoemd. Breken en slopen, zolang de gevel maar blijft staan. Een hotel als Barbizon aan de Prinsengracht breidt voortdurend uit en heeft inmiddels 230 kamers en bestrijkt maar liefst 32 historische panden.

Weinig Amsterdammers zullen deze transformatie in de gaten hebben gehad. Het is onderdeel van de sluipende verpretparking van de binnenstad. Ook deze ontwikkeling zal het eigenzinnige karakter van de grachtengordel niet definitief kunnen aantasten. De grachten zijn de laatste jaren een zeer gewild woongebied geworden. Veel huizen zijn gesplitst in peperdure appartementen. De crisis op de huizenmarkt lijkt zich hier nauwelijks te doen voelen. Dat Amsterdam de laatste jaren een populair toevluchtsoord voor internationale belastingvluchtelingen is geworden, is daar niet vreemd aan. Het boek signaleert onder anderen popsterren als David Bowie en de leden van U2 als gelegenheidsbewoners, maar zij vormen maar een fractie van de internationale jetset die aan de grachten is neergestreken.

In De grachten van Amsterdam worden de grachten systematisch afgewerkt. Niet alle panden worden behandeld. Er wordt op ongeveer één op de tien, met zorg gekozen, adressen een kleine ‘huiszoeking’ gedaan, de ene keer is de architectuur de aanleiding, dan weer een bijzondere bewoner, of een ingrijpende gebeurtenis. Het is daardoor een eindeloos rijgsnoer van verhalen en weetjes. Bijvoorbeeld hoe de opkomst van de koets maakte dat de uitleg van 1663 een heel ander stratenpatroon opleverde dan eerder was gepland. Onder andere de Nieuwe Kerkstraat is te danken aan de noodzaak al die koetsen ook nog ergens te parkeren.

Van dit soort inzichten die de grachtengordel als het ware ‘leesbaar’ maken stroomt het boek over. Compacte inleidende beschouwingen van specialisten als Boudewijn Bakker, Jaap Evert Abrahamse en Vincent van Rossem geven deze kroniek van burgerlijke grandeur en misère, de nodige historische context.

De grachtengordel is rijk aan kleurrijke en ondernemende figuren, maar deze paar vierkante kilometer blijkt geen broedplaats van grootse ideeën of van meesterwerken. Een van de weinige bijdragen aan de wereldliteratuur die er tot stand kwam, is het dagboek van Anne Frank, en dat was toch vooral ondanks zichzelf. Het is alsof de sfeer van informele statigheid een dempend effect heeft op creativiteit. In de grachtengordel heerst een verheven middelmaat. De buitenwereld wist dat al, want sinds jaar en dag staat daar ‘grachtengordel’ gelijk aan zelfgenoegzaamheid.

De andere kant van het verhaal is dat zich in de grachtengordel in vier eeuwen nauwelijks grote rampen hebben voorgedaan. De binnenstad van Rotterdam werd in mei 1940 weg gebombardeerd, in Amsterdam vielen in diezelfde dagen ter hoogte van de Blauwburgwal onbedoeld twee Duitse vliegtuigbommen, met 46 doden tot gevolg. Het is veruit de grootste catastrofe waar het boek melding van maakt. Een andere ramp is de brand in de Schouwburg aan de Keizersgracht in 1772, met 18 doden. Ter vergelijking: 35 jaar later vielen er bij de ontploffing van het kruitschip in Leiden 151 doden.

Het draagt allemaal bij aan het aureool dat de grachtenbewoners een streep voor hebben. Over alle bladzijden in het boek hangt bravoure. Het is een wereld van koele rekenaars en behendige gokkers, van stille evenwichtskunstenaars en luidruchtige bluffers. Goed in het omzeilen van grote rampen, minder bedreven in het vermijden van kleine. In vier eeuwen regent het dan ook gerechtelijke procedures en faillissementen. Een van de laatste slachtoffers van eigen bravoure is Bram Moszkowicz, tot voor kort kantoor houdend op de hoek van de Herengracht en Spiegelstraat. De naam Moszkowicz hangt er nog steeds aan de gevel. Brams broers Max en David, meer van het type evenwichtskunstenaar, zetten de praktijk nu voort. Al loont het wellicht de moeite om de komende maanden op het schemeruur te kijken, hoe het er binnen echt aan toe gaat.