Privacy is diefstal

Met zijn nieuwe roman The Circle schaart Eggers zich in een rijtje schrijvers dat zich kritisch uitlaat over nieuwe media als Facebook en Twitter. Het resultaat is satirische sciencefiction over een realiteit die ons leven steeds meer bepaalt.

Illustratie Martien Ter Veen

Plotseling waren de krantenkoppen daar: Is The Circle, Dave Eggers’ roman over een internetbedrijf, plagiaat? Vorige week, nog voor het boek verscheen, ontstond er ophef toen journaliste Kate Losse beweerde dat de roman een aftreksel was van The Boy Kings, een verslag van haar tijd bij Facebook. Eggers’ nieuwste zou vrij nauwgezet Losse’s ervaringen volgen.

De claim van de voormalig ghostwriter van Facebook-oprichter Mark Zuckerberg bleek op weinig tot niets te berusten. Toch zegt het iets. The Circle, zoals het bedrijf in Eggers roman heet, is een soort next gen social mediabedrijf dat erin geslaagd is alle mogelijkheden van internet te integreren in een Unified Operating System (commerciële naam: TruYou.) Het is een kruising tussen Facebook, Twitter, Google, consumentenonderzoek en surveillancenetwerken. Negentig procent van de zoekopdrachten bij deze monopolist loopt via haar systemen, 88 procent van de ‘gratis-email-markt’ en 92 procent van de texting-diensten. The Circle is een samenleving binnen de samenleving die als een parasiet de controle over het gastlichaam overneemt. Als The Circle ergens in gelooft is het in sociale media als medicijn voor ’s werelds misstanden, van eenzaamheid tot corruptie.

Mae Holland wordt aan haar baan bij The Circle geholpen door een vriendin die lid is van ‘De Bende van 40’, een groep van elite-Circlers die alleen onderdoet voor ‘De Drie Wijzen’, de briljante en deels ongrijpbare oprichters. Mae begint in de klantenservice en werkt zich snel omhoog. In The Circle wordt alles gekwantificeerd, en daarmee een wedstrijd, inclusief ranglijsten. Het gaat om klantwaardering, maar ook om de mate waarin je actief bent binnen sociale netwerken. Mae omarmt deze Brave New World. Ze ontleent er eigenwaarde aan en het voorziet haar doodzieke vader van gratis gezondheidszorg. Niet-participeren in bedrijfsactiviteiten en sociale netwerken is geen officiële misdaad, maar wel iets wat beloond wordt met een ‘frons’ in plaats van een ‘glimlach’. Wie mee wil, moet meedoen. De filosofie van The Circle laat zich het best omschrijven als Totale Openheid. Alles wat kenbaar is moet kenbaar gemaakt worden, aldus een van de Drie Wijzen.

Mae levert zich met huid en haar uit aan deze manier van denken. Uiteindelijk wordt ze zelf volledig ‘transparant’ – een echo van een Scientology-kreet – door zich te behangen met camera’s en haar volgers toe te staan haar non-stop te bekijken. Ook politici worden onder druk gezet transparant te worden. In een knipoog naar Orwells 1984 formuleert Mae de regels van deze nieuwe Heilstaat. SECRETS ARE LIES. SHARING IS CARING. PRIVACY IS THEFT.

Eggers schaart zich met The Circle in een rijtje schrijvers dat zich, in meer of mindere mate, kritisch uitlaat over nieuwe media. Thomas Pynchon publiceerde onlangs zijn nieuwe media-roman Bleeding Edge en Jonathan Franzen schreef met What’s wrong with the modern world een aanklacht in essayvorm. Franzen en Eggers kun je gerust Neoluddieten noemen. (Voor wie onbekend is met dit begrip: Luddieten waren volgelingen van Ned Ludd, een activist die zich in de 19de eeuw verzette tegen de opkomst van machines.) ‘Wie anders dan Utopisten kunnen Utopia maken?’ denkt Mae op gegeven moment. Eggers impliceert: wie anders dan Utopisten kunnen een totalitaire nachtmerrie creëren? Het is niet pure kwaadaardigheid waaraan we ten prooi zullen vallen, het is de sociale druk en het wanhopige gezien willen worden.

Helaas heeft The Circle, als roman serieuze tekortkomingen. Sciencefiction-grootheid Robert Heinlein zwoer bij het adagium hit the ground running. Val middenin een nieuwe wereld en geef, terloops en indirect, de details van die nieuwe wereld prijs. Eggers maakt zich er in deze satirische sciencefiction makkelijker vanaf. Mae komt blanco het machtigste bedrijf op aarde binnen en neemt via eindeloze rondleidingen en inwerkprocedures kennis van The Circle. Dat is ongeloofwaardig – een slimme vrouw, die niets liever wil dan bij The Circle werken, arriveert zonder kennis over de Hof van Eden-gelijkende campus? Het is (te) duidelijk dat het niet Mae is aan wie de wereld moet worden uitgelegd, maar de lezer. Vooral het eerste deel van het boek loopt daardoor krom van de nodeloze expositie. Eggers’ bedoelingen worden gevocaliseerd door de bebaarde kunstenaar Mercer, een ex van Mae, die meermalen in speeches uitbarst.

Aan pamflettisme heeft Eggers zich al vaker schuldig gemaakt. De schrijver is geneigd tot morele simplificatie vanuit zijn activistisch wereldbeeld. In Zeitoun, zijn veel geslaagdere non-fictie boek over de nasleep van orkaan Katrina, negeerde hij onwelgevallige feiten om zijn wereld te kunnen verdelen in goed (de titelfiguur) en kwaad (de overheid). In The Circle resulteert het in oppervlakkigheid, ongeloofwaardigheid en betweterig gepreek. Ook bij een gedachtenexperiment is het van belang de geloofwaardigheid te bewaken – de geschetste wereld hoeft niet per se te kloppen, maar we moeten er wel in kunnen geloven. En ik gelóóf deze wereld niet. Het gemak waarmee politieke elites en hele volksstammen zich voegen naar de agenda van de openheidsfascisten staat haaks op hoe overheden denken en functioneren en negeert het kritische debat over privacy.

Eggers lijkt de rol van sociale media ook niet helemaal te begrijpen. Ik ken vrijwel niemand die ‘transparant’ is op Twitter of Facebook. Het is een spel waarbij iedereen eigen grenzen bewaakt, en er een groot verschil bestaat tussen online- en offline-identiteit, tussen publieke en private persona. Bovendien verraadt de roman een fundamenteel gebrek aan inzicht in de bedoelingen én beperkingen van tech-bedrijven.

Dat maakt The Circle geen tijdverspilling. Tegelijkertijd: Eggers blijft een schrijver met een prettige stem, een sprankelende fantasie en een scherp gevoel voor dialoog. Het meest ongeloofwaardige deel van het boek is, gek genoeg, ook het spannendste, omdat dan eindelijk echt iets gebeurt. Een aantal punten is bovendien valide. Hij maakt de ziekelijke hunkering naar bevestiging tastbaar – als ratten in een lab drukken we op online knopjes, hopend op duimpjes, retweets en andere complimenten. Terecht waarschuwt hij ook voor een gevaarlijke uitruil: steeds meer surveillance als voorwaarde voor dienstverlening. Helaas is The Circle daarmee nog niet die allesomvattende, vlijmscherpe sociale kritiek die Eggers ongetwijfeld voor ogen had.