Nobelprijs voor wapeninspecteurs

Het VN-team dat in Syrië de inzet van chemische wapens onderzoekt,verzamelt bodemmonsters bij Damascus. Foto AP

De Organisatie voor het verbod op chemische wapens (OPCW) die een begin heeft gemaakt het het opruimen van chemische wapens in Syrië, krijgt de Nobelprijs voor de Vrede voor haar inspanningen chemische wapens wereldwijd te elimineren.

Dat heeft het Noorse Nobelcomité vanochtend in Oslo bekendgemaakt. De OPCW, gevestigd in Den Haag, „heeft het taboe helpen vestigen op chemische wapens binnen het internationale recht”, aldus comitévoorzitter Thorbjørn Jagland. „Het gebruik van chemische wapens in Syrië [op 21 augustus] „onderstreept de noodzaak om ze af te schaffen”.

Het betekent ook een aansporing aan de laatste landen die het verdrag tegen chemische wapens nog niet hebben getekend, en voor andere landen om haast te maken met de beloofde vernietiging van hun arsenalen, waaronder Rusland en de Verenigde Staten, die daarmee achterlopen, aldus Jagland.

De OPCW houdt sinds 1997 toezicht op de naleving van de Conventie tegen Chemische Wapens (CWC), die door 189 landen is ondertekend. Syrië behoorde tot vorige maand tot de laatste landen die het verdrag niet hebben getekend: Angola, Birma, Egypte, Noord-Korea, Zuid-Soedan. Israël heeft wel getekend, maar niet geratificeerd. Onder druk van Rusland en de VS zei Syrië vorige maand zich alsnog te willen aansluiten. Het betekende een doorbraak na twee jaar diplomatieke verlamming over Syrië.

Met de keuze voor de OPCW blijft het Nobelcomité dicht bij een doelstellingen van de prijs die Alfred Nobel in 1895 in zijn testament formuleerde: wapenreductie.

Vernietiging van het chemische arsenaal in oorlogsomstandigheden is „de grootste uitdaging uit de geschiedenis” van de OPCW, zeiden diplomaten vorige week. Een voorhoede inspecteurs is daarmee begonnen. Er moeten duizend ton mosterdgas en zenuwgassen, en grondstoffen daarvoor, onschadelijk worden gemaakt.

De Veiligheidsraad van de VN bepaalde vorige maand dat de Syrische capaciteit om chemische wapens te produceren op 1 november moet zijn vernietigd, met de volledige vernietiging van arsenaal en grondstoffen op 1 juli 2014. Diplomaten zetten vraagtekens bij dat krappe schema. OPCW-chef Ahmet Üzümcü vroeg een staakt-het-vuren om de deadline te halen.

De prijs, waaraan een bedrag is verbonden van 8 miljoen Noorse kronen (1 miljoen euro), wordt op 10 december in Oslo uitgereikt.