Meten is weten, dus voortaan organiseren we Literaturkampf

Goed dat het eindelijk is vastgesteld: Herman Brusselmans is volgens de Gentse universiteit de beroemdste auteur in Vlaanderen. Honderd, ja honderd procent van de 20 duizend door de academie ondervraagde lezers van kwaliteitskranten herkende ‘Herman Brusselmans’ als de naam van een schrijver. Zo liet de inmiddels niet meer zo jonge oppergod van de Vlaamse Letteren de buitenlandse concurrenten Tolkien en Shakespeare achter zich – evenals zijn landgenoten Hugo Claus, Bart Moeyaert en Dimitri Verhulst. Allen bleven steken op 99 procent. Logisch: ik heb ook meer boeken gelezen van Brusselmans dan van die andere vijf bij elkaar.

Ongetwijfeld dankt hij zijn overwinning eraan dat een van de door de Gentse straten zwervende enquêteurs hem in het koffiehuis Brusselmans is tegengekomen en en hem voor het onderzoek heeft ondervraagd. Waarna deze tegen het arme meisje (Brusselmans wordt ook in zijn werk altijd door meisjes aangesproken) staalhard zal hebben beweerd dat Tolkien een Sloveense basketballer was en Shakespeare een Indiase cricketcoach.

Waardoor die twee net dat ene procentpuntje misliepen. De Gentse lijst staat in zijn geheel op internet. Het is een juweel: iedereen staat erop, nu ja, eigenlijk: méér dan iedereen. Duizenden schrijversnamen zijn aan de arme Belgen (er worden nog Nederlandse deelnemers gezocht) voorgelegd, waardoor we nu weten dat 31 % van de Vlamingen vorige week ook al wist dat Alice Munro een schrijver is. En ook dat 92% van de geënquêteerden denkt dat er een schrijver bestaat die Marc de Bel zou heten – terwijl fans weten dat dit eigenlijk de naam is van de onderzoeker die zich in Het Bureau van J.J. Voskuil (43%) bezighoudt met het onderzoek naar haarcirkels en reuzendwergen.

Hoe dan ook, de Gentse lijst toont ons de grote toekomst van kwantificatie in de letteren. Meten is weten, zoals ook de bedenkers van Lucha Libro in Peru ontdekt hebben. Zij brengen aspirantschrijvers gemaskerd in een arena bijeen, naar het model van het Mexicaanse vrij worstelen, waar zij tegen elkaar op moeten typen. Het publiek kijkt mee en kiest de winnaar. Die mag een contract bij een uitgeverij tekenen: Mario Vargas Llosa (65% naamsbekendheid in Vlaanderen) kan trots zijn op zijn vaderland.

Wellicht leent de volgende Prijs der Nederlandse Letteren zich voor een hervorming naar dit model, waarvoor ik inmiddels de naam Literaturkampf heb laten vastleggen. We nemen de 128 beroemdste Nederlandse schrijvers en laten ze het als op Wimbledon in zeven ronden tegen elkaar opnemen, compleet met Grunberg (86%) tegen Wieringa (63%) in de eerste ronde. Na de finale trekt de grote triomfator Manon Uphoff (30%) haar masker af.

Zo zat ik woensdagavond een speelschema voor Literaturkampf in elkaar te draaien toen ik toch weer afgeleid raakte door een klein boekje van Alice Munro dat uit de kast stak: Droom van mijn moeder. Toch maar weer even in gekeken, want woensdagavond dacht ik al/nog/aanpassen als de uitslag bekend is dat Munro de Nobelprijs zou winnen. Het is een bizar, om zijn eigen as heen draaiend verhaal over een vrouw die zich zorgen maakt om haar baby, waarin steeds nét niet staat wat je verwacht te lezen. Beter wordt het niet meer, of om in kwantitatieve termen: Alice Munro is écht de beste schrijver ter wereld. Tenzij de enquête anders uitwijst natuurlijk.