Libische premier is vrij, maar blijft door milities gegijzeld

De Libische premier Ali Zidan is vrijgelaten. Maar hij kan geen kant op in zijn land.

Het Corinthia Hotel, waaruit de Libische premier Ali Zidan gisteren kortstondig werd ontvoerd, is een plek die veel diplomaten en regeringsfunctionarissen gebruiken als woning en ontmoetingsplaats. Het luxueuze en zwaar bewaakte hotel wordt gezien als een van de veiligste plekken in Libië. Toch konden zo’n honderd zwaarbewapende militiestrijders gisteren het hotel belegeren, de lobby innemen en de premier ophalen van de 21ste verdieping.

Gisterenmiddag, nadat hij was bevrijd door een andere militie, hield Zidan een korte toespraak. Hij bedankte de „ware revolutionairen” die hem hadden bevrijd, gaf geen details over de daders, maar zei wel dat zijn ontvoering onderdeel is van „alledaagse politiek in Libië”, waarmee hij suggereerde dat zijn politieke tegenstanders achter de ontvoering zaten.

Zijn woorden weerspiegelen de delicate balanceeract die Zidan uitvoert sinds hij ruim een jaar geleden werd aangesteld als premier. Hij probeert de milities, die het land in handen hebben en de regering in gijzeling houden, aan banden te leggen. Maar hij wil voorkomen dat ze zich totaal tegen hem keren. Hij probeert met het Westen samen te werken bij het verbeteren van de veiligheid, maar moet vermijden dat hij te dicht aanschurkt tegen de de VS, die ondanks hun steun aan de opstand tegen Gaddafi nog zeer gewantrouwd worden.

Zidan werd premier met steun van de liberale coalitie rond Mahmoud Jibril, het politieke gezicht van de opstand tegen Gaddafi. Zidan en Jibril zijn in een felle machtsstrijd verwikkeld met de fundamentalistische Moslimbroederschap, die een zware nederlaag leed in de verkiezingen.

De Moslimbroederschap probeert Zidan en Jibril weg te krijgen met behulp van een omstreden isolatiewet. Volgens wet mogen mensen die voor het regime van Moammar Gaddafi hebben gewerkt tien jaar lang geen politieke functies vervullen. De wet werd in mei aangenomen onder zware druk van milities, die daartoe verschillende ministeries bezetten.

De wet kan leiden tot het ontslag van Zidan, een voormalige diplomaat die voor het regime van Gaddafi werkte. Maar hij raakte in onmin met de leider en bracht de decennia daarna door in ballingschap, onder meer als mensenrechtenadvocaat in Genève.

In zijn toespraak gisteren riep hij de milities op te helpen bij de opbouw van de staat. „Ik hoop dat ze deel willen uitmaken van de staat en een effectieve rol willen spelen via zijn civiele en militaire instituties.” Maar zijn woorden onderstreepten slechts zijn onmacht. Veel milities willen Zidan weg hebben omdat ze hem ervan verdenken met het Westen samen te spannen om hun macht te breken. Veel Libische burgers vinden juist dat hij teveel toegeeft aan de druk van de milities, die immers vaak door de staat worden ingehuurd voor beveiligingswerk, maar tegelijkertijd gewapenderhand de regering afpersen.