Leve de onvolmaakte mens

Google wil de dood overwinnen, met technologie. Marian Donner gruwt ervan. Wie een perfecte wereld nastreeft, zet de mens buiten spel.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De grootste tragiek van de mens is toch wel de eigen imperfectie. Als soort zijn we misschien redelijk geslaagd, maar toch, het had zo veel beter gekund allemaal. We hadden slimmer kunnen zijn, sterker, sneller, en vooral, dat vooral, wat minder sterfelijk. Want als iets het menselijk tekort aantoont, dan is het wel de dood.

En dus is de mens de strijd aangegaan. Can Google solve death? , kopte Time Magazine vorige maand. Een nieuw op te richten bedrijf Calico moet het gaan doen. Hoe is nog onduidelijk, maar volgens Google-oprichter Larry Page is het in ieder geval zinvoller je op de dood te richten dan op bijvoorbeeld kanker. In Time Magazine legt hij uit: ‘Als je kanker oplost, voegt dat ongeveer drie jaar toe aan de gemiddelde levensverwachting van mensen (…) In totaal is het niet zo’n grote vooruitgang als je zou denken.’

De strijd tegen kanker gereduceerd tot een achterhoedegevecht. Het zegt veel over de manier waarop bij Google wordt gedacht. Want nee, gemiddeld is drie jaar niet zo veel. Maar niemand is een gemiddelde. Momenteel zijn er mensen die nog voor hun 21ste sterven aan iets als een hersentumor. Genezing zou hun niet drie jaar opleveren, maar een heel leven. Plus het leven van eventuele kinderen en kleinkinderen. Op individueel vlak is er geen grotere vooruitgang denkbaar.

Maar Google richt zich niet op het individu. De uitzondering (wat een individu altijd is) is niets meer dan een dot on the screen. Waar Google zich op richt, is de grote gemene deler. De massa is de datagenerator waaruit vervolgens patronen, correlaties en causale verbanden worden gedestilleerd.

De dood als gebrek aan kennis

Als we maar genoeg informatie hebben, zo is het idee, valt alles op te lossen. De dood als gebrek aan kennis, jawel, als een technologisch probleem. Het is een techno-utopische overtuiging die heel Silicon Valley typeert en ook daarbuiten aan populariteit wint. Techniek zal alles beter maken. Techniek zal ons verlossen.

Verouderde instituties als democratie zullen worden vervangen door online discussion groups. Sociale onvrede vindt voortaan een uitweg via Facebook-revoluties. De honger in Afrika verdwijnt zodra er maar genoeg leuke start-ups zijn (lees Africa? There’s an app for that in het blad Wired). Eerlijke handel zou heel wat meer levens schelen, maar dat is zó oude politiek – bureaucratisch geneuzel in de marge.

Ooit werd de samenleving als maakbaar gezien. Algehele volksverheffing en een eerlijke verdeling van productiemiddelen zouden leiden naar een betere wereld. Het bleek niet te werken, de wereld werd niet bevrijd van onderdrukking en pijn, inmiddels behoren de blauwdrukken tot het verleden, ideologie is een verouderd begrip geworden, visie een olifant die het uitzicht beperkt. Hoe dan wel tot een betere wereld te komen? Via het enige wat nog overblijft: de mens. Hij is degene die verbeterd en vermaakt moet worden, dan volgen vrede, voorspoed en verbroedering vanzelf.

En juist daarin ligt de aantrekkingskracht van techniek. Het lijkt zo neutraal en ideologieloos te zijn, en er is niemand die je dwingt mee te doen. Geen onderdrukkend regime, geen grote Maker. En dus gaan we vol overtuiging en uit vrije wil met onszelf aan de slag. Voor het innerlijk zijn er zelfhulpboeken en coaches, voor ons lichaam allerhande technische hulpmiddelen. Gezamenlijk zullen we voorwaarts gaan.

Want waarom imperfect zijn als dat niet hoeft? Er zijn apps om af te vallen, meer te sporten en te stoppen met roken. Niemand hoeft nog dik of ongezond te zijn. Er zijn pillen die ons slimmer maken, pillen waardoor we langer kunnen doorwerken. Schijnbaar is er een pil in de maak is die ons parfum laat zweten.

Laat staan wat er in de toekomst allemaal kan, als de techniek steeds meer geïntegreerd zal raken in ons lichaam. Google Glass, geïmplanteerd op het netvlies, je hand als touchscreen en iedereen bionische benen of armen, zoals onlangs in The Observer werd betoogd (The Future of Robotics). Omdat het allemaal oneindig veel beter werkt dan de ogen en ledematen waarmee we het nu moeten doen.

Maar het kan nóg functioneler.

To the man with a hammer, everything looks like a nail, zei Mark Twain ooit. De bekende internet-scepticus Evgeny Morozov maakte daarvan dat voor de digitale hamers van Silicon Valley elke spijker een probleem is dat opgelost moet worden met een app. Maar voor de echte techno-utopist is die spijker natuurlijk het onvolmaakte individu. Op zo’n spijker kun je blijven slaan, maar beter is het hem ’r gewoon uit te trekken.

Niet voor niets worden drones steeds belangrijker bij oorlogsvoering. Werkt Google aan een auto die zichzelf bestuurt. Gebeurt het speculeren op de beurs via algoritmen die niemand nog begrijpt of controleert.

Totdat Google een oplossing voor de dood heeft gevonden en het probleem van de uitzondering heeft opgelost, blijft de mens een imperfect wezen. Wie elk risico wil uitbannen, al het leed dat door menselijke fouten wordt veroorzaakt, ja, wie écht een betere wereld wil, zal diezelfde mens buiten spel moeten zetten.

Uiteindelijk is dat misschien wel onze grootste tragiek. Niet de eigen imperfectie, maar het feit dat we die imperfectie niet verdragen. Ook al schuilt juist daarin onze menselijkheid.