Lees haar!

De Canadese Alice Munro heeft gisteren de Nobelprijs voor de Literatuur gewonnen Ze heeft wereldwijd veel fans Koop haar boeken, schrijft Herman Koch

Alice Munro, in 2005. Foto Hollandse Hoogte

Eigenlijk zou ik je met klem willen aanraden om dit stuk over te slaan en onmiddellijk naar de boekhandel te gaan. Als je daar bent, twijfel dan niet langer. Tel je geld of check het saldo van je pinpas, blijf rustig ademhalen, loop niet te gehaast naar de kassa. Wanneer de verkoper of verkoopster vraagt of het een cadeautje is dat misschien moet worden ingepakt, kijk je hem of haar recht in de ogen en antwoord je al even kalm: „Nee, het is voor mezelf.”

Voor mezelf. Dit is een beetje wat alle boeken van Alice Munro aankleeft. Want waarom zou je iemand een verhalenbundel cadeau geven? Korte verhalen van een schrijfster uit Canada. Je hebt het bonnetje bewaard. „Je kunt het altijd ruilen”, mompel je nauwelijks verstaanbaar en je slaat nu wel je ogen neer.

Alice Munro hou je voor jezelf. Een goedbewaard geheim. Net als het bandje dat je nog in die vochtige kelder hebt horen spelen en waarvan je toen al zeker wist dat ze „later heel groot zouden worden”. Als het bewuste bandje, wanneer dat later eenmaal is aangebroken, hele stadions uitverkoopt, ben je al lang afgehaakt. „Ik vind wat ze nu doen niet zo goed meer”, zeg je. Je hebt inmiddels alweer een ander bandje alleen voor jou, in een nog vochtiger kelder.

Ik moet hier eerst iets zeggen over mijn eigen relatie tot korte verhalen. Ik heb namelijk hetzelfde als iedereen: in eerste instantie niet zo’n zin. Geef mij maar een roman waarin je jezelf kunt verliezen. Het hoeft niet eens zo’n hele dikke te zijn. Een kort verhaal dat alweer is afgelopen voordat het goed en wel is begonnen – waarom zou je? Wanneer iemand op mijn verjaardag met een verhalenbundel aan komt zetten, kijk ik in eerste instantie waarschijnlijk zoals een kind kijkt dat op zijn verjaardag twee paar sokken cadeau krijgt: dikke sokken voor de winter, of een onderbroek. Ik vraag nog net niet of de gever het bonnetje heeft bewaard.

Je hoort weleens mensen beweren dat in ‘deze jachtige tijd’ lezers eerder naar verhalen zouden moeten grijpen. Tijd voor die dikke romans is immers moeilijker vrij te maken dan voor een kort verhaal. Maar met dit soort beweringen schieten we niks op – en nog minder met de mensen die er hardop uiting aan geven.

Er zijn twee soorten korteverhalenschrijvers. De eerste soort schrijft eigenlijk vooral romans, en doet het korte verhaal er als een tussendoortje bij: vaak ook op verzoek of in opdracht. Vrijwillig zou hij of zij net zomin voor het schrijven van een kort verhaal te porren zijn als voor het lezen ervan. De schrijver van de tweede soort schrijft alleen maar korte verhalen. Een heel enkele keer laat hij of zij zich verleiden tot het schrijven van één roman (het blijft ook echt altijd bij die ene poging), om daarna snel (en geschrokken) terug te keren naar wat hij of zij toch het beste kan: korte verhalen schrijven. In tegenstelling tot de gedwongen korteverhalenschrijver is de schrijver of schrijfster van de tweede soort wel op vrijwillige basis aan die ene roman begonnen, vaak misleid door het ingefluisterde misverstand dat je ‘er pas echt bij hoort’ wanneer je hebt bewezen dat je ook een werk van langere ademt aankunt. Alice Munro behoort tot deze tweede soort. Die ene roman die zij schreef heet Lives of Girls and Women. Hij is helemaal niet slecht, hij is zelfs beter dan een heleboel andere romans, hij is alleen niet beter dan haar korte verhalen. Alice Munro schreef Lives of Girls and Women in 1971, daarna keerde zij voorgoed terug tot de verhalen.

Hoe kun je mensen aan het lezen van een verhalenbundel krijgen? Een verhalenbundel van een in ons land zo goed als onbekende schrijfster uit Canada? Het antwoord luidt dat dat helemaal niet kan, Nobelprijs of niet. Het enige juiste antwoord zou moeten zijn dat dat ook helemaal niet hoeft. Het lastige met korte verhalen is dat je ze moeilijk kunt samenvatten; daarvoor zijn ze inderdaad echt te kort. Een vrouw heeft een saai huwelijk, op een feestje wordt zij dronken en ontmoet zij een interessante man. Een man die zij vervolgens niet meer uit haar hoofd kan zetten. Verder mogen we niet gaan, anders verpesten we alles. In de trein onderweg naar Toronto gebeurt er iets, we zeggen niet wat; de vrouw loopt van de ene wagon naar de andere, ze passeert het gangetje waar twee wagons aan elkaar zijn gekoppeld. Dan lezen we de volgende zinnen: ‘Je liep altijd snel deze gangetjes door, omdat het gebonk en geslinger je eraan herinnerden dat alles in elkaar gezet was op een manier die helemaal niet zo vanzelfsprekend leek. Bijna terloops, maar veel te gehaast, dwars door al dat gebonk en geslinger.’

Dit soort zinnen hoef je niet over te lezen omdat je niet zou begrijpen wat er staat. Dit soort zinnen lees je over – ik lees ze althans een paar keer over – omdat er in eenvoudige bewoordingen iets wordt gezegd over alles. Over de gemoedstoestand van de vrouw op dat moment, over haar leven met een saaie man, over een mogelijke toekomst met een interessante man, maar ook over het leven zelf, om het maar eens keer te zeggen zoals het is. Bovendien zegt Alice Munro hier iets over zoiets alledaags als de verbinding tussen twee treinwagons op een manier dat je wanneer je de eerstvolgende keer zelf gehaast van de ene naar de andere wagon loopt, onvermijdelijk aan deze zinnen zult moeten denken, maar vooral ook aan de manier waarop de dingen niet zo vanzelfsprekend aan elkaar zijn vastgemaakt als het lijkt.

‘Japan bereiken’, heet het verhaal waaruit deze passage afkomstig is. Ik zal verder niets verpesten door nog meer te vertellen of nog meer citaten te geven. Alleen de eerste zinnen van dit verhaal.

‘Toen Peter haar koffer de trein in gedragen had, leek hij weer zo snel mogelijk te willen uitstappen. Maar niet om weg te gaan.’

Die eerste zinnen had je ook zelf kunnen lezen. Evenals de zinnen daarna. Nogmaals: het hoeft allemaal niet. Het is geen cadeautje.

Het is voor jezelf.

Schrijver Herman Koch schreef het voorwoord van Lief leven, de Nederlandse uitgave van Munro’s boek Dear life. Dit is een licht bewerkte versie van dat voorwoord.

    • Herman Koch