Hoe Achmea een crisis in de zorg regisseert

Met macht is het schipperen. Wie macht mist, moet vragen stellen. Wie wel macht heeft, zegt dat er hooguit sprake is van invloed. Of van samenwerking. In weinig maatschappelijke sectoren verloopt de wisseling van de macht nu zo drastisch als in de gezondheidszorg. De macht van artsen en specialisten die is gebaseerd op kennis, kunde, status en traditie wordt aangetast door de macht van de zorgverzekeraars. Zij moeten in ziekenhuizen zorg inkopen en met hun keuzes kwaliteitsverbetering én kostenbeheersing zien te bereiken.

Kiezen kost geld. Of levert geld op. Zorgverzekeraars steigeren, zoals deze week bleek, bij het ziekenhuizenplan voor vier kankerbehandelcentra. Zij betwijfelen de meerwaarde van die centra ten opzichte van de kosten van honderden miljoenen. Ook deze week klaagden vier ziekenhuisdirecteuren over de botte bijl waarmee verzekeraars hun budgetten te lijf gaan.

Een sterk staaltje machtsontplooiing gaf zorgminister Edith Schippers (VVD) onlangs in antwoord op vragen van SP-Kamerlid Renske Leijten. Zij vroeg naar de „exorbitante vergoeding” (113.000 euro) voor de ex-bestuursvoorzitter van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, maar zij kreeg ook opzienbarend inzicht in de nieuwe rol van zorgverzekeraars als een soort stille curator in crisistijd. In ruil voor het verlengen van de financiering van het ziekenhuis kreeg Achmea namens de zorgverzekeraars vorig jaar het recht om nieuwe bestuurders, inclusief de voorzitter, voor te dragen plus de meerderheid van de raad van toezicht, die de bestuurders benoemt. Inmiddels zitten er vier nieuwe toezichthouders en twee nieuwe bestuurders.

Hoe ontstond de crisis? Het ziekenhuis (zo’n 1.000 fulltimebanen) kon begin 2012 zijn schulden aan Achmea niet aflossen. Het ziekenhuis had het geld al gebruikt voor langlopende investeringen, het bleek intern een schrikbarend financieel kennistekort te hebben en kon tot overmaat van ramp geen bank vinden voor nieuwe financiering. Uitstel van betaling dreigde. Achmea liet het ziekenhuis niet vallen, maar nam de facto via het voordrachtsrecht op topbenoemingen wel de macht over. Eerder dit jaar dwong Achmea ook al publiekelijk een versobering af bij het Slotervaart Ziekenhuis in Amsterdam.

De openheid over de machtsgreep in Beverwijk is een fris verschil met de rookgordijnen die grote ondernemingen in financiële ademnood optrekken. In het bedrijfsleven zijn banken de cruciale financiers. Als ondernemingen voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van de continuering van de kredieten, ontpoppen ook banken zich wel eens als officieuze stuurlui. Maar dat toegeven, doen bedrijven zelden.

De nieuwe leiding zal het Beverwijkse ziekenhuis een bestendige plaats moeten geven tussen de regionale ‘concurrenten’. Het zou me niks verbazen als dat verder afslanken wordt en met Achmea afstemmen hoe de specialisatie er moet uitzien.

Waar Schippers in haar antwoorden op de Kamervragen genoeg heeft aan één alinea om de macht van Achmea te schetsen, is het voor de lezer van het 140 pagina’s tellende jaarverslag van het Rode Kruis Ziekenhuis een zoekplaatje. Vind de speld in een hooiberg. Het helpt niet dat de machtsgreep van Achmea formeel wordt voorgesteld als een ‘samenwerkingsovereenkomst’.

Saillant feit: het verliesgevende ziekenhuis moest vorig jaar 1 miljoen euro meer rente betalen aan zijn financiers. Dat was bijna een verdubbeling. De bulk van de toename, 0,9 miljoen, gaat naar zorgverzekeraars. De schulden aan de verzekeraars waren aan het eind van 2012 echter iets minder hoog dan een jaar eerder. Achmea en andere verzekeraars zullen toch geen misbruik hebben gemaakt van een ziekenhuis in nood door een hogere rente te dicteren?

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.