Het ontrafelde leven van het lyrische Meisje Mus

Edith Piaf bracht nogal wat verzinsels over haar leven de wereld in. Hoe zit dat met Jeroen Brouwers?

Edith Piaf in haar New Yorkse hotelkamer op tournee in de VS Foto ANP

Vandaag is het vijftig jaar geleden dat chansonnière Edith Piaf op amper 47-jarige leeftijd in Parijs overleed. Althans, dat staat in de doktersverklaring. Want eigenlijk stierf ze een dag eerder, in Zuid-Frankrijk. Ernstig verzwakt smeedde ze daar plannen voor een comeback in het Parijse Olympia, het theater waar ze zoveel triomfen had gevierd.

De nacht na haar dood werd ze naar Parijs overgebracht en ’s ochtends in haar appartement opgebaard. Zo wilden dokter en familie tegemoetkomen aan haar laatste wens: sterven in Parijs om daar begraven te worden bij haar vader en dochtertje.

De verwarring rond die sterfdatum is een van de vele mysteries uit Piafs leven, zoals beschreven in Edith Piaf. Een liegende legende? van de Vlaming Toon Hillewaere. Deze kenner van het Franse lied schreef eerder over Jacques Brel en zorgt nu voor de eerste Piafbiografie in het Nederlands.

Twee jaar voor Piafs dood verscheen het enige andere Nederlandse boek over haar: Edith Piaf: lyrische straatmus. Het was bijeengepend door Jeroen Brouwers, die het twintig jaar later bestempelde als een jeugdzonde. Blij dat het onvindbaar was geworden, bekende hij veel later dat hij het in opdracht had geschreven zonder ooit van Piaf te hebben gehoord. Dat dit ‘onvindbare’ werk door Hillewaere boven water is gehaald, inclusief de bekentenis van de jonge ‘biograaf’, is dan ook een mooie anekdote.

Irritant is echter dat Hillewaere uitgebreid ingaat op Brouwers’ fouten. Het komt betweterig over, omdat het om details gaat die het grote verhaal niet hinderen. En dat is ook meteen het euvel van deze nieuwe biografie.

Hillewaere heeft de bijna vijftig boeken bestudeerd die eerder over Piaf zijn verschenen. Door ze met elkaar te vergelijken kon hij hele en halve waarheden, legendes en flagrante leugens van elkaar scheiden. Dat laatste benadrukt hij iets te vaak. Om Piafs rijke leven te beschrijven, volstaat het om de discussies over de ‘juiste’ versies te vermelden, maar is het onnodig ze te beslechten. Hillewaere is op zijn best als hij Piaf zelf het ritme van zijn boek laat bepalen zonder zijn eigen eigen mening te ventileren.

Het leven van Piaf (geboren als Edith Gassion) is dramatisch én romantisch. Bij zo’n rags to riches-verhaal horen nu eenmaal overdrijvingen, al dan niet door de betrokkene zelf de wereld in geholpen. Als geen ander wist ze in de aandacht te blijven met verhalen over haar verleden en onstuimige liefdesleven, waarin ze van de een naar de ander fladderde, op zoek naar de warmte en genegenheid die ze als kind nooit kreeg.

Als dochter van een acrobaat en een zangeres groeide ze op in Belleville, een rauwe volksbuurt in Parijs. Ook belandde ze bij haar grootmoeder, die een bordeel dreef in Normandië. Als tiener zong ze op straat en als 17-jarige baarde ze het meisje dat twee jaar later aan een hersenvliesontsteking overleed. Kort daarna werd ze ontdekt en trad ze op in zaaltjes rond de Champs Elysées. Het was het begin van een carrière die haar wereldwijd triomfen zou brengen.

Haar successen wisselde ze af met een stormachtig leven, met ook nog drie auto-ongelukken, evenveel ontwenningskuren, een turbulent liefdesleven én twee huwelijken. Haar grote liefde, de bokser Marcel Cerdan, kwam in 1949 om bij een vliegtuigongeluk, onderweg van Parijs naar New York. Piaf voelde zich schuldig omdat ze er bij hem op had aangedrongen het vliegtuig te nemen in plaats van de trage boot. Via spiritisme probeerde ze met hem in contact te komen, iets waar vrienden dankbaar gebruik van maakten om haar geld af te troggelen. Want zo was Piaf ook: een genereuze vrouw die haar geld deelde met wie het nodig had en haar afkomst nooit vergat. Menig zanger, zoals Charles Aznavour, hielp ze bij de start van zijn carrière. Haar liedjes weerspiegelden intussen steeds vaker haar echte leven. Tegen het einde van haar carrière kwam ze met een paar van haar grootste hits, zoals ‘Non, je ne regrette rien’. En in 1962 zong ze samen met haar laatste man Theo Sarapo nog ‘A quoi ça sert l’amour’, haar succesvolle verweer tegen allen die meenden dat Sarapo het alleen op haar geld had voorzien.

Ook al zag ze er inmiddels uit als een kwetsbaar musje – haar bijnaam was La Môme Piaf, het Meisje Mus – haar fantastische stem bleef intact. Vijftig jaar na haar dood spreekt ze nog altijd een groot publiek aan en geldt ze als een van de grootste zangeressen aller tijden. Dat bleek onlangs nog in New York, waar wereldsterren als Harry Coninck jr. en Madeleine Peyroux een eerbetoon aan haar brachten.

Dat er ook in ons taalgebied aandacht aan haar wordt besteed is dan ook terecht – ze was iedere zomer een graag geziene gast in zalen langs de Noordzeekust, van Scheveningen tot Knokke en Oostende. Alleen had ze een iets mooier eerbetoon verdiend dan het verdienstelijke boek van Hillewaere.

    • Dirk Vandenberghe