Gezocht: een visie op het afstoten van Rijkstaken

Het Rijk delegeert haastig taken aan gemeenten. Tweede Kamerleden missen een fundamenteel debat daarover.

Nu en dan valt er een opmerking in het parlement die raakt aan kritiek op het systeem zélf. Gisteren was Jesse Klaver van GroenLinks kritisch over de nieuwe Participatiewet. Die wet regelt dat gemeenten verantwoordelijk worden voor mensen die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn. Monitoring ontbreekt, zei hij. Wat kan het Rijk doen als het misgaat? Doorgaan zonder monitoring betekent over een paar jaar een parlementaire enquête, waarschuwde Klaver.

De Participatiewet is één van de drie grote decentralisaties die dit kabinet wil doorvoeren. Verder komen de langdurige zorg en de jeugdzorg in handen van gemeenten. Gisteren sprak de Kamer ook over de nieuwe Jeugdwet – daar ontbreekt evengoed een meer ideologische, misschien zelfs politiek-filosofische discussie.

Welke overheidslaag zou welke taken moeten uitvoeren om als overheid de burger het beste te kunnen helpen? Het fundamentele debat daarover ontbrak ook tijdens bijvoorbeeld de Algemene Politieke Beschouwingen, waar de regering haar visie voor komend jaar ontvouwt. Verder dan dat „zorg dicht bij burgers geregeld moet zijn”, kwam het niet.

De afwezigheid van zo’n overkoepelende gedachtewisseling is „kolderiek”, zegt SP’er Ronald van Raak. Hij heeft in zijn fractie openbaar bestuur in portefeuille, maar heeft daarover in de Kamer nog amper gesproken. „We behandelen nú al die grote wetten, maar we spreken pas eind oktober een keertje met de verantwoordelijke minister die de overkoepelende visie zou moeten hebben. Dat vind ik genant.”

Van Raak vergelijkt dit huidige proces met „hoe het misging” met de privatisering van overheidsdiensten, in de jaren tachtig. De overheid stootte taken af, steeds in losse wetgevingsprocessen – telefonie en post, spoor, reïntegratie en energie. Voor een SP’er is die kritiek niet verrassend. Maar ook de Eerste Kamer concludeerde vorig jaar, in haar eerste parlementaire onderzoek ooit, dat de overheid grip is kwijtgeraakt door die stroom privatiseringen.

De senaat vindt dat de overheid weer „eenheid in de aanpak van de rijksdienst moet aanbrengen”. Structuur is nodig, en een beredenéérde ordening van de private en publieke uitvoering van publieke taken. Ook nu deze grote verschuiving van taken binnen de overheid speelt, is het de senaat die om een overkoepelende visie op de inrichting van het landsbestuur vraagt.

Die heeft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) ook gegeven. Maar het gekke is: in zijn brief noemt hij de decentralisaties alleen als aanleiding voor een „modernisering” van het bestuur. Het kabinet wil decentraliseren, schrijft hij. Daardoor moeten gemeenten zich aanpassen en eventueel fuseren om al die taken goed te kunnen uitvoeren.

De ideologische discussie voeren is één. Maar als de decentralisaties doorgaan, inclusief de bezuinigingen die het kabinet erop inboekt, voorspellen diverse partijen grote financiële problemen voor gemeenten. Van Raak: „Over vijf jaar hebben we een parlementaire enquête én zijn alle gemeenten failliet.”

Ook D66, niet vies van herinrichting van bestuur, zegt dat het aantal artikel-12-gemeenten, die extra geld van het Rijk nodig hebben, zal stijgen. Kamerlid Gerard Schouw: „Zo krijgt het kabinet dit probleem gewoon terug op zijn bord.”

    • Annemarie Kas